Home

Wie zonnepanelen heeft, zal meer moeten betalen. Blijft de investering wel rendabel?

Voor een gemiddeld huishouden was er de afgelopen jaren geen betere investering te bedenken dan zonnepanelen. Zeker na het oplopen van de elektriciteits- en gasprijs in 2021 bespaarde het zelf opwekken van stroom al snel honderden tot meer dan 1.000 euro per jaar.

Dat er aan dat royale rendement op afzienbare termijn een einde zou komen, was wel duidelijk. De salderingsregel die panelen zo lucratief maakt, komt neer op een subsidie van mensen zonder panelen aan klanten met panelen. Met het groeien van het aantal panelen wordt dat steeds problematischer. In de Eerste Kamer ligt een wetsvoorstel voor de geleidelijke afbouw van salderen vanaf 2025.

Maar twee weken geleden nam energieaanbieder Vandebron een besluit dat het verdienmodel van paneelbezitters per direct op losse schroeven zet. Klanten die stroom terugleveren aan het net moeten voortaan ‘terugleverkosten’ betalen. Dat bedrag kan van 4 euro per maand oplopen tot 46 euro, afhankelijk van de hoeveelheid elektriciteit die klanten terugleveren. Tegelijkertijd gaat het stroomtarief met zo’n 4 cent per kilowattuur omlaag, waarvan vooral klanten zonder panelen profiteren.

Over de auteur
Tjerk Gualthérie van Weezel schrijft voor de Volkskrant over energie en de impact van de energietransitie op het dagelijks leven.

Met deze maatregel zet Vandebron de concurrentiestrijd op scherp die achter de schermen al langer aan de gang was. Zo besloten Eneco en Oxxio vorige week om ‘tijdelijk’ geen meerjaarscontracten aan te bieden aan klanten met zonnepanelen. Prijsvergelijkers vermoeden dat de bedrijven deze time-out gebruiken om te kijken of en hoe ze Vandebron zullen volgen.

Wat is er aan de hand? Blijft een investering in panelen nog wel rendabel? En wat betekent dit voor de positie van Nederland als Europees kampioen zonnepanelen?

Eerst kort nog even waarom de energiebedrijven dit doen: ze lijden verlies op klanten met zonnepanelen. Er liggen in Nederland zo veel zonnepanelen op daken en in grote parken, dat er op zonnige momenten vaak meer elektriciteit wordt opgewekt dan er vraag is. Daardoor wordt de groothandelsprijs voor stroom rond het middaguur extreem laag en soms zelfs negatief. Terwijl die in de ochtend of avond, als de zonnepanelenbezitters stroom afnemen, wel hoog is. Energiebedrijven moeten al de zonnestroom van hun klanten afnemen tegen een veel hogere prijs dan waarvoor ze die kunnen verkopen.

Daarbij komt dat door zonnepanelen ook de ‘onbalanskosten’ toenemen. Wanneer er plotseling meer of minder zon is dan energieleveranciers hadden ingeschat, moet de netbeheerder ingrijpen. Dan schakelt bijvoorbeeld snel een dure gascentrale aan. Die kosten worden verhaald op de bedrijven die te veel of te weinig stroom hebben geleverd.

De kosten van zonnepanelen vingen energiebedrijven tot nu toe vooral op door hun tarieven te verhogen. Het komt erop neer dat vooral klanten zonder zonnepanelen opdraaien voor de verliezen op klanten met panelen. Het leidt er ook toe dat energiebedrijven met veel klanten met zonnepanelen, zoals Vandebron, steeds hogere tarieven gaan vragen en daardoor minder aantrekkelijk worden voor de klanten zonder. Die situatie bestempelen steeds meer kenners van de energiemarkt als oneerlijk en onhoudbaar.

Door de terugleverkosten maakt Vandebron heel duidelijk dat klanten met panelen meer moeten gaan betalen. Daarin is het bedrijf de eerste. Maar op een minder expliciete manier zijn de meeste concurrenten al langer bezig om hetzelfde te doen.

Zo passen Budget Energie, Innova en Mega een tactiek toe die het dichtst in de buurt komt bij die van Vandebron. Zij belonen klanten die veel stroom afnemen met een ‘cashback’. Aan het einde van hun jaarcontract krijgen huishoudens maximaal 230 (Budget) of 150 (Mega en Innova) euro terug. De hoogte van die bonus hangt af van hoeveel stroom een klant afneemt en hoeveel die teruglevert. Hoe dat precies wordt berekend is niet te vinden, maar het principe is helder: gebruik je netto veel energie, dan krijg je meer geld terug. Bezitters van zonnepanelen nemen bij normaal gebruik netto minder stroom af, dus krijgen zij minder cashback.

Een andere trend is het verlagen van het teruglevertarief. Jarenlang lag dat rond de 15 cent per kilowattuur, inmiddels is dat onder de 10 cent en in sommige gevallen slechts 3 cent. Deze verlaging klinkt dramatisch, maar heeft voor de meeste particuliere panelenbezitters weinig effect. Het teruglevertarief wordt pas relevant wanneer een huishouden in een jaar tijd meer energie opwekt dan het verbruikt. Dat betreft een relatief kleine groep Nederlanders.

Vattenfall en Coolblue draaien weer aan een andere post op de energierekening: de ‘vaste leveringskosten’. Beide bedrijven verhoogden onlangs dit tarief in verband met de onbalanskosten. Daardoor wordt de rekening van onbalanskosten niet alleen gedragen door klanten zonder panelen, maar door alle klanten samen. Het gaat vooralsnog om een stijging van ongeveer 50 euro per jaar.

Dan zijn er als gezegd steeds meer bedrijven die klanten met zonnepanelen geen meerjarige contracten bieden, zoals Essent, Eneco en Oxxio. Vandebron was daarmee ook gestopt, maar met de introductie van de terugleverkosten is dat veranderd. Het ligt voor de hand dat concurrenten binnenkort het voorbeeld van Vandebron zullen volgen.

In de energiesector bestaat er veel sympathie voor het idee van de terugleverkosten. ‘Het is eigenlijk wel de meest heldere en eerlijke manier om de kosten van panelen inzichtelijk te maken en te verdelen’, stelt een manager van een van de grote energiebedrijven, die om concurrentieredenen niet met zijn naam in de krant wil.

Van alle maatregelen tot nog toe heeft die van Vandebron de meeste invloed op het verdienmodel voor zonnepanelen. Het bedrijf zelf stelt dat een investering in zonnepanelen ook met de terugleverkosten rendabel zal blijven. Daarin heeft het grotendeels gelijk, al verschilt dat erg per huishouden. Voor de Volkskrant rekende Milieu Centraal, het onafhankelijk voorlichtingsinstituut voor duurzaamheid, door wat de implicaties zijn van de terugleverkosten die Vandebron in rekening brengt.

De conclusie: voor een gemiddeld huishouden met 10 panelen dat zo’n 3.255 kilowattuur elektriciteit per jaar verbruikt, blijft een investering in zonnepanelen rendabel, ervan uitgaande dat de salderingsregeling niet wordt afgebouwd. Maar als datzelfde huishouden 18 panelen legt, verdubbelt de terugverdientijd van de investering. ‘Dat is wel een erg grote gok’, zegt Mariken Stolk van Milieu Centraal.

Hoe zeker zijn deze berekeningen? Het antwoord op die vraag kan kort zijn: heel erg onzeker en ook zeer grof. Er waren altijd al veel variabelen die het rendement van zonnepanelen kunnen beïnvloeden. Met stip op 1 natuurlijk de stroomprijs. Is stroom nagenoeg gratis, dan levert een zonnepaneel ook niets op. Ontwikkelt de prijs zich zoals afgelopen twee jaar, dan is de panelenbezitter spekkoper.

Daarnaast bestond dus al onzekerheid over de vraag wat er precies zou gebeuren met de salderingsregel. Dit voorjaar stemde een krappe meerderheid in de Tweede Kamer voor het afbouwen van de regeling vanaf 2025, over een periode van zeven jaar. Het was al spannend of dit plan in de Eerste Kamer op een meerderheid kon rekenen. Maar sinds de val van het kabinet is nog onduidelijker of en wanneer de regeling wordt aangepast. Hoe eerder en sneller salderen wordt afgebouwd, hoe minder lucratief een zonnepaneel gemiddeld wordt.

Nu de energiebedrijven op eigen houtje zijn begonnen de salderingsregel te omzeilen, is die onzekerheid verder gegroeid, zegt Mariken Stolk. ‘Het is totaal onduidelijk hoe terugleverkosten zich zullen ontwikkelen. En bijvoorbeeld ook of ze dit soort kosten zullen handhaven als salderen wordt afgebouwd. Stel dat de terugleverkosten in stand zouden blijven én salderen wordt afgebouwd, dan loopt de terugverdientijd op tot boven de 25 jaar.’

Intussen zijn er ook ontwikkelingen denkbaar die het verdienmodel van panelen de komende jaren juist positief kunnen beïnvloeden. De afgelopen twintig jaar was dat bijvoorbeeld de prijs van zonnepanelen. Die daalde gemiddeld met zo’n 5 procent per jaar. Rondom de pandemie en het uitbreken van de energiecrisis gingen de prijzen weer wat omhoog. Intussen dalen ze weer en alles wijst erop dat die trend verder zal doorzetten.

Een van de belangrijkste variabelen die de komende jaren het rendement op panelen zal bepalen, is in hoeverre het lukt de golven van zonnestroom nuttig te gebruiken. Dat kan het rendement op zonnepanelen weer doen stijgen. Er zijn zeker gunstige ontwikkelingen. Zo worden de netbeheerders haast overlopen door bedrijven die accu’s willen bouwen om stroom in op te slaan als die goedkoop is en weer te leveren als die duur is. En in Diemen bouwt Vatttenfall aan een megaboiler die wordt aangezet als er stroomoverschotten zijn. Zo zijn talloze bedrijven bezig met plannen om van de lage stroomprijs te profiteren.

Huishoudens kunnen dat ook nog veel beter doen, maar mede door de salderingsregel hebben die daar tot nu toe amper een prikkel toe gehad. Met terugleverkosten ontstaat die prikkel wel. Laad je bijvoorbeeld je elektrische auto op het juiste moment met zelf opgewekte zonnestroom, dan hoef je geen of minder terugleverkosten te betalen en blijft het rendement op de eigen panelen hoog.

Mariken Stolk van Milieu Centraal steekt haar bezorgdheid over de recente ontwikkelingen niet onder stoelen of banken. ‘Normaal zijn wij niet zo van de waardeoordelen: maar dit vinden wij heel onwen Source: Volkskrant

Previous

Next