Home

Matthijs van Nieuwkerk: ‘Waarom was ik op momenten verdomme zo’n lul?’

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

De Wereld Draait Door Voor het eerst spreekt presentator Matthijs van Nieuwkerk zich uit over de beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag, die zijn loopbaan eind vorig jaar abrupt tot een halt brachten. „Het was confronterend om te horen: ik vond je intimiderend.”

Vanuit de woonboerderij van tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk (62) is het vier kilometer fietsen naar de dichtstbijzijnde koffiegelegenheid, Landhotel De Hoofdige Boer.

Het hotel dankt zijn naam aan boer Stuggink, die volgens een achttiende-eeuws hekeldicht zó eigenwijs was dat hij zelfs toen er allang een brug was aangelegd nog door de greppel naar de kerk liep. Hoofdig, zo noemde dichter Staring de boer. Ofwel, koppig.

Ook Van Nieuwkerk is een man van ijzeren gewoontes. Na uitzendingen van De Wereld Draait Door ging hij steevast zonder te drinken om half tien naar bed. En al vanaf het derde seizoen van het programma zonderde hij zich aan het eind van de middag telkens af om een halfuur te slapen in een bed dat voor hem in zijn kleedkamer was gezet.

Zestien jaar woont hij nu in het Gelderse Almen, midden in de Achterhoek. Aanvankelijk slechts als toevluchtsoord in de weekends – „far from the madding crowd” –, tegenwoordig de hele week. En als het maar even kan begint hij zijn dag in De Hoofdige Boer ’s ochtends met een kop koffie, met een snee krentenwegge erbij. Altijd gezeten op dezelfde plek. „De Stentor lezen, een beetje ouwehoeren met de andere gasten. Het beste begin van de dag.”

Tot het 18 november 2022 werd, de dag waarop de Volkskrant DWDD als „product van een angstcultuur” beschreef.

De krant sprak met meer dan zeventig oud-medewerkers. Ruim vijftig van hen gaven tegenover de krant aan dat achter de schermen sprake was van „structureel grensoverschrijdend gedrag”. Het artikel beschrijft verschillende incidenten, zoals een verbale vernedering van een geluidsman die door Van Nieuwkerk verantwoordelijk werd gehouden voor een technische fout. En een confrontatie met een visagiste, die volgens Van Nieuwkerk een verkeerde föhn zou gebruiken en vervolgens naar eigen zeggen naar de uitgang van het programma zou zijn gedreven. Medewerkers durfden niet aan de bel trekken, zo schrijft de krant, omdat ze door kortlopende contracten niet zeker waren van hun toekomst bij het programma.

Daarnaast beschrijft het dagblad op basis van vertrouwelijke documenten hoe ten minste vier signalen over de hoogoplopende werkdruk en de uitbarstingen van Van Nieuwkerk bij het programma niet tot veranderingen hebben geleid. Tientallen medewerkers kregen volgens de krant als gevolg hiervan burn-outs en ernstige psychische klachten. Leidinggevenden bij de VARA oordeelden destijds dat de harde cultuur erbij hoorde. „Ik ben juist trots op die mentaliteit”, zei toenmalig mediadirecteur Frans Klein daar in 2010 bijvoorbeeld over, zo memoreert de krant. Het paradepaard van de publieke omroep moest koste wat kost blijven draven.

Na publicatie van het artikel komt Van Nieuwkerk een tijd lang nauwelijks de deur uit. In een tot woonkeuken verbouwde voormalige schapenschuur brengt hij zijn dagen door. „Ik denk dat ik wel twee, drie keer op mijn fietsje naar De Hoofdige Boer ben gegaan in die tijd. Ik heb zelfs met de klink van de deur in mijn hand gestaan. Maar ik durfde niet, had te veel schaamte. Dan zag ik door het raam een tafel vol met dagjesmensen zitten en dan dacht ik: nee. Ik doe het niet. Ze zien me al aankomen zeg. Alsof er niets gebeurd is…”

Gedurende het voorjaar en de zomer van 2023 spreekt NRC driemaal met Van Nieuwkerk af, waarvan eenmaal on the record.

Na een nacht met weinig slaap zegt hij bij hem thuis aan de keukentafel: „Ik ben hartstikke nerveus voor dit gesprek. Het is denk ik het belangrijkste interview dat ik ooit ga geven.”

Als NRC hem de lijst beschuldigingen nog eens voorhoudt met het verzoek daarop te reflecteren wil hij daar weinig over kwijt. „Ik ga niet met een groen en rood potlood in de hand alle scènes en opmerkingen in dat stuk doorlopen. Dat is onnodige stilstand. We moeten vooruit en zorgen dat iets als een angstcultuur zoals beschreven in de Volkskrant niet meer voorkomt.”

Het moet over de toekomst gaan, dus. Maar eerst blikt Van Nieuwkerk „voor het eerst en het laatst” terug op het jaar dat achter hem ligt. „Deze spiegel blijft in mijn kamer hangen”, schreef hij in zijn eerste reactie op het artikel in de Volkskrant. Wat laat die spiegel hem zien?

Wie de vijftien jaar durende zegetocht van De Wereld Draait Door heeft meegekregen – het programma had kijkcijfers die almaar bleven stijgen, won alle tv-prijzen die er te winnen waren en werd in 2020 uitgezwaaid met grote odes in dagbladen – zal het zich nauwelijks kunnen voorstellen. Toch lag Van Nieuwkerk al vaker onder vuur. Voor het eerst toen de journalist, die als piepjonge hoofdredacteur al naam had gemaakt als ‘redder’ van het toen noodlijdende Parool, in 2004 total loss werd verklaard in weekblad Nieuwe Revu.

Oud-collega’s kregen pagina’s lang de kans hun indrukken over hem te delen. De teneur: Van Nieuwkerk is talentvol, innemend, maar loopt weg als het moeilijk wordt. Een kortstondig verblijf bij de Amsterdamse stadszender AT5, enkele moeilijke maanden als zendermanager van het derde net, een matig geslaagd avontuur bij actualiteitenprogramma NOVA. De toenmalige kroonprins van het mediagilde werd in het artikel door een keur aan vakgenoten gewogen en te licht bevonden.

Maar enkele maanden later klonk hij alweer opvallend monter in een lifestylerubriek in Het Parool: ‘Ik loop al mijn hele leven in de zon.’ Het jaar daarop, in de zomer van 2005, ging DWDD van start, met algauw Van Nieuwkerk als onbetwiste presentator.

Ik wist natuurlijk van die incidenten. Van mijn driftbuien

Het Volkskrant-artikel eind vorig jaar was minder snel vergeten, zegt Van Nieuwkerk. En ook nu gebruikt de presentator een weermetafoor om dat duidelijk te maken. „Er is een hele grote donkere wolk komen te hangen boven alles wat we met elkaar hebben gemaakt.”

Die wolk is nog niet verdwenen – een commissie onder leiding van oud-minister Martin van Rijn onderzoekt grensoverschrijdend gedrag bij de publieke omroep en DWDD in het bijzonder, en verwacht in het laatste kwartaal van dit jaar klaar te zijn. Vijf maanden vóór het artikel in de Volkskrant wierp de wolk zijn schaduw bovendien al vooruit. Redacteuren bij Matthijs gaat door, die eerder voor DWDD hadden gewerkt, vertelden Van Nieuwkerk dat ze door de Volkskrant werden benaderd. Juicekanalen kregen lucht van het ophanden zijnde artikel en speculeerden er maandenlang lustig op los.

Onder dat zwaard van Damocles was het moeilijk werken, vertelt Van Nieuwkerk daar nu over. „Er was uiteraard onrust. Zo van: wat behelst dit? Waar gaat dit naar toe? Het ging langzaam maar zeker alle conversaties overheersen. Ben jij al gebeld? Ga je praten? Waar zouden ze mee komen? Dat vond ik niet leuk, nee.”

Voor welke onthulling vreesde u het meest?

„Je gaat in je hoofd terug in die vijftien jaar en dan wist ik echt wel dat ik af en toe… Ik was altijd streng. Er was altijd druk op de ketel. Misschien veel meer dan bij andere programma’s. Dat wilde ik echt wel geloven. Ik wist van sommige confrontaties en ik dacht daarbij, dat was niet goed. Lelijk van mijn kant. Echt iets om me voor te schamen. Daar heb ik ook spijt over betuigd. Maar goed, die zouden ze toch kunnen opschrijven. En dat heb je natuurlijk liever niet. Dat mensen van je lezen dat je ook die kant had.”

Waarom eigenlijk niet?

„Nou, omdat je er graag goed op staat. Dat hebben we misschien allemaal wel. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen… Ik was in de arena van DWDD niet alleen maar een aardige jongen. Zeker niet.”

Waar was u bang voor?

„Ik dacht bijvoorbeeld aan de scène over de geluidsman, waar het verhaal in de Volkskrant mee begint en eindigt. Die beschrijft een woedeaanval, een ongenadig pak slaag. Verbaal. Tegenover een collega met wie ik al vijftien jaar met veel plezier samenwerkte. Hij belde mij van tevoren al op: ‘Ik ben gebeld door de Volkskrant. Ze vroegen naar het incident.’ En hij zei tegen mij wat hij ook tegen de krant zei: dat het is gebeurd. En ja, het was ook gebeurd, al – en dat zegt hij trouwens óók in de Volkskrant – heb ik hem niet op de knieën gedwongen. We hadden het de dag erna al goed uitgepraat, maar dat was zeker één van de donkerste bladzijdes uit mijn carrière.”

Wat was er nieuw voor u, toen u het artikel onder ogen kreeg?

„Ik wist natuurlijk van die incidenten. Van mijn driftbuien. Maar wat ik niet wist: dat we – zoals op de voorpagina van de Volkskrant stond – een burn-outfabriek waren. Dat we zoveel mensen achter de schermen ongelukkig hebben gemaakt. Ziek hebben gemaakt.”

Tientallen.

„Dat las ik ook.”

Geëmotioneerd: „En ja, dan schaam je je helemaal kapot. Ik wist niet dat het voor sommige mensen zó ernstig was. En dat spijt me ontzettend.”

Maar hoe kon u dat hebben gemist?

„Ik heb in de  dagen na het  stuk in de Volkskrant< Source: NRC