‘Jezus, wat is dat nummer hoog!’ In een trainingspak dat hem lang niet slecht staat, drentelt Barry Hay door zijn kleedkamer in TivoliVredenburg in Utrecht. Hij nipt van zijn wodka, blaast wat op zijn 55 jaar oude dwarsfluit en herhaalt nog maar eens dezelfde regels uit de Golden Earring-klassieker Back Home, die hij straks zal spelen met de band Di-rect. ‘Miljoen keer gezongen’, moppert hij, ‘nu hoop ik maar dat ik het haal. Je moet het bijhouden hè, zingen, en dat komt er niet meer van. Een licht geschonden stem, dat vond ik altijd het lekkerst. Dat het een beetje kraakt. Gebeurt vanzelf als je op tournee bent, maar als je zo incidenteel optreedt als ik nu, loop je de volgende dag met een schor stemmetje, slaat-ie over, ellende. Het is nog geen metaal dan, het is allemaal nog vlees.’ Hij zucht. ‘Jammer, maar wat kan ik eraan doen? Ik ben bijna altijd op Curaçao. Moet ik me daar soms aanmelden bij het strandkoor van de barkeepers?’
Aan de vooravond van zijn 75ste verjaardag is hij even in Nederland voor de opnamen van het VPRO-programma On Stage, waarvoor hij als eregast de andere optredende artiesten mocht selecteren. Met onder anderen Di-rect, de band van zijn schoonzoon Spike, en bijdragen van zijn goede vrienden JB Meijers en Danny Vera, heeft Barry het dicht bij huis gehouden. Hij heeft nou eenmaal graag een clubje om zich heen, een clan, dan voelt hij zich senang.
Over de auteur
Sander Donkers is schrijver, journalist en columnist voor de Volkskrant.
Wat niet wil zeggen dat hij het licht opneemt, integendeel. ‘Het is een prestigieus programma, alles is live, en ik heb sowieso wel een hoge pet op van de VPRO. Altijd goede documentaires, Wim Schippers, Koot en Bie, noem maar op. Dat is misschien een beeld van vroeger, maar dat zit gewoon nog in mijn genen. Als de VPRO mij vraagt, vind ik dat een eer.’
Dus roept hij vlak voor de opnamen Spike en Danny Vera bij zich, om nogmaals de stemmen van het nummer Unconditionally door te nemen. Dan nog één slokje wodka, ‘niet te veel, maar ook niet te weinig’, de haartjes goed, mooi bloesje aan, knoopje open, ‘want ik heb niet voor niets getraind’, en toch nog heel even op de fluit. ‘Is dat kutding zuiver? Kan jij het horen? Het moet verdomme wel effe goed zijn.’
Het is de gefocuste Barry die ik goed leerde kennen in de tijd dat ik zijn biografie schreef, zeven jaar geleden inmiddels. Sindsdien hebben we sporadisch contact, maar het is lang geleden dat we elkaar echt spraken. Hij oogt fit en is ogenschijnlijk niks veranderd, toch is alles anders geworden. In 2016 was hij nog de drijvende kracht van Golden Earring. Hij genoot van zijn trage luxeleven op Curaçao, maar wel bij de gratie van het feit dat hij twintig, dertig keer per jaar voor afgeladen zalen de rockster kon uithangen. Bandgenoot Rinus Gerritsen verbaasde zich destijds over Barry’s ‘puberale gedrevenheid’. Zelf zei hij dat optreden ‘geneeskrachtig’ was. Het hield hem jong. Maar tweeënhalf jaar geleden, toen gitarist George Kooymans werd gediagnosticeerd met de ziekte ALS, was het in één klap afgelopen.
Nu wordt Barry in het zonnetje gezet in een programma dat onvermijdelijk het karakter van een eerbetoon heeft. Presentatrice Nadia Moussaid kondigt hem aan als ‘een legende’, de gitarist van de Haagse Wodan Boys toept over met ‘een fucking legend, ook mijn moeder vindt hem vet’. Vroeger had hij ongetwijfeld ferm tegengas gegeven, nu laat hij het glimlachend over zich heenkomen. ‘Toen de Earring nog levend was, vond ik het altijd moeilijk om lof en hulde te krijgen’, zegt hij afloop. ‘Je moet dóór, weet je wel, niet terugkijken. Maar nu het voorbij is, zijn die complimenten eigenlijk zeer welkom. Ik leef op het eiland in een soort luxueus isolement, heb niet heel veel contacten met Nederland. Dan is het fijn om te horen dat je niet voor de kat z’n kut hebt lopen werken al die tijd. Dus van mij mogen we nu best een aai over ons bolletje krijgen.’
Het is alweer tweeënhalf jaar geleden dat George Kooymans hem opbelde met het droeve nieuws over zijn ziekte, maar het stof is nog altijd niet helemaal neergedaald. ‘Het was een doffe dreun, wat iets anders is dan een harde klap. Ik heb een paar dagen als een zombie door mijn huis gelopen, omdat het niet tot me wilde doordringen. Watskeburt? George? Hij had een tijdje daarvoor wel verteld dat hij artritis had, pijn aan zijn handen, maar toch: dit kwam als donderslag bij heldere hemel. Hij was gewoon fit en jeugdig, de laatste van wie je zoiets verwacht.’
Het abrupte einde van de Earring betekende voor Barry ook het een einde van een leven waaraan hij gehecht was. Het op en neer reizen, de status. ‘Kijk, vergeleken met wat George is overkomen, stelt het natuurlijk niets voor, maar het is wel volkomen kut, want er is niets mooiers dan keiharde rock-’n-roll spelen voor een groot publiek. En dat traject is gelopen, klaar. In het begin droomde ik er regelmatig over. Dat ik op tournee ging, maar mijn koffers was vergeten. Of dat er alleen maar zand in zat. Elke keer kwam er weer een kink in de kabel. Dus ja, ik heb er best lang over gedaan om het allemaal weer op een rijtje te krijgen. Maar ik heb het nu gewoon aanvaard. Uiteindelijk zit er niks anders op dan flink slikken en manmoedig verdergaan.’ Hij leegt zijn wodka en lacht. ‘En manmoedig doordrinken, dat natuurlijk ook.’
‘Ja, die kans is ons ontnomen door die kutziekte. Vond ik aanvankelijk wel vervelend, na bijna 55 jaar, maar inmiddels denk ik: misschien was het wel helemaal niet nodig. Het liep ook weer niet af met een sisser, want het was groot nieuws dat de Earring stopte. Ik vond het heel mooi dat al die kerkklokken in Nederland Radar Love gingen spelen ter ere van George’s verjaardag. Dat is ook een manier om uitgeleide te doen. We zijn niet met een big bang vertrokken, maar we hebben wel gemerkt dat we impact hebben gehad, en een plek in de harten en hoofden van veel mensen hebben veroverd.’
‘Ja, die ben ik ook kwijt. Althans: de vanzelfsprekendheid is weg. We zien elkaar nog wel, hoor. Als ik in Nederland ben, komen we af en toe samen voor een lunch. Ook om George te zien natuurlijk.’
‘Kameraadschappelijk, leuk. We beseffen allemaal dat het zinloos is om een beetje chagrijnig bij elkaar te zitten, dus luchtig is het woord. We halen lekker eten, er wordt fors gezopen. Laatst zei ik tegen George: elke keer dat ik hier ben, kom ik je opzoeken. Waarop hij zei: doe maar rustig aan joh, zo vaak hoef ik je nou ook weer niet te zien. Die sfeer een beetje, lekker sarcastisch. We blijven dat natuurlijk doen, net zo lang tot George zegt dat het welletjes is geweest. Hij is moeilijk te peilen wat dat betreft, en dat begrijp ik maar al te goed. Wat er in dat hoofd omgaat, laat zich uiteindelijk alleen maar raden.’
Voor hemzelf was de vraag: wat ga ik nu doen? Stilzitten vindt Barry lastig. In de coronatijd maakte hij twee platen met JB Meijers, die op Bonaire woont. Samen organiseerden ze Fiesta de la Vida, een concert met vele gasten in de Ziggo Dome. ‘JB is óók een soort broer geworden, we komen duidelijk onder dezelfde steen vandaan. Fantastische muzikant, speelt alles, behalve fluit. So that’s where I come in, haha. Maar echt, als wij samenwerken, ben ik nog steeds niet te stuiten. Dan stromen de ideeën en gaan we door tot het gaatje. Als het klaar is, denk ik: zo kan ik nog wel twintig platen maken. Maar ja…’
‘Nou, ik ben trots op die platen, maar het zijn geen wereldsuccessen. Van platenmaatschappijen krijg je tegenwoordig een bedrag waar je net een derdehands autootje van kunt kopen, dus oké: je steekt er zelf geld in. Is niet erg, maar is het nog zinvol? Wanneer wordt het een soort piktrekkerij?’
Een band formeren om de muziek in Nederland te kunnen promoten, dat ziet hij niet gebeuren. ‘De Earring was een heerlijk gespreid bedje, maar nu zou ik er zelf aan moeten trekken. Ik word al moe van het idee. Bovendien, dan sta je straks in clubs als Doornroosje, of zo. Fijne tent hoor, maar dat zie ik niet zitten. Dat zou voelen als een terugval, vergeleken met waar ik stond. ‘Hij begon in kleine clubjes en hij eindigde in kleine clubjes. De cirkel is rond.’ Rot op. Dat is teloorgang. Dan zou mijn moeder uiteindelijk toch gelijk krijgen toen ze zei: ga nooit de muziek in, want je eindigt in een of ander barbandje.’
Het is een dubbel gevoel, geeft hij grif toe. Vanzelfsprekend staan er een paar plannetjes op het vuur te borrelen en zitten er dingen ‘in de pijplijn’ – voorlopig zou hij niet zonder kunnen. Met enige regelmaat wordt hij gevraagd voor ‘evenementjes’ in Nederland. ‘Dat doe ik graag. Altijd goed geregeld, goede begeleidingsband. Natuurlijk zing ik dan Earring-repertoire, want dat willen mensen horen. Vind ik prima, het zijn tenslotte ook míjn liedjes. Maar goed, mijn leven is de afgelopen jaren wel een stuk rustiger geworden. Er zijn dagen… dan train ik wat, zwem ik wat, kook ik wat, speel met de hondjes en ga om 11 uur mijn nest in. Dan heb ik een ledige dag achter de rug, zonder creatief te zijn geweest. Je zou het bijna nutteloos kunnen noemen, maar soms is het ook gewoon best lekker.’
Héél lekker, zo blijkt als ik hem een paar weken later op Curaçao aan de lijn krijg. Dit is de andere Barry, de ‘happy pensionado’ die niet nalaat te vermelden dat hij in een ‘kort broekje’ aan zijn zwembad ligt. Had hij al verteld dat het 14 meter lang is? Wacht, het is bij hem 1 uur ’s middags, tijd om een eerste glaasje wij Source: Volkskrant