Home

Rabotopman Stefaan Decraene: ‘Soms moet ik zeggen: jongens, we zijn wel een bank, geen ngo’

Wie onder de wapperende Oekraïense vlag het enorme kantoorpand aan de Croeselaan in Utrecht binnenstapt, kan het volgende statement niet ontgaan: in de hal staat een metershoog Vrijheidsbeeld. Het gezicht van het standbeeld is niet dat van het beeld in New York, maar heeft gelaatstrekken van een afro-Amerikaanse vrouw. Neem je vervolgens de roltrap omhoog, dan zie je de buste van Mahatma Gandhi. Bijschrift: ‘Landbouw is een Yajna (sanskriet voor offerande, red.) voor de welvaart van iedereen.’

Het is duidelijk: dit is een kantoor van een organisatie die zich betrokken voelt bij het algemeen belang. Vlak naast die buste is het kantoor van de Belg Stefaan Decraene (58), sinds acht maanden topman van de bank met de slogan ‘Growing a better world together: de Rabobank.’

Maar de afgelopen jaren is de kritiek op die leus steeds luider gaan klinken. Rabobank, goed voor 80 procent van de leningen aan Nederlandse agrariërs, zou een drijvende kracht zijn achter de intensivering van de landbouw, die nu stukloopt op ecologische grenzen, vinden klimaatactivisten. Wie niet uitbreidde, kreeg amper nog financiering, klaagden agrariërs. De bank moet meebetalen aan het oplossen van de stikstofcrisis, vindt de Tweede Kamer. En in 2017 tikte de Reclame Code Commissie tikte het bedrijf op de vingers: in een reclamespot suggereren dat de bank wereldhonger gaat oplossen, ging de commissie te ver.

‘Het heeft weinig zin om naar het verleden te kijken. Hetzelfde kun je zeggen over woningen. We hebben ook hypothecaire leningen verschaft aan woningen die niet het meest energievriendelijk zijn volgens de standaarden van vandaag de dag. Dan kun je zeggen: is er destijds niet overdreven door leningen goed te keuren?

Over de auteurs
Daan Ballegeer is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over financiële markten en centrale banken. Fleur Damen is ook economieverslaggever en schrijft over landbouw en het stikstofdossier.

‘Tegen mij zeggen boeren niks over doorgeschoten schaalvergroting. De enige kritiek die ik heb gekregen over de rol van de Rabobank was: jullie zijn te weinig fysiek aanwezig. We willen mensen zien, met wie we kunnen praten over onze landbouwactiviteiten.’

‘Daar ben ik zwaar ontgoocheld over. Ik heb mijn schouders gezet onder het Landbouwakkoord (een akkoord tussen kabinet, boeren, en andere partijen over de toekomst van de sector, red.), maar dat is jammer genoeg niet gelukt. Nu is het mijn taak om te bedenken: wat kunnen we doen om onze boeren meer duidelijkheid te geven? De afgelopen maanden zijn onze bankiers bij vijfduizend boeren langs geweest, om te kijken hoe we kunnen helpen.

‘Ook ikzelf ben op bezoek gegaan. Sommige landbouwers maken zich zorgen dat de volgende generatie hun familiebedrijf niet kan overnemen. Dat is een emotioneel onderwerp, viel me op. Als ik ergens van wakker lig, dan is het dat die onzekerheid te lang duurt. De verkiezingen zijn in november. We hebben wat ervaring, in Nederland en België, en weten: het formeren van een regering kan tijd kosten. Ik denk dat boeren geen tijd hebben.’

Rabobank wil niet passief afwachten. De bank heeft drie miljard opzijgezet voor leningen met lage rente en langere aflossingsvrije perioden, zodat agrariërs meer tijd hebben voor omschakeling naar een minder intensieve vorm van landbouw. Bovendien hoeven boeren minder eigen geld mee te brengen als ze de transitie willen financieren, en kunnen ze daarvoor meer lenen. Maar in de praktijk willen boeren daar nog niet aan, juist vanwege de onzekerheid. Toch is Decraene hoopvol. ‘Onze oplossing is er. Als er ook een politieke oplossing is, dan zal het heel snel gaan.’

‘Om eerlijk te zijn, krijgen wij die vraag simpelweg niet meer. Boeren weten ook wel in welk soort gebied ze actief zijn, en willen alleen maar investeren als ze zeker zijn dat dat rendabel is. Daarom zijn de leningen aan de landbouwsector gehalveerd ten opzichte van vorig jaar. Klanten zijn vooral huiverig voor grote , strategische investeringen, zoals voor extensivering (het houden van minder vee, red.).’

‘Als ik zeg: we zetten 100 procent in op natuur en klimaat, dan moet ik misschien afscheid nemen van heel wat boeren. Dat ga ik niet doen. Maar we moeten niet naïef zijn. Nederland exporteert nu zo’n 70 procent van de voedselproductie, maar we gaan naar een lagere landbouwactiviteit. Boeren gaan stoppen. De taak is om een evenwicht te vinden tussen een goed verdienmodel, en natuur en klimaat.

‘Bovendien moeten we nog wel zorgen voor de voedselbevoorrading. Daarover wordt te weinig gepraat, vind ik. Er zijn wereldwijd meer dan 700 miljoen mensen ondervoed. Dat is ook een realiteit, en onze verantwoordelijkheid. Hoe gaan we daarmee om? Waarschijnlijk door lokale productie van voeding te stimuleren. Nederland kan daar een rol spelen. Er is hier enorm veel kennis over voeding en landbouw, die moeten we in de toekomst exporteren.’

‘We hebben een balanstotaal van 600 miljard euro, waarvan 12 miljard in de zuivel- en veeteeltsector. Het is dus niet zo dat de financiële stabiliteit van deze bank in gevaar komt als de landbouwsector krimpt. We zijn een van de meest solvabele banken in België. Pardon, Nederland.’

Met Decraene haalde Rabobank een bankier binnen die is gepokt en gemazeld. Van 2006 tot 2011 leidde hij Dexia Bank België, onderdeel van de Frans-Belgische groep Dexia. Decraene verliet Dexia kort voordat de bank ten onder ging als gevolg van roekeloze beleggingen. Decraene had toen al een internationale topfunctie bij de Franse bankreus BNP Paribas. Toen BNP in 2021 besloot om een Amerikaanse dochterbank te verkopen, viel plots 40 procent van zijn tijd vrij. Decraene begon na te denken over zijn eigen toekomst. Rond dezelfde tijd kwam het telefoontje van Rabobank. ‘Uit de gesprekken die ik toen heb gevoerd, bleek dat ze echt iemand wilden met een zware bancaire ervaring. En ik was wel toe aan een nieuwe uitdaging.’

‘Nederlanders zijn vrij direct, maar dat ben ik ook. Men weet heel duidelijk wat ik wil en wat ik niet wil. Het enige waar ik echt aan moet wennen, is het poldermodel. Het vinden van een consensus is hier zwaar ingeburgerd. Als je snel wilt handelen, kun je niet altijd tot in den treure zoeken naar een consensus. De bank kan efficiënter, klantvriendelijker, sneller.’

‘Onlangs hebben we klanten gevraagd om ervaringen met Rabo te delen. Dat was geen leuke middag. Een bedrijf was overgenomen, en de mandaten op zijn rekeningen moesten worden overgezet naar de nieuwe eigenaar. Een simpele vraag, maar de uitvoering was een ramp. Alle bankiers zijn daar met rode kaken naar buiten gegaan. Bleek dat iedereen in dat proces zijn stukje van het werk wel had gedaan, maar dat er geen enkele aandacht was voor de doorlooptijd. Die klant was ongelooflijk ontevreden, en terecht.’

‘Het hebben van maatschappelijke impact, in zowel de energie- als voedseltransitie, leeft erg bij deze bank. Iedereen had daar ongelooflijk veel ideeën over. Soms zo veel dat ik zei: hé jongens, we zijn een bank, geen ngo. Die ideeën moesten we structureren. Daar heb ik de leiding in genomen. Over duurzaamheid rapporteert iedereen rechtstreeks aan mij. En dat heb ik niet eerst gevraagd.’

Dat polderen breekt de bank ook op andere vlakken op, vindt Decraene. ‘Bij vergaderingen geeft iedereen aan tafel hun mening, en dat wordt allemaal netjes genotuleerd. Vervolgens gaat iemand dat allemaal in procedures en processen gieten, zelfs als dat niet nodig is. Dat maakt de bank zo complex.’

De neiging om zaken te compliceren bezorgt de bank ook kopzorgen in dewitwasbestrijding, waarnaar een onderzoek van het Openbaar Ministerie loopt. Achtduizend van de 45 duizend personeelsleden wijden er voltijds hun dag aan, maar de bank heeft het nog niet op orde. ‘De toezichthouder kijkt naar je procedures, en hoe goed je die uitvoert. Ik denk dat de bank deze procedures veel te complex hebben gemaakt. Nu doen we whatever it takes om dat recht te zetten.’

‘Nee, dat is niet de oplossing. Nu doen we nog veel handmatige controles. Dat moet straks efficiënter door te automatiseren en meer gericht te onderzoek. Dan hebben we ook geen achtduizend mensen meer nodig.’

‘Wij hebben allemaal de doelstelling om crimineel geld snel mogelijk uit de maatschappij te halen. Maar de toezichthouder wilde te perfectionistisch zijn. Vergelijk het met een net uitgooien. Als de gaten te groot zijn, zwemmen alle vissen erdoorheen. Maar als je de gaten te klein maakt, vang je ook alle kleine visjes die je niet moet hebben. We zitten nu eerder in die laatste situatie, waarbij elke mogelijke transactie verdacht is. Daardoor vallen we waarschijnlijk veel klanten lastig met vragen die geen enkele zin hebben. We moeten onszelf echt gaan versimpelen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie Source: Volkskrant

Previous

Next