Bij elk kentoetje wordt gelachen. Tante Lien hoeft zich niet in te houden, en ze hoeft hier ook niets uit te leggen. Hier, in de afgeladen grote tent van de Tong Tong Fair in Den Haag, zijn ze onder elkaar. Iedereen weet wat een kentoetje is.
Tante Lien zingt teksten waarin weemoed en humor elkaar afwisselen, over de Pasar Malam Cowboy of het stampende Tutti Frutti Nasi Putih, afgewisseld met de weemoed van ‘dat mooie land, de Gordel van Smaragd, o ja, ik weet, de jaren zijn vergaan’.
Over de auteur
Michel Maas is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij oorlogsverslaggever en correspondent in Oost-Europa en in Zuidoost-Azië.
Het woord ‘weemoed’ lijkt voor de Indische diaspora te zijn bedacht, maar niet alles op de Tong Tong Fair heeft dezelfde nostalgische toon. Pal achter de ingang is onder de titel Onteigend een kleine expositie neergezet die herinnert aan een minder mooi verleden van de kolonie: het slavernijverleden.
Slavenhandel was door de kooplui van de VOC big business geworden, en het bezit van slaven in de kolonie was heel gewoon. Dat blijkt uit een krantenadvertentie waar ‘inlandse dokteres’ Mina uit Boegies te koop wordt aangeboden met haar dochter Genisa (‘zijnde een harpspeelster’). Voor deze Indonesiërs was de ‘Gordel van Smaragd’ een stuk minder mooi dan voor Nederlanders, en hun ‘Indische’ kroost.
De Tong Tong Fair in Den Haag wil niet om dit soort maatschappelijke discussies heen, maar duwt het de bezoekers ook niet door de strot, zegt directeur Siem Boon. ‘De Indische gemeenschap hoeft zich niet voortdurend te verantwoorden voor alles wat fout was in de kolonie’, vindt zij. ‘Indisch gaat over veel meer dan afwijzen van kolonialisme, het is een levende cultuur, en dat willen we hier aanvullen.’
De Tong Tong Fair begon in 1959 als een ontmoetingsplaats voor Indische Nederlanders die waren ‘gerepatrieerd’ en in Nederland in een vacuüm terecht waren gekomen. Indonesië beschouwde ze als Nederlanders en stuurde ze weg, maar Nederland heette ze allerminst welkom. Ze waren op zichzelf aangewezen, en op elkaar.
Je hoeft maar om je heen te kijken om de schouderkloppende begroetingen te zien, overal klinken vragen naar gezondheid, kinderen, kleinkinderen, want over een paar uur gaat iedereen weer naar huis en moet er zoveel mogelijk zijn bijgepraat. Tussen al dat praten wordt er ingekocht, en vooral ook gegeten. Nasi goreng, sateh padang, martabak. Zelfs op een maandag krijgen de koks het niet aangesleept. Tassen vol gaan mee naar huis.
‘Tante Lien’ is al bijna vijftig jaar het boegbeeld van deze gemeenschap. Ze is het Indische alter ego van Wieteke van Dort: de actrice zet haar stijve grijze pruik op, het ronde brilletje zonder glazen en ze is niet langer Wieteke van Dort. Ze ís Tante Lien. Het Indische accent komt na een halve eeuw vanzelf, de grapjes eveneens.
Wandelen met Tante Lien over de Tong Tong Fair is wandelen met de koningin. Mensen zwaaien, zij zwaait terug, mensen willen een foto, een handtekening. Daar wordt ze nooit moe van, zegt ze, ze is het aan haar fans verschuldigd, ‘en ik vind ’t heerlijk’.
Ze begon lang geleden met Willem Nijholt in het kinderprogramma Oebele. Daarna kwam al gauw de Late Late Lienshow en dat was genoeg om het fenomeen Tante Lien onsterfelijk te maken.
Ze blijft glimlachen, ook als de vraag naar kritiek opduikt. Het slavernijverleden, bijvoorbeeld, of het geweld, of het kolonialisme. ‘Hoe kan ik daar een mening over hebben? Ik zou niet weten wat ik daar voor zinnigs over zou moeten zeggen.’
Aandringen brengt het gesprek niet erg veel verder: ‘Ik ben een kind van de tropen. Ik heb de eerste veertien jaar van mijn leven gewoond in een groot huis in Soerabaja, met heel veel personeel van wie we hielden alsof het familie was.’ Ze heeft ook nooit in een kamp gezeten, zoals bijvoorbeeld de overleden Willem Nijholt, met wie ze haar leven lang is blijven optreden. ‘Wat die allemaal heeft meegemaakt in dat kamp!’
Maar zelf? ‘Ik ben thuis opgevoed zonder haat. Mijn moeder zei altijd: ‘Je moet de Japanners niet haten, en je moet ook de Indonesiërs niet haten, ook al hebben ze je vader vermoord.’
De kritiek van mensen die haar verwijten dat ze met haar vermomming en haar accent vorm heeft gegeven aan een Indisch cliché, laat ze van zich afglijden. ‘Heel vroeger, toen ik net begon, kreeg ik dat allemaal al over me heen. Dat accent dat ze niet echt Indisch vonden? Dat was het accent van mijn oma! Zelfs mijn moeder, een grote witte Hollandse vrouw, sprak zo! Als mensen nu weer kritiek hebben, leg ik dat net zo naast me neer.’
In 2013 vierde ze al haar 50-jarig jubileum als actrice, toen was ze 70. Twee jaar later vierde ze 40 jaar Tante Lien. Een theaterprogramma met Ricky Risolles is net afgelopen, de opnamen voor de speelfilm Verliefd op Bali zijn klaar – de film komt in februari uit.
Vandaag is er de Tong Tong Fair en zingt ze met de Molukse zanger Aïs Lawa-Lata, met wie ze ook al veertig jaar optreedt. Ze is loyaal, en geliefd. Wie eens met haar werkte, doet dat graag nog een keer. Aïs’ vrouw is net overleden, maar toch zingt hij weer, vertelt Van Dort met een zekere bewondering: ‘Hij is de enige zanger die ik ken, die kan zingen en huilen tegelijk.’
Op toneel praten Aïs en Tante Lien alweer over een concerttour die ze samen willen gaan maken. Wie weet komt die er. Aan Tante Lien zal het niet liggen: ‘Vraag me nooit of ik wil zingen. Ik wil altíjd zingen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden