Het volgen van de Ronde van Spanje werd er zondag niet gemakkelijker op, nadat de organisatie had besloten dat het punt waarop de tijd werd gemeten niet hetzelfde was als de finishlijn – een concept dat gedurende een eeuw wielrennen zijn nut heeft bewezen – maar twee kilometer eerder. Dit in verband met de toestand van de weg. Om het allemaal nog ingewikkelder te maken, werden de ereplaatsen weer wel verdeeld aan ‘de meet’, het oorspronkelijke einddoel van de etappe.
Je hoort weleens dat wielrennen een simpele sport is en dat degene die het eerst over de streep komt zegeviert, maar dat is dus een misverstand. Zondag kon je in principe op grote achterstand binnenkomen en toch een mooie sprong maken in het klassement. Ik probeerde een en ander uit te leggen aan mijn omgeving, maar dat lukte niet – mede doordat ik het zelf ook nog niet helemaal snapte en een verward verhaal ophing.
Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De co-commentator van de Vlaamse VRT, José De Cauwer, hield het kort en bondig: hij omschreef de organisatoren van de Vuelta als ‘een bende klootzakken’, omdat ze er niet in waren geslaagd de laatste kilometers min of meer begaanbaar te maken.
Maar José stamt nog uit de tijd dat ze rustig de Etna opfietsten terwijl die vuur, rotsblokken en lava uitbraakte – de tijd opnemen vóór de streep was bereikt kwam bij niemand op, het was de meet of sterven. Wielrenners kwamen destijds nog uit verafgelegen streken zonder wegen, die vonden een spekgladde kasseistrook al pure luxe. Ik heb Michael Boogerd een keer een Touretappe zien winnen terwijl hij met zijn hoofd amper boven het wassende water in de straten van Aix-les-Bains uitkwam, maar gewoon doorfietste.
Het is allemaal begonnen in de Tour van 2019, toen vanwege modderstromen in de afdaling van de Col d’Iseran de etappe werd ingekort. Daar viel destijds nog iets voor te zeggen, het was niet uitgesloten dat de aardverschuiving renners zou meesleuren de diepte in en dan krijg je het als verantwoordelijke voor je kiezen.
Sindsdien zijn organisatoren extra voorzichtig geworden. Het leek gisteren wel mee te vallen met de weg op de flanken van de Collado de la Dinges; ik zag een paar losse kiezelsteentjes en een enkel stroompje bruin water; Karsten Kroon zei op Eurosport ook dat er weinig aan de hand was, die komt uit het ruige Drenthe. Maar de directie van de Vuelta nam geen risico: inkorten.
De Nieuwe Veiligheid haalt de heroïek wel een beetje uit het wielrennen. Geen wonder dat het zogenoemde ‘gravelen’ aan populariteit wint, in donker Afrika of op de oneindige vlakten van Kansas is het nog ouderwets stoempen geblazen, dwars door rivieren, langs onverhoedse rotsformaties en over supersteile bospaadjes waar grizzlyberen op hun kans wachten, terwijl moessons de route in een moeras veranderen en van sommige deelnemers nooit meer iets wordt vernomen.
Er liggen in de laatste twee weken in de Vuelta nog een paar verschrikkelijke beklimmingen te wachten, maar de kans is groot dat de organisatoren de zaak al hebben afgeblazen voor die zijn bereikt en dat de tijd wordt gemeten bij de start.
Source: Volkskrant