Home

Het Festival Oude Muziek in Utrecht brak records maar heeft behoefte aan verjonging

In de beginjaren wees je ze in Utrecht zo aan: bezoekers van het Festival Oude Muziek. Ze marcheerden in colonnes door de binnenstad, van zaaltje naar zaal, van binnenplaats naar kerk. De herkenbaarheid werd een cliché, met als vaste stijlelementen de linnen tas en de geitenwollen sok. Grappenmakers herdoopten de tiendaagse in het ‘festival ouwe meuk’.

Nu, op een zaterdag tijdens de 42ste editie, pik je het oude-muziekvolk er nog amper tussenuit. Ze zijn er onverminderd, zo blijkt op de concertlocaties, in kleding die meest is meegegaan met de tijd. Maar in de kolkende binnenstad, met kuddes consumenten, studenten en toeristen, krijg je ze nog maar moeilijk in het vizier.

Over de auteur
Guido van Oorschot schrijft sinds 2000 voor de Volkskrant over klassieke muziek en opera. Hij maakt de maandelijkse podcast Klassieke klets.

Op avontuur in vergeten eeuwen, zo luidt vanouds de Utrechtse belofte. En inderdaad, op een zaterdagse strooptocht sprokkel je verhalen en inzichten, aha-ervaringen en minuten waarin je wegsmelt. Zet in de compacte Pieterskerk maar eens zes viola da gamba’s op een rij, oude strijkinstrumenten die nog het meest lijken op een cello. Plaats er de leden van het Hathor Consort achter, met pakweg 17de-eeuwse muziek van John Coprario, en de hemelpoort zwaait zinderend open.

De knieviool en zijn muziek raakten eeuwenlang in de versukkeling. Zoals álle muziek uit Middeleeuwen, Renaissance en Barok in de versukkeling raakte. De herleving begon in de 19de eeuw, pakte stevig door in de jaren 1960, en mondde onder meer uit in het Festival Oude Muziek, nog altijd ‘s werelds grootste en best gesorteerde. De editie van dit jaar stond stil bij die historische wortels. Hoe heeft de revival uitgepakt? En hoe lang kunnen we ermee door?

In de Domkerk zie je in een oogopslag de opgave die wacht: verjonging. Bar weinig veertigminners zakken neer om acht keer een uur te luisteren naar de verzamelde meerstemmige missen van Josquin Desprez, toch de grootste componist van vóór 1600. Onder het orgel staan negen zangers van The Tallis Scholars. Opgericht in 1973 tijdens het hoogtij van de oude-muziekrevival. Een decennium of wat maatgevend. Daarna afgeserveerd door fijnproevers, wegens mooi maar gaapverwekkend.

Fraai klinkt het na een halve eeuw nog steeds. Wel zoekt oprichter en dirigent Peter Phillips nadrukkelijk meer expressie, met soms zelfs gromklanken naar Russisch-orthodoxe snit.

Maar de frontlijn in oude koormuziek ligt allang ergens anders. Deels bij Vox Luminis, een Belgische groep die hoge ogen gooit in kerkmuziek uit de Duitse Barok. Geef ze Bach en zijn voorlopers en ze blazen de cantates en motetten vol leven. Maar in de grote zaal van TivoliVredenburg belicht Vox Luminis Bach en zijn návolgers. Dat blijkt een minder gelukkige greep. Niet elke koorzanger kan bijvoorbeeld een solo aan. En hoewel de noten van Mendelssohn en Brahms soms warm kloppen, blijf je achter met het idee: andere koren doen dit beter.

Het mooiste verhaal klinkt een paar uur later in dezelfde grote zaal. L’incoronazione di Poppea, ‘de kroning van Poppea’, de laatste opera van Claudio Monteverdi. Noem hem de steppingstone tussen Josquin en Bach. Rond 1600 zat hij bij de Italiaanse uitvinders van de operakunst. Al experimenterend dachten ze het muziektheater van de oude Grieken te hebben gereconstrueerd. Het was een misvatting, maar de opera bleef.

En zo kijken we zaterdagavond naar de revival van een revival. Vuige historie, vol morele rot: Nero, de Romeinse dictator, dankt zijn vrouw Ottavia af en kroont zijn minnares Poppea tot koningin. De tekst heeft briljante trekjes. Neem Arnalta, de voedster die zichzelf presenteert als ‘een wandelende zak met knoken’. In een monoloog legt ze de vinger op een plek die moeders richting Rusland ongetwijfeld herkennen. Baren wij vrouwen een zoon, zingt Arnalta, dan baren we met elkaar onze eigen tirannen, de wrede beulen die ons leegzuigen en afslachten.

En dan componeert Monteverdi er in 1642 ook nog adembenemende noten bij. Sensueel in liefdesduetten, giftig in haattirades. Jammer dat het Franse ensemble Le Banquet Céleste te vaak een fluwelen handschoen aantrekt. Op weg naar een geënsceneerde versie in de Bretonse hoofdstad Rennes hebben een paar wankele zangers nog werk te verrichten. Zo niet de geweldige mezzosopraan Victoire Bunel. Die komt als een vuurspuwende Ottavia in het Utrechtse boek met hoogtepunten.

Wie op het Vredenburg z’n vinger in de lucht steekt, voelt verandering. Een potentiële vernieuwer is de Fransman Simon-Pierre Bestion (35). Hij omarmt oosterse zangtradities en maakt ritualistische voorstellingen met een verhaal. Ook wie Monteverdi’s Mariavespers niet kent, laat zich door zijn aanpak meezuigen. En is de naam Josquin je vreemd, dan lokt hij je met sax en drums.

Volgend jaar luidt het thema Sevilla. Het opent de deur naar Spanje, met z’n eeuwenlange vrede tussen joden, christenen en moslims. En via Spanje komt Latijns-Amerika in beeld, met connotaties van slavernij en kolonialisme. Ja, zo kan een oude-muziekfestival wel weer even vooruit.

Het Festival Oude Muziek claimt ruim 80 duizend bezoekers te hebben getrokken, een record in de 42-jarige historie. De liefhebbers konden niet alleen terecht bij betaalde en gratis concerten, maar ook bij een oude-muziekmarkt, een symposium en het Van Wassenaer Concours. Dat werd gewonnen door het middeleeuwse zang- en vedelduo Memor.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next