Als de president van Tunesië vroeger het koffiehuis binnenkwam, bestelde hij altijd hetzelfde. Espresso zonder suiker. ‘Dat is ook het enige wat hij zei als hij binnenkwam’, memoreert barman Lassad Traya (50) over zijn oude stamcafé aan de westkant van Tunis. ‘Hallo, zei hij dan, een espresso graag.’ De koffie dronk Kais Saied staand aan de toog, voor hij weer verdween.
Dat waren de goede tijden, zegt de barman. Tegenwoordig is het land onder leiding van diezelfde Saied in de ban van een economische crisis. Traya is door zijn voorraden koffie en suiker heen, en niemand kijkt daar van op. Supermarkten in Tunesië hebben de koffie gerantsoeneerd, ze verkopen maximaal twee pakken per klant. Hetzelfde gebeurt met rijst en suiker. Café Baraket heeft de prijzen omhoog gegooid, waardoor klanten nu 20 procent meer voor hun espresso betalen dan de president een paar jaar terug.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).
Symbolisch voor de malaise zijn de lange rijen, elke ochtend, voor de bakkerijen. Die komen niet uit de lucht vallen: het land importeert het grootste deel van zijn tarwe en graan. Tunesië betaalt daarvoor in dollars, maar die raken snel op door de wereldwijde stijging van voedselprijzen. Investeerders durven Tunis geen leningen te verstrekken; kredietbeoordelaars als Fitch verwachten dat het land niet in staat is die terug te betalen. In de hele keten ontstaan tekorten.
De economische crisis is de stille aandrijver van de huidige emigratiegolf vanuit Tunesië. Het gaat niet alleen om Tunesiërs zelf die de moed opgeven (zoals een flink aantal dat ook deed na de vorige crisis, in 2008-2009), maar ook om sub-saharaanse, zwarte migranten. Zij worden, aangemoedigd door de haatdragende retoriek van president Saied, aangewezen als zondebok voor de economische malaise.
In Brussel leeft de angst dat de Tunesische economie omvalt. Deze zomer werd daarom haast gemaakt met het afsluiten van een migratiedeal met Tunis. In ruil voor het tegenhouden van migranten werd de regering-Saied 1,1 miljard euro in het vooruitzicht gesteld, grotendeels bestaand uit leningen. Voorwaarde is wel dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) over de brug komt met een steunpakket.
Bij lidstaten als Italië leeft sterk het sentiment dat Europa president Saied niet in de steek mag laten, volgens het principe better the devil you know. ‘Laten we niet de fout maken Tunesië uit handen te geven aan de Moslimbroeders (de belangrijkste oppositiepartij, red.)’, sprak minister Antonio Tajani (Buitenlandse Zaken) eerder dit jaar omineus.
De broodcrisis is goed zichtbaar bij de bakkerij van de broers Zameli in hartje Tunis. Op een doordeweekse ochtend staat er een rij van ruim veertig klanten. Naarmate de dag vordert, worden de lontjes korter. ‘Wegwezen’, buldert eigenaar Khaled Zameli (54) naar een hengelende klant aan de balie. ‘Je hebt je brood al gekregen. Als je meer wil, moet je achteraan aansluiten.’ De jongen druipt af.
Hoofdschuddend legt Zameli uit dat veel klanten aan het hamsteren zijn. ‘Vroeger kwamen klanten voor één of twee baguettes, nu willen ze er ineens zes. Ik ken iemand die uit paniek negen kilo macaroni insloeg, omdat hij dacht dat hij zonder zou komen te zitten.’ Om zich te verzekeren van brood, gaan sommige Tunesiërs al om vijf of zes uur ’s ochtends in de rij staan.
Achter de kassa glijden Zameli’s geoefende vingers door een imposante berg muntjes. Een stokbrood kost omgerekend 6 eurocent – een gesubsidieerde prijs waar geen regering aan durft te komen. Brood is in Tunesië meer dan alleen brood, het is een kroonjuweel van het sociaal beleid. De laatste keer dat een president aan de subsidies morrelde, was in 1984. Door de ‘broodrellen’ die daarop volgden, vielen meer dan honderd doden. De subsidies bleven. ‘Een winnend paard moet je niet inwisselen’, glimlacht Zameli.
Wat hij aan inkomsten voor brood misloopt, moet wettelijk door de staat gecompenseerd worden, maar die compensatie hebben bakkerijen al veertien maanden niet gekregen. Dat de zaak van de Zameli’s toch open kan blijven, heeft te maken met de verkoop van andere producten zoals eieren, shampoo en koffie. Een oplossing voor de broodcrisis ziet Zameli niet. ‘Tunesiërs zijn deze prijs gewend.’
Die nuchterheid delen niet al zijn klanten. ‘Brood is nu goedkoper dan veevoer, dat is bizar’, moppert de 58-jarige Najwa Ladhili. ‘Er zijn handelaren die stokbroden inslaan en ze doorverkopen aan schapenhouders.’
Een 61-jarige klant die uit angst voor represailles anoniem wil blijven, vindt dat de subsidies best geschrapt kunnen worden, op voorwaarde dat de (lucratieve) olie- en gasproductie in staatshanden komt. ‘Het probleem is dat onze president als een alleenheerser regeert. Ik heb ooit gedoneerd aan zijn verkiezingscampagne, omdat ik hem zag als vroom en schoon (niet corrupt, red.). Dat had ik nooit moeten doen.’
Aanstalten om de subsidies te schrappen maakt president Saied niet. In plaats daarvan voert hij een ‘oorlog’ tegen ‘speculanten’. Op de broodmarkt zouden malafide figuren actief zijn die bloem achteroverdrukken – een weinig geloofwaardige theorie, want een vaste, gesubsidieerde prijs laat zich niet opdrijven.
‘Ik ga mijn land niet overlaten aan de genade van monsters en aasgieren’, zei de president vorig jaar in het staccato Arabisch dat tv-kijkers van hem kennen. Ambtenaren van het bevoegde ministerie doen geregeld invallen bij bakkerijen die zich niet aan de regels zouden hebben gehouden. Het past bij Saieds autocratische stijl van regeren: kritiek wordt gesmoord, oppositieleden opgepakt. Het hoofd van de vakbond voor bakkerijen werd deze zomer in de boeien geslagen, omdat hij deel zou uitmaken van een kartel.
‘Saied verspreidt complottheorieën, hij wil gewoon niet hervormen’, zegt Louay Chebbi, als analist verbonden aan de Tunesische waakhond-organisatie Alert. De broodsubsidies ziet hij als een symptoom, niet als de kwaal. ‘De lonen zijn al vijftig jaar bevroren, dat maakt die subsidies zo belangrijk. Tunesië hoopte multinationals aan te trekken met die lage lonen, maar dat werkt niet meer. Het model moet op de schop. Investeerders willen geen laagbetaald maar gekwalificeerd personeel.’
De redding moet komen van het IMF dat klaarstaat met een hulppakket van 1,8 miljard euro, mits Saied bereid is te hervormen. Onbespreekbare ‘dictaten’, noemde Saied die voorwaarden, terwijl het zijn eigen regering was die het IMF om hulp had gevraagd.
Veel Tunesiërs zijn het wachten beu. Elders in de hoofdstad, op de markt voor groente en fruit, vertelt verkoper Tariq Ben Chaaben (35) dat hij zijn tv en horloge verkocht heeft om een smokkelaar te kunnen betalen. ‘Het is afgelopen met dit land.’ Binnenkort neemt hij de boot naar Italië – op zoek naar een beter bestaan.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden