Home

Varkenssoja en rundererwten dienen zich aan als nieuwe vleesvervangers

Het lijkt er dus écht op. Splijt een van de sojabonen die het Brits-Amerikaans-Nederlandse bedrijf Moolec Science onlangs presenteerde, en dit is wat je ziet: geen groene, maar een zachtroze, vlezige binnenkant. Varkentjesroze, om precies te zijn. En niet toevallig. De eiwitten in de boon bestaan namelijk voor tot wel een kwart uit varkenseiwitten.

Vandaar ook de naam. ‘Piggy Sooy’, besloot het bedrijf de boon te noemen: varkentjessoja. En meer is in aantocht. Op de rol staan onder meer een erwt die eiwitten uit rundvlees bevat, en een distel genaamd saffloer met visvetten erin. ‘Er komt een hele waslijst aan’, zegt Henk Hoogenkamp, een vlot pratende dertiger die Moolec een paar jaar geleden samen met twee buitenlandse compagnons oprichtte.

Moolec is de enige niet. In Boston probeert het jonge voedselbedrijf Motif Foodworks een spiereiwit van runderen tot uitdrukking te brengen in maiskolven. Of neem de plantaardige hamburgers van Impossible Foods: aangevuld met extra ijzerhoudend eiwit, om ze een vlezigere smaak en beet te geven. Het eiwit in kwestie komt uit soja, maar is nauw verwant aan zijn dierlijke evenknie hemoglobine.

Het draait allemaal om geloofwaardigere, betere vleesvervangers. Als alternatief wellicht voor uit cellen gegroeid kweekvlees, dat voorlopig nog peperduur is en volgens een recente doorrekening mogelijk nog belastender voor milieu en klimaat dan de veeteelt zelf. Dus waarom niet: varkensvlees van de akker? Of rund uit de maiskolf?

Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech. Voor zijn coronaverslaggeving werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar.

Hoogenkamp ontvangt in een opmerkelijk voedsellaboratorium vlak bij Nijmegen, in een uitbouw aan zijn woning: in feite gewoon een keuken en een fietsenhok, maar dan vol apparatuur. Bij het aanrecht staat zijn compagnon Jeffrey Pang in laboratoriumjas de afwas te doen. In de boekenkast: kookboeken van Ottolenghi, naast verhandelingen over duurzaamheid. Genetisch gemanipuleerde gewassen zul je bij hem thuis niet vinden, benadrukt hij. Grappend: ‘Anders krijg ik zo meteen nog een inval van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, op zoek naar boontjes.’

Planten zoals Piggy Sooy – gestileerd met dubbel ‘oo’, als knipoog naar de neusgaten van het varken – gaan in de overgang naar een duurzamere, maar nog wel goed gevoede wereld een belangrijke rol spelen, is Hoogenkamps heilige overtuiging. ‘Het potentieel is mind-blowing’, zegt hij. ‘En we moeten wel. In vooral Afrika en Azië is nu al een enorm tekort aan eiwitten. Dat wordt komende decennia alleen maar groter.’

Dus viel het oog op de sojaboon en de erwt. ‘Wij dachten: hoe kunnen we zorgen dat we meer halen uit wat wereldwijd nu al de grootste bronnen van eiwitten zijn? Hoe kun je zorgen dat er in je erwtje of je sojaboontje nieuwe functies komen, die bijvoorbeeld een hogere voedingswaarde geven, of een mooiere textuur of andere structuur?’

Vandaar de dierlijke eiwitten, ontstaan doordat men in het planten-dna de genetische instructies voor zo’n eiwit heeft ingebouwd. Wélke eiwitten er precies in Piggy Sooy zitten, kan het bedrijf hangende de patentprocedure niet zeggen. Maar gezien de rozeachtige tint, vermoeden experts die niet betrokken zijn bij het project dat het in elk geval gaat om een ijzerhoudend spiereiwit zoals myoglobine, dat ook in vlees bijdraagt aan de smaak en de kleur.

Je kunt zo’n boon ook gebruiken om echt vlees aan te vullen, en zo de prijs omlaag te brengen, denkt Moolec. Een praktijk die in veel landen al gemeengoed is, vertelt Hoogenkamp, die onder meer in de Filipijnen werkte aan vleesaanvullende eiwitten en vezels. ‘Maar denk ook aan vroeger, de gehaktbal van oma. Aangevuld met paneermeel’, schetst hij. ‘Eigenlijk moeten we daarnaar terug.’

Nieuw is het genetisch manipuleren van planten zodat ze ook eiwitten aanmaken die je normaliter alleen in dieren vindt niet. Al decennialang zijn er ‘Bt-gewassen’, landbouwgewassen zoals katoen en mais die beter tegen ziekte kunnen doordat ze een gifstof aanmaken, dankzij het ingebouwde gen van de bodembacterie Bacillus thuringiensis – de ‘Bt’ uit de naam. En Moolec-oprichter en ceo Gastón Paladini ontwikkelde al saffloerplanten die behalve hun eigen eiwitten ook het stremseleiwit chymosine aanmaken, voor de kaasproductie.

De nieuwe generatie ontwikkelaars is zelfbewuster en flirt nadrukkelijk met het idee: wij maken gewassen die deels plant zijn en deels dier. ‘Ontwikkelen we genetisch gemodificeerde organismen? Ja’, staat er in grote, groene letters op de site van Moolec. ‘Schaden we mensen of de natuur? Absoluut niet.’

Nog een verschil met de oude tijd van ‘Bt-mais’ en ‘Bt-katoen’: ging het destijds vooral om het verhogen van de omzet van de multinationals en de opbrengst van de grote landbouwbedrijven, pioniers als Hoogenkamp worden gedreven door een heel ander soort idealisme. ‘Onze vrienden zijn… tromgeroffel’, zegt Hoogenkamp en hij roffelt op tafel. ‘De biologische landbouw! De veganistische movement! Wij zijn namelijk vlees noch vis. We zijn 100 procent plant.’

Gewassen als varkentjessoja en rundererwtjes hebben het bovendien in zich de vaak ongelijke machtsverhoudingen in de voedselindustrie open te breken, verwacht hij. ‘De democratisering die hiervan uitgaat is giga. Moet je je voorstellen wat het met de grote producenten van, zeg, melkpoeder doet als de boer melkeiwit ineens kan telen op zijn akker.’

‘Dit is echt wel cool’, vindt ook biotechnoloog Ruud Wilbers. De Wageningse onderzoeker, zelf niet betrokken bij Moolec, probeerde ooit een tabaksplant zover te krijgen dat die kippeneiwit zou maken. ‘Dat bleek toen best lastig’, weet hij nog. ‘Alleen al omdat je uiteindelijk het eiwit uit de plant moet zuiveren, wat moeilijk is.’ Juist op dat punt ziet hij een belangrijk voordeel van de nieuwe aanpak: ‘Een sojaboon kun je gewoon eten.’

Doorgaans maakt men eiwitten in een bioreactor, een groot vat gevuld met genetisch geprogrammeerde bacteriën. ‘Maar complexe eiwitten, dat vinden bacteriën lastig. Daar kunnen planten van pas komen’, zegt Wilbers. ‘Bovendien is een plant lekker makkelijk. Hij heeft alleen water, zonlicht en grond nodig, en geen duur kweekmedium.’ Moleculaire landbouw, is de enigszins modieuze naam van de nieuwe tak van sport die erop uit is om gericht bepaalde eiwitten in planten te kweken.

Dat is de simpele versie, want doe het maar eens, een plant dierlijke eiwitten laten maken. Planten zijn er van nature niet op ingericht, zegt plantenonderzoeker René Smulders (Wageningen Universiteit). ‘Een plantencel is nu eenmaal totaal iets anders dan een dierlijke cel. Een dierlijk gen in een plantencel tot expressie brengen lukt meestal nog wel. Maar als je naar bruikbare hoeveelheden eiwit wilt, komen plantencellen meestal in de problemen. De zuurstof in de cel raakt op, of er is ineens onvoldoende ijzer – je loopt altijd wel ergens tegenaan.’

Hoe precies Moolec toch tot de geclaimde 26,6 procent varkenseiwit in sojabonen komt, wil het bedrijf niet in detail vrijgeven, vanwege de patentaanvraag. Wel heeft het te maken met de regulator-genen, stukjes dna die als volumeknoppen de productie van bepaalde eiwitten harder en zachter zetten, legt Moolecs hoofdwetenschapper Amit Dhingra desgevraagd uit, vanuit landbouwuniversiteit Texas A&M.

‘Op basis van eerder gepubliceerde wetenschappelijke studies was onze verwachting dat de planten tot 5 procent van het geïntroduceerde eiwit kunnen produceren’, aldus Dhingra. ‘Toen we de analyse uitvoerden met de Piggy Sooy-zaden, vonden we lijnen die meer dan 20 procent vreemd eiwit produceerden.’ Expert Wilbers vindt dat wel geloofwaardig. ‘Bijkomend voordeel is de keuze voor zaden. Die zijn over het algemeen droger en bevatten daardoor relatief meer eiwit dan de bladeren’, stelt hij.

Nu nog dat andere obstakel: de acceptatie. Want hoe vleesloos is het eigenlijk, zo’n sojaboon met varkenseiwit erin? Hoogenkamp ziet het probleem niet zo: volgens recente cijfers is voor vegetariërs dierenleed de voornaamste reden om geen vlees te eten. ‘En wij maken planten. Ik denk niet dat vegetariërs zozeer tegen dierlijke eiwitten zijn.’

Bij de Vegetariërsbond heeft directeur Floris de Graad toch bedenkingen. ‘Voor veel vegetariërs kan het een bezwaar zijn dat het hier gaat om genetisch gemodificeerde planten’, zegt hij. Bovendien zijn er principiële twijfels, die de bond ook bij kweekvlees heeft. ‘Wat ik problematisch vind, is dat hier toch de boodschap van uitgaat: als je geen vlees eet, mis je iets. Terwijl je gewoon prima zonder kan’, z Source: Volkskrant

Previous

Next