Home

De Rolling Stones strijken neer in Hackney: eens een ruige moordwijk, nu het bastion van een wereldband

‘Er is iets groots op handen, maar ik kan niet zeggen wat!’ Met een mysterieuze glimlach staat beveiliger Akan Kara van de Hackney Empire bij de zojuist bezorgde dranghekken. Bij de artiesteningang van het Londense theater wordt apparatuur binnengedragen. ‘Rolling Stones’ staat op een geluidsbox. De woorden Let’s dream big sieren de terracotta-gevel van het 122 jaar oude theater aan Mare Street, waar met geen woord wordt gerept over de komst van de legendarische rockband.

Mick Jagger, Keith Richards en Ron Wood zullen er desalniettemin woensdag door de komiek Jimmy Fallon worden geïnterviewd ter gelegenheid van het verschijnen van Hackney Diamonds, hun eerste studioalbum in twee decennia.

Eind augustus hadden de bejaarde, maar eeuwig jonge Stones een fictieve krantenadvertentie laten plaatsen in de Londense wijkkrant Hackney Gazette. Het leek een promotie voor een nieuwe glaszetter: ‘Hackney Diamonds, specialist in glasreparatie, opening september 2023’, stond in de krant. En dan de volgende regels, die waarschijnlijk toch minder mysterieus waren dan de Stones zelf hadden gedacht: ‘Our friendly team promises you satisfaction. When you say gimme shelter, we’ll fix your shattered windows.’

Over de auteur
Patrick van IJzendoorn is correspondent Groot-Brittannië en Ierland voor de Volkskrant. Hij woont sinds 2003 in Londen en schreef meerdere boeken, waaronder over de Brexit.

Hackney Diamonds staat in dit oostelijke deel van Londen voor gebroken ruiten. Het zegt iets over de ruige reputatie van deze volkswijk van weleer, de wijk waar de Krays zijn geboren, de beruchte tweeling die in de jaren vijftig en zestig de koningen van de onderwereld waren.

De faam van deze buurt werd jaren geleden benadrukt met de fototentoonstelling Life and Death in Hackney, waarvoor kunstenaar Tom Hunter schilderijen van onder meer Vermeer en Velázquez ensceneerde in deze ruige moordwijk.

‘Het was een gevaarlijk stadsdeel,’ zegt de 48-jarige Kara, zoon van Cypriotische immigranten. ‘Voor het donker binnen zijn, was een gebod bij ons thuis, anders ben je je leven niet zeker. Nu is het veel veiliger, al zijn er af en toe nog steekpartijen.’ Het mooie van Hackney, zegt hij, is de mix van culturen: Jamaicanen, Cyprioten, Turken, Vietnamezen. ‘Er woont hier van alles. Ik heb als beveiliger overal gewerkt. Je wordt vaak uitgescholden, maar dit is de enige plek waar ik nooit racisme heb ondervonden.’

Hackney is de laatste decennia drastisch verhipt. Op Mare Street is geen spoor te bekennen van een glaszetter, laat staan eentje met de naam Hackney Diamonds. De term diamanten komt op twee winkelgevels voor: bij een juwelier en een nagelsalon. In het 17de-eeuwse herenhuis van de Hollandse handelaar Abraham Dolins dat lang dienstdeed als vrouwenopvang, wordt een galerie geopend. Op de straten rijden meer Ubers rond dan hackney carriages, de bijnaam van de Black Cabs.

Op het terras van café Mare Street kan Larissa, een schoonmaakster wier ouders lang geleden uit Oekraïne zijn gekomen, niet geloven dat de Stones ‘haar’ wijk aandoen om de nieuwe elpee te promoten. ‘De Stones in Hackney? Heb je een zonnesteek opgelopen?’

Het is onduidelijk welke link de rockgoden met deze wijk hebben. Ron Wood komt uit West-Londen en wijlen Charlie Watts uit het noorden, terwijl Mick Jagger en Keith Richards uit de voorstad Dartford stammen, waar ze recent nog met standbeelden zijn geëerd.

‘Bij mijn weten is er geen connectie met het oude Hackney’, zegt schrijver en psychogeograaf Iain Sinclair, auteur van de cultklassieker Hackney, That Rose-red Empire. Met een vleugje ironie: ‘Maar tegenwoordig komt zo’n associatie het merk van de band ten goede.’

In ieder geval is het mooie reclame voor de Hackney Empire, waar voor de oorlog grote namen als Charlie Chaplin en Laurel en Hardy hebben opgetreden. Twintig jaar geleden is het na jaren van verwaarlozing als een feniks herrezen.

Bij de ingang probeert de Amerikaan Damon bij de beveiligers te weten te komen hoe laat Jagger en de zijnen zullen arriveren, maar niemand die deze net in Londen gearriveerde student kunstgeschiedenis wijzer maakt. ‘Dit is de kans van mijn leven een supergroep van dichtbij te zien. Pas heb ik de Foo Fighters zien spelen. Dat is toch net iets anders. Ik denk dat ik morgen heel vroeg kom en met een paar boeken ga zitten wachten’, zegt Damon.

De komst van de Stones spreekt ook de Cockney Albert Proles tot de verbeelding. ‘Jagger is even oud als ik’, zegt de 79-jarige bouwvakker. Het oprichtingsjaar 1962, waar de glaszetters-advertentie gewag van maakt, roept herinneringen bij hem op. ‘Hackney is erop vooruit gegaan, maar niet in alle opzichten. Het begon in 1962 met Kerst te sneeuwen en dat ging drie maanden door. Ik heb toen elke nacht met tientallen anderen de straten sneeuwvrij gemaakt. Nu legt een sneeuwbui het openbare leven hier plat.’

Anders dan de opgewonden Amerikaan gaat hij niet naar de Empire om een glimp van de Stones op te vangen. ‘Ik heb ze zestig jaar geleden al zien optreden in de Finsbury Park Astoria. Ze zijn vrijwel niets veranderd.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next