Home

Onderweg naar de billen van mijn dochter struikelde ik over een paar herinneringen

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Onderweg terug naar huis moest er iemand poepen. ‘Hoe lang kun je het denk je nog volhouden?’, vroeg ik. Misschien wel de domste vraag die je een kind van vijf kunt stellen. Ze wist het dan ook niet. We reden net op de ring en waren nog zo’n half uur van ons nieuwe huis vandaan. Ons oude huis echter was een afslag verderop en lag daarmee binnen de zogenaamde kringspierveilige zone. De sleutel hoefden we morgen pas in te leveren, dus in theorie was het nog steeds ons huis. Mijn vrouw en ik keken elkaar aan, zoals - vermoed ik - chirurgen elkaar aankijken als ze op het punt staan een discutabele, maar noodzakelijke ingreep te doen. Een kort, deemoedig knikje.

‘Wil je dan nog één keer op je oude wc poepen?’, vroeg ik. Ik wisselde alvast van rijbaan, omdat ik wist hoe onweerstaanbaar dit aanbod was. Even later opende ik de deur van het huis. Ik wilde mijn sleutels op het kastje naast de deur leggen, maar er was geen kastje naast de deur meer. Een dag eerder hadden mijn vrouw en ik het huis opgeruimd en schoongemaakt en had ik ’s avonds nog wat oude kasten, stellages en planken bij het grofvuil gezet. Nu was het helemaal leeg. De verhuurder wilde dat we alle pluggen uit de muren en plafonds verwijderden. Het zijn allemaal holle gipswanden en als je daar de speciaal daarvoor bestemde pluggen uit trekt, trek je de halve muur mee. Daardoor lijkt het nu alsof er een enorme, maar vrij gestructureerde schietpartij heeft plaatsgevonden. Al die gaten zijn geen probleem, maar de plekken waar onze dochters op de muren hadden getekend, moesten overgeschilderd.

Terwijl mijn jongste dochter op de wc zat, maakte de oudste radslagen waar de bank altijd stond. Ik liep nog een laatste rondje, speurend naar vergeten pluggen. Mijn voetstappen galmden door de lege, levenloze kamers. ‘Ik ben klaar!’, klonk het. Onderweg naar de billen van mijn dochter struikelde ik nog over een paar herinneringen. Ze waste haar handen en voegde zich toen bij haar zus in de woonkamer, waar ze niet gehinderd door enig meubilair rondjes om elkaar heen renden. Op een stuk muur bij de keuken zag ik nog een streepje staan, met daarbij de naam van mijn oudste dochter. De andere streepjes met afwisselend de namen van mijn oudste en jongste dochter, de een steeds net iets hoger op de muur dan de ander, had ik overgeschilderd. Maar dit streepje was met rode stift gezet en liet zich wat moeilijker bedekken. Ik doopte mijn vinger in het potje witte verf dat we hadden laten staan en veegde het streepje en haar naam uit. Nu waren al onze sporen uitgewist. Behalve in de wc-pot.

Source: Volkskrant

Previous

Next