Terwijl de Japanse premier Fumio Kishida geniet van rauwe octopus, proeft zijn minister van Economische Zaken de heilbot in een supermarkt in Fukushima. De openbare smulpartijen moeten het vertrouwen in Japanse vis en zeevruchten terugwinnen, een week na de lozing van licht radioactief bluswater van de kerncentrale van Fukushima. De kerncentrale raakte in 2011 beschadigd tijdens een aardbeving en de daaropvolgende tsunami.
Dat de lozingen volgens het Internationaal Atoomagentschap niet onveilig zijn, maakt op de Chinese regering geen indruk. Maandenlang voerde Beijing campagne tegen het lozingsplan. Zonder effect, dus vorige week verbood de Chinese regering onmiddellijk alle import van Japanse zeevruchten en vis. Daarmee zijn Japanse vissers, die in 2022 voor 600 miljoen dollar naar China exporteerden, hun grootste buitenlandse afzetmarkt kwijt. Het resultaat zag Kishida donderdag op de vismarkt in Tokio, waar exporteurs van de in China geliefde jacobsschelpen klaagden dat hun verkoop met 90 procent is gekelderd.
Over de auteur
Marije Vlaskamp schrijft voor de Volkskrant over de positie van China in de wereld. Ook volgt ze de ontwikkelingen elders in Azië. Ze was 18 jaar correspondent in Beijing.
Al maken zeevruchten en vis slechts 1 procent uit van de totale Japanse export, Tokio dreigt naar de Wereldhandelsorganisatie te stappen om de visboycot van tafel te krijgen. De kans op een diplomatieke oplossing lijkt klein, want China is pas net begonnen Japan af te straffen. Bijvoorbeeld met drieduizend telefoontjes met het Chinese kengetal +86 waarmee overheidsinstellingen, scholen, ziekenhuizen en bedrijven in Fukushima maandag werden lastiggevallen. Ze kregen een tierende Chinees aan de lijn. Energiebedrijf Tepco kreeg het als uitbater van de kerncentrale met zesduizend Chinese telefoontjes het zwaarst te verduren.
De ongekende Chinese visboycot is een escalatie van al langer bestaande spanningen in een relatie die zelfs in goede tijden stroef is en blijft. De Chinese regering is verbolgen over de steeds innigere militaire samenwerking tussen Japan en de Verenigde Staten, volgens Beijing met het doel de opkomst van China te stuiten. De visboycot is een extra stok om Japan mee te slaan.
Chinese staatsmedia lezen Japan dagelijks in vlammende bewoordingen de les over de ‘onverantwoordelijke en egoïstische’ daad om de wereld op te zadelen met het koelwater. Basisscholieren houden op Douyin, de Chinese versie van Tiktok, spreekbeurten over Japanse oorlogsmisdaden. Clipjes van zestienjarigen die aan de telefoon tekeergaan tegen een ziekenhuis in Fukushima worden geliked, gedeeld en geïmiteerd. Er gaan oproepen rond om cosmetica en andere Japanse producten te boycotten, en Japanse reisbureaus krijgen vanuit China annuleringen voor de herfstvakantie binnen.
Toch is Tokio overvallen door de visboycot, volgens de Japanse zakenkrant Nikkei Asia. Economisch betekenen China en Japan veel voor elkaar, dus meende de Japanse regering dat de Chinese president Xi Jinping met het oog op de economische malaise in China de verhoudingen niet verder wilde beschadigen.
De kalender werkt echter niet mee. In september herdenkt China zowel het begin als het einde van de Japanse bezetting. Niet het beste moment om de rond Fukushima opgeklopte anti-Japanse sentimenten te bedaren, want rond deze periode begint de slecht geheelde wond die het gruwelijke Japanse optreden in China voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft achtergelaten juist te jeuken.
Japan heeft zich blijkbaar verkeken op de manier waarop de Chinese partijleiding nationalistische sentimenten gebruikt als bliksemafleider. Met magere economische resultaten, werkloosheid en een crisis op de vastgoedmarkt heeft Beijing op dit moment genoeg problemen om de anti-Japanse gevoelens flink op te stoken.
Nationalisme en anti-Japanse gevoelens gaan in China hand in hand. Ook Xi’s voorgangers gaven patriottische heethoofden soms de ruimte om het officiële ongenoegen van de staat tegen Japan kracht bij te zetten. Dat gebeurde in 2005: de aanleiding was toen een Japans lesboek dat massamoorden in China door de Japanse bezetter bagatelliseert. De oplopende ruzie over een betwiste eilandengroep had in 2012 hetzelfde gevolg.
Zowel in 2005 als 2012 waren er wekenlang betogingen in een groot aantal Chinese steden, waarbij soms Japanse restaurants, fabrieken en winkels werden vernield. Zodra de volkswoede het belang van de overheid niet meer diende, ging de nationalistische geest terug in de fles met een dosis repressie. Toen in 2012 bij anti-Japanse demonstraties in Beijing ook verdekte kritiek op de partijleiding werd geuit, was het direct afgelopen met de betogingen.
Xi doet dat anders. Durfden zijn voorgangers geen anti-Japanse boycot aan, Xi wachtte er geen dag mee. Tot straatprotesten komt het juist weer niet: tot dusver blijft het bij incidenten zoals eieren gooien en een enkele steen naar twee Japanse scholen. Onder Xi is een generatie van ‘rationele nationalisten’ opgekweekt, die demonstreren meer iets vindt voor bejaarden zonder smartphone. Een anti-Japans filmpje online zetten, is gemakkelijker en veiliger voor iedereen.
Als nationalistische sentimenten online omslaan in ongewenste uitingen van onvrede, kan de censor direct ingrijpen en de staatsmedia staan klaar met het correcte denkraam: de Communistische Partij heeft in de Tweede Wereldoorlog Japan ook het hoofd weten te bieden, dus de beste uiting van vaderlandsliefde is Xi zijn gang laten gaan met Japan.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden