Het is vrijdagmiddag, iets na vieren en in het chique Hotel de l’Europe, onder toeziend oog van de opgedirkte Amsterdamse socialites, botsen twee modellen tegen elkaar op. Het zal niet de eerste keer zijn in deze Amsterdam Fashion Week. De editie van dit jaar barstte van de amateurmodellen en dat was een verademing, want hoe vaak zie je in Milaan of Parijs een model met een gipsbeen? Over de hele Amsterdamse modeweek telden we er drie. Plus twee kinderen, zeker vier senioren en meerdere virtuele avatars. Niet als een radicaal statement, maar gewoon omdat iedereen die kleding draagt ook een model kan zijn.
Doordat er wereldwijd meer dan 100 modeweken zijn, en slechts een handjevol relevant zijn voor het modebeeld (alleen die van Milaan, Parijs en Londen), richt de Amsterdamse modeweek zich op nieuw talent en duurzaamheid. Mede-oprichter Danie Bles: ‘Eigenlijk is het met dat jonge talent zo dat ze vanzelfsprekend duurzaam zijn’.
Dat geeft te denken. Hoe duurzaam is het precies om elk jaar een nieuwe rits merken te presenteren die wéér nieuwe creaties van afgedankte spullen maken? We komen er in vier dagen niet achter. Wel zien we veel vindingrijkheid. Soms op niet vanzelfsprekende plekken zoals de culturele vrijplaats de Vondelbunker en queer-hotspot Club Church. Juist wanneer het polderglamour vervaagt, valt schoonheid opeens op.
Wat je mist: de Nederlandse modemerken die ons op de kaart zetten. Daily Paper, Filling Pieces of Patta. Bles: ‘Ik benader vrij actief, maar tot nu toe willen zij vooral naar het buitenland.’
Dat gold niet voor Ronald van der Kemp, officieel couturier bij de Parijse modefederatie, die werd gekoppeld aan de commerciële schoenengigant Steve Madden. Hij koos als rode draad voor papier, want: ‘Extreem duurzaam’. Alsof hij haastig onder een contractuele verplichting wilde uitkomen, bestonden de eerste looks uit tamelijk opzichtig papieren jurken met opschriften als look at my shoes. Maar die finale! Zes couturestukken waaronder een plisséjurk van gevouwen A4'tjes én een jurk van crêpepapieren rozen, individueel geverfd (‘drie weken werk’) lieten zelfs de meest blasé influencers glunderen.
Er was ook aanstormend talent, een groot deel ervan bij de Lichting-selectie, een selectie waarvoor mode-alumni zich konden aanmelden naast de drie gekozen afstudeershows. Vlak voor aanvang staat een groepje studenten, die als model meelopen in de show, voor de deur van cultuurhuis Felix Meritis aan de Keizersgracht te blowen. Een klein half uur later, lopen ze met roodgloeiende ogen en een gelukkige glimlach in de show. Het mocht er zijn. Net als de grote verscheidenheid aan ontblote tepels en lijven op de catwalk. Het zijn blijkbaar gouden tijden om je oude trouwjurk of ongebruikte motorpak te verkopen. De freethenipple-generatie is afgestudeerd en ze komen die kledingstukken graag verknippen om er in te feesten.
Vooral Eva Marie-Louise Vos trok bij de Lichting de aandacht. Ze won niet, maar bleef het publiek wel bij. ‘Bimbo from 010’ stond in dikke zwarte letters op het ontblote bovenlichaam van een van de eerste modellen die in haar show liep. Hij droeg een lange zwarte broek, gemaakt van zwarte riemen met zilveren ringgaten en gespen. Het zijn referenties aan de vroege jaren 2000, die helemaal in zijn onder jonge modeliefhebbers van nu.
Inspiratie vond Vos in de queer-techno scene, een plek waar ze zich ontzettend vrij voelt en haar vrouwelijke kant laat zien. Dat zag je terug op de catwalk: roze plooirokjes waar de billen onderuit kwamen, blote borsten en doorschijnende, kanten stof.
Yousra Razine Mahrah won de Lichtingprijs van 10.000 euro met haar collectie ‘kutmarrokanen’. Een duistere clash tussen Berberse geitenkostuums, sexy lingerie en formele Marokkaanse kleding.
Tess van Zalinge trapte de modeweek af in Rotterdam, op het dak van het kunstdepot van het Boijmans van Beuningen. Vijf minuten voor aanvang brak er bij het modepubliek, dat piekfijn gekleed was, lichte paniek uit: er zou een regenbui onderweg zijn. Die bleef uit.
Vioolmuziek begon te spelen, gespeeld door drie violisten die ‘uit angst voor de regen’ binnen bleven. Even leek het alsof de gasten aan het hof van Louis XIV waren beland. Op de catwalk kwamen korsetten voorbij en enorme pofmouwen en jurken vervaardigd uit restmaterialen afkomstig van grote modehuizen.
Wie niet alleen op de kleding lette, herkende de gezichten die voorbij kwamen: zangeres Maan de Steenwinkel, RTL-Boulevard presentator Laïs van Niel en Harpers Bazaar-hoofdredacteur Miluska van ’t Lam. Hiervoor koos Van Zalinge onder het mom van ‘iedereen moet zich kunnen identificeren met couture’, maar het zorgde natuurlijk ook voor publiciteit.
Tess van Zalinge, een liefhebber van vakmanschap, maakte de verwachtingen waar, vooral toen de muziek overstemd werd door geklingel: een model dat voorbijliep in een overgooier gemaakt van glas in lood.
De ontwerper waarbij het vakmanschap het meest in het oog springt is Max Zara Sterck. Zo’n vijf jaar werkte ze aan ‘een gouden silhouet’, dat de basis vormt voor al haar ontwerpen en de zijkant van het vrouwelijk lichaam benadrukt.
Na te hebben gewerkt voor internationale merken als La Perla, J.W. Anderson en Alexander McQueen, is Sterck neergestreken in Amsterdam. In een pikdonkere loods in Amsterdam Noord maakte ze haar debuut. Het eerste model droeg een zwarte lange jurk met een metalen cirkel die de buik benadrukt, volgens Sterck ‘het meest intieme lichaamsdeel van de vrouw, dat vaak wordt weggestopt’.
Daarna dansten er twee modellen door de ruimte: een in een witte jurk, de ander in een zwarte. Als een carrière als ontwerper was mislukt, had Sterck voor een baan als wiskundige gekozen. De harmonie van getallen vindt ze prachtig. Met haar collectie wil ze benadrukken dat iedereen zowel positieve als negatieve gevoelens ervaart: juist die combinatie maakt mensen krachtig.
Ah, meer van die upcycling waar iedereen het over heeft. Op het dak van het Adyen-gebouw nabij het IJ toonde het designduo van Atelier Reservé voor de tweede keer een collectie van opnieuw-in-elkaar-gezette streetwear.
We zien een motorjack dat uit drie jassen bestaat, gedecoreerd met losgeknipte panelen van een sportschoen. Diezelfde schoen zit ook verwerkt in een petje. Opvallend is hoe schoon die ‘upcycling’ was. Blijkbaar heeft sponsor New Balance grote partijen onverkochte schoenen gedoneerd.
De broeken lijken het resultaat van een ongeluk, waarbij jeansbroeken in elkaar zijn verwikkeld. Vrijwel alle zorgvuldige samengestelde looks hebben streetwear als uitgangspunt en op een paar items zie je Japanse Sashiko-technieken, een manier om kapotte broeken met borduursel om te toveren tot rafelige imperfecte kunstwerken. Het is precies het soort kleding dat nu al zes jaar uit het atelier rolt, maar de methodes en patronen zijn dit jaar een stapje complexer geworden.
Niet elke genodigde durfde de railing vast te pakken in de queerclub die ook ‘oily sexparties’ huist. Toch was queerbar Church het ideale podium voor The Patchwork Family, een collectief van een stuk of tien ontwerpers die allemaal in hun eigen signatuur presenteerden.
In een show van een uur, afgetrapt met een rapshow, zien we Hollandse theedoeken, slim in elkaar genaaid tot blazer of handtas. Een cowboykamerjas vol strass-steentjes. Minirokken van Barbiehaar. Een show voor clubkids zonder pretenties en wie goed keek, zag onder al die humor knap gemaakte upcycling.
Na een jaar van afwezigheid stond Elzinga deze editie weer op het programma. Voor de show van het merk, waar zowel ontwerper en muzikant Lieselot Elzinga als de Fin Miro Hämäläinen achter schuilen, moest het publiek in de Vondelbunker zijn. Oorsponkelijk een (atoom)schuilkelder, nu een vrijplaats voor alternatieve cultuur.
Bij Elzinga was er geen gastenlijst, geen front row, iedereen was gelijk en iedereen was welkom, en dat was even schrikken voor de pr-dame die toch bij de deur stond met een gastenlijst. Een van de vaste bezoekers: ‘Dit is een mooi contrast, die knappe modellen in onze lelijke bunker’.
Onder begeleiding van de band van Lieselot (ze deed zelf ook mee) liepen de modellen langs in Pierre Cardin-achtige space age-jurken vol met referenties naar de jaren zestig. Om het publiek te dwingen echt naar de kleding te kijken, stapten de modellen een voor een op een draaischijf, die belicht werd met ledlicht waardoor de kleding veranderde van kleur. Het deed een beetje denken aan die virale jurk uit 2015: ‘Is deze jurk nou blauw of wit?’
Als het aan Lieselot ligt, staat Elzinga volgend jaar weer op het programma: ‘Er moet een plaats blijven voor merken die de undergroundscene vertegenwoordigen, zoals wij dat doen.’
Zonder kleding
Ook het übercoole Nederlandse merk Botter stond op het programma, niet met een show, maar met een feestje in de Jimmy Woo op het Leidseplein. Een club waar menig modeliefhebber zo’n tien jaar geleden nog vaak te vinden was. Botter, van ontwerpduo en koppel Lisi Herrebrugh en Rushemy Botter, maakt ‘Caribische couture’, te zien in de Parijse modeweek. Maar in Amsterdam is daar niets van te zien, waarschijnlijk vanwege het contract met Parijs. Om Amsterdam toch te steunen, en omdat ze niet vies zijn van een feestje, verzorgden ze de afterparty.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikserv Source: Volkskrant