Op de eerste snikhete septemberdag las ik het artikel van Abel Bormans waarin strandagenten Lindsay en Michael op het Scheveningse strand ‘haantjes’ en ‘kleerkasten’ ontwaren, jongens en mannen met meer energie dan gelegenheid om die zinnig kwijt te kunnen.
Het was een verhaal vol details die zich in je geheugen vasthaken: de in het zand vertrapte joints van een paar toeristen, de Poolse flexwerker van een palletfabrikant die ons de readymade ‘Thank you for not giving me a boete’ schenkt en de strategie van Michael, voor het geval het op de boulevard op een confrontatie uitloopt: dan werpt hij zich ‘met volle kracht op de meest gespierde vechtersbaas’.
Ook Bormans’ beschrijving van de ‘schuimende brokken kots’ op de trui van een dronken strandtentbezoeker bleef hangen.
Paar dagen eerder. Zelfde krant, ander strand.
In een prachtige reportage van Tom Vennink en fotograaf Daniel Rosenthal trekken mensen uit heel Oekraïne voorbij, in Odesa, de enige plek waar ze nog terechtkunnen voor een strandvakantie. Op sirenes reageert niemand meer, luchtalarmen worden gevoeglijk genegeerd, iedereen blijft poedelen in de branding van de Zwarte Zee. Te warm voor schuilkelders.
In 2005, toen een andere Volkskrant-journalist (Corine de Vries) op het strand van Odesa op reportage was, sprak zij een 73-jarige ingenieur, die vertelde: ‘Als de wind niet zo vaak uit Moskou zou waaien, zou het klimaat hier zijn als in Nice.’
Het weinige wat ik vóór de oorlog van Odesa wist, wist ik uit de verhalen van Isaak Babel. En uit een verhaal over Sergei Utochkin, de krankzinnig geworden oud-wielrenner en luchtvaartpionier die zich in het voorjaar van 1906 met een auto van de 192 zandstenen treden van de beroemde trappen richting zee liet rollen, een halve eeuw vóór die trappen de Potjomkintrappen gingen heten, naar Eisensteins film Pantserkruiser Potjomkin, met die kinderwagen (mét kind) die naar beneden hotst en botst. Eindeloos vaak is er later op dat klassieke beeld gevarieerd, door types als Woody Allen, Godard, Hitchcock, Coppola en De Palma – en door Peter Segal, die in The Naked Gun 33 1/3 Eisensteins kinderwagen verving door vier kinderwagens en een motormaaier.
Sinds anderhalf jaar haalt de stad geregeld het Nederlandse nieuws. Zelden betreft het opwekkende berichten: de ene keer wordt de beroemde haven door raketten getroffen, eerder deze zomer werd de historische Transfiguratiekathedraal bewust verwoest.
Te midden van die perverse vernielzucht is het lastig voorstelbaar dat mensen bereid blijven nieuwe dingen te maken, maar natuurlijk doen ze dat wel: dit weekend ging in Odesa een dansvoorstelling naar Hans Christian Andersens Duimelijntje in première. In die voorstelling wordt een klein meisje ontvoerd door gevaarlijke padden, die haar naar een zompig moeras brengen waar een veldmuis probeert haar te overtuigen haar vrijheid op te geven, maar dat weigert Duimelijntje natuurlijk. ’s Nachts, in de wereld buiten het sprookje, voerden Russische drones aanvallen uit op delen van de haven.
‘Ik ben naar Odesa gekomen’, zei Anna, een vertaler, in Venninks verhaal, ‘om nieuwe energie te vinden.’ Zelfs als alles onder vuur ligt, als alles kapot moet, blijkt de energie onuitputtelijk, het is verbijsterend. Ook als je, aan de andere kant van het continent, vreest dat het nu toch wel eens op moet raken, boren ze gewoon weer een nieuwe voorraad aan. Liefst aan het strand, waar een luchtalarm klinkt als een vage herinnering aan een andere wereld. De wind uit Moskou waait killer dan ooit, maar ook in Odesa blijft het voorlopig nog even strandweer.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.