Home

‘Zeg, en weet jíj waar Abbies balletschoenen liggen?’ De vrouw sloot haar ogen. ‘Linksboven in de gangkast’, fluisterde ze

Een gouden nazomerdag. Ik zat in Gent op een rondvaartboot. Ruisend lommer, kabbelend water, snaterende eendjes. ‘Aan uw linkerhand de beroemde gildehallen...’ animeerde de kapitein. En op de schoot van mijn buurvrouw klonk het dwingende galmpje van een binnenkomend Facetime-gesprek.

Ze keek me verontschuldigend aan. Een tengere, vermoeide blondine van 40 met een benijdenswaardige bos haar. ‘Sorry...héél even...’t is mijn dochter...’, zei ze. ‘Geen probleem hoor’, antwoordde ik. ‘Ik heb ook kinderen.’

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Ze glimlachte opgelucht. Op haar scherm verscheen het boze gezicht van een meisje van een jaar of 8. Ze brulde, zonder introductie: ‘Mama! Papa heeft mijn staart helemaal verkeerd gedaan!’ De vrouw zette het geluid zachter. ‘Ssjjjjt...’, suste ze.

Het meisje brulde gedempt verder. ‘Het doet pijn! En er zitten allemaal bobbels in!’ Ze tastte naar haar hoofdje. ‘Abbie’, begon de vrouw. ‘Haal het elastiekje er maar even uit. En kam je haar zélf eerst even. Dan kan papa...’ Het meisje begon piepend te huilen. ‘Abbie’, vleide de moeder. ‘Lieverdje.’

Het beeld schudde, het gehuil verdampte, en op het scherm verscheen een man met een joviaal, welvarend pilotenhoofd. ‘Ha, poes!’, riep hij opgewekt. ‘Is het fijn daar?’ De vrouw knikte. ‘Je moet d’r haar eerst even goed dóórborstelen’, zei ze. ‘Onderaan beginnen. En dan...’

‘Is goed, poes’, hernam de man lachend. ‘Gaan we doen. Zeg, nu ik je toch heb...is die worst nog goed? Ik vond ’m een beetje, nou ja, hij lag helemaal achter in de koelkast en ik dacht...’ In beeld verscheen een stuk leverworst, een halve zowat, met de kenmerkende bruine randjes van een leverworst die al een dag of wat geleden is aangesneden, en door niemand zorgzaam met folie afgedekt.

De vrouw beet op haar lip. ‘Die is van woensdag’, constateerde ze. ‘Je moet er even een stukje afsnijden.’ ‘Is goed, poes’, lachte de man weer. ‘Zeg, en weet jíj waar Abbies balletschoenen liggen?’ De vrouw sloot haar ogen. ‘Linksboven in de gangkast’, fluisterde ze. ‘Aan uw rechterhand de oude vismarkt...’ schalde de kapitein.

‘De gangkast?’, riep de man. ‘Hee, wat raar, ik zie ze niet. Nou, doet er niet toe. We redden ons wel hoor! Alleen Basje is best wel ziek. Echt zo’n scheurende rothoest heeft-ie. Ik geef ’m je even, moet jij maar even zeggen of ik de dokter moet bellen. Maar je geniet toch wel, daar?’

De vrouw keek me van opzij wanhopig aan. Toen richtte ze haar blik weer op het scherm en zuchtte: ‘Ja hoor, schat. Ik geniet met volle teugen.’

Source: Volkskrant

Previous

Next