Dat leraren moeten beschikken over digitale bagage, is evident. Kinderen hebben baat bij digitaal vaardige leraren. Dat vinden de meeste leraren zelf ook. Een belangrijk punt wordt echter vaak vergeten als het gaat het over digitalisering en de leraar: de rechten van kinderen in de digitale wereld, de problemen daarmee, en welk appèl dat op de leraar doet.
Op het eerste gezicht lijkt er weinig aan de hand. Op internet spelen kinderen dat het een lieve lust is. Ze communiceren met hun vrienden en ze worden er wijzer van, onder schooltijd en daarbuiten. Tegelijkertijd zijn predictive analytics en profiling schering en inslag. Ook in het onderwijs.
Over de auteur
Remco Pijpers is specialist digitale geletterdheid en ethiek bij stichting Kennisnet. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Zo werden kinderen tijdens de coronapandemie op grote schaal getrackt door tal van educatieve apps en sites, ontdekte Human Rights Watch. Wat kinderen doen in het klaslokaal, waar ze zijn, wat ze buiten de klas doen en waar ze verder op het internet uithangen – het werd allemaal vastgelegd.
Sinds corona zijn scholen zelf ook kinderen meer gaan monitoren, ondersteund door de platforms van grote techbedrijven, zoals Google for Education en Microsoft Teams for Education. Grote hoeveelheden data van leerlingen gaan rond, voor toepassingen om te leren of voor het administratiesysteem van de school.
Scholen en bedrijven maken afspraken over dataverkeer en de overheid dwingt ‘edtech’-bedrijven om zich te houden aan privacyregels. Maar de problemen zijn de wereld nog niet uit, zo blijkt uit Brits onderzoek. Al boekt Nederland in het ‘temmen’ van surveillancetechnologie gelukkig vooruitgang.
Unicef stelde in 2021 dat digitale kinderrechten nadrukkelijker voorop moeten worden gezet. Kinderen moeten online vrij kunnen spelen, communiceren en leren, zonder dat er wordt meegekeken, zonder dat ze commercieel worden gemanipuleerd. En de overheid moet doen waar het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties haar toe verplicht: erop toezien dat kinderrechten worden nageleefd, offline en online. Dat gebeurt onvoldoende. Onlangs schreef de Unesco, de cultuur- en educatietak van de VN: ‘De privacy, veiligheid en het welzijn van kinderen lopen gevaar door een gebrek aan toezicht op de onderwijstechnologie-industrie.’
Hoe kunnen leraren er in deze context voor kinderen zijn? De Australische wetenschapper Luci Pangrazio beschrijft vier ideaalbeelden:
1. Docenten als onderzoekers van digitale platforms – platforms kritisch beschouwend.
2. Docenten als opvoeders die leerlingen onderwijzen hoe ze platforms kunnen gebruiken en uitleggen hoe hun almacht functioneert.
3. Docenten als activisten die zich verzetten tegen het gebruik van schadelijke platforms, en opkomen voor de rechten van leerlingen.
4. Docenten als ontwerpers die zich een voorstelling kunnen maken van alternatieve (onderwijs)platforms en hoe die kunnen werken.
Leraren hebben stevige digitale bagage nodig om aan deze idealen te voldoen. Misschien is dit te veel gevraagd. Maar ernaar streven kan natuurlijk altijd. De aanstaande kerndoelen voor digitale geletterdheid geven straks in elk geval houvast. Lerarenopleidingen werken samen aan een sterkere positie voor technologie in het curriculum van toekomstige leraren. Ook dat kan houvast bieden.
Maar het wezenlijke zit niet in de gereedschapskist van de leraar – met digitale tools, kennis en vaardigheden. Het wezenlijke zit hem in de momenten dat de leraar voelt dat de grond onder hem of haar vandaan zakt. Dat zijn de momenten, bij steeds weer nieuwe ‘digitale’ situaties, dat het confronterende besef doorbreekt dat het welzijn van kinderen op het spel staat. Momenten waarop er een appèl op de leraar wordt gedaan.
Dat besef dringt zich bijvoorbeeld op wanneer de monitorsoftware de mogelijkheid biedt nog meer over kinderen vast te leggen, zonder dat kinderen daarover zijn geraadpleegd. Of wanneer de school gratis VR-brillen accepteert om te experimenteren met ‘het onderwijs van de toekomst’, zonder kritische vragen over de biometrische gegevens die worden verzameld.
Onderzoeker Pangrazio stelt in haar essay: ‘Net zoals deze generatie jongeren protesteert tegen klimaatverandering, moeten leraren in opstand komen tegen invasieve technologieën om de digitale rechten van hun leerlingen te beschermen.’
Een ‘opstand’ klinkt wel erg heftig. Maar opstaan moet. Opstaan is gehoor geven aan het pedagogisch appèl.
Er zijn gelukkig leraren die dat doen. Leraren die een keer geen digitaal vinkje zetten wanneer een leerling iets te laat komt. Leraren die petities opstellen voor smartphonevrije scholen. Leraren die digitale technologie ontwikkelen die kinderrechten bevorderen.
Kinderen en jongeren hebben meer van zulke leraren nodig. De wereld heeft meer van zulke leraren nodig.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden