Ik kocht eens een jaar lang geen kleding. Wat me verbaasde, was dat me dat bijzonder makkelijk verging. Ik was goed voorbereid. Al mijn kleding lag uitgezocht, netjes en goed zichtbaar in mijn kast. In één oogopslag werd duidelijk dat het genoeg was voor een heel jaar. En dat was het. Nog wel langer dan dat.
Het helpt ook dat ik van nature geen spendeerzucht heb. Maar ik denk eigenlijk dat het bijna iedereen moet lukken om minstens een jaar geen kleding te kopen. Want we hebben er doorgaans een leven lang veel te veel van gekocht. Ik las ergens dat meer dan de helft van alle gekochte kleding niet of maar één keer gedragen wordt. Daarna zakt het weg in de donkere krochten van een volgestampte kledingkast. Zonde: van het geld, de impact op onze planeet en de ruimte in onze kast. Waarom niet eens proberen voor langere tijd niks te kopen?
De eerste stap is dus uitzoeken en uitstallen. Waardeer wat je allemaal al hebt. Mocht je een duwtje in de rug nodig hebben, dan zijn er tegenwoordig allerlei ‘outfit planners’, apps die je helpen met het bedenken van nieuwe combinaties. De tweede stap, zeker als je graag kleding koopt, is het vermijden van etalages en onlinewinkels. Schrijf je uit voor alle nieuwsbrieven en folders. Negeer kortingen. De beste deal is altijd: niet kopen.
Journalist Vincent Kouters maakt (be)sparen en beleggen simpel. Hij schreef het boek Over geld praat je wel.
Een jaartje moet je zo makkelijk kunnen uithouden. Of langer zelfs. Maar wat doe je dan als items verslijten? Of als je erop uitgekeken raakt? Dat vraagt in eerste instantie om creatieve oplossingen: lenen, ruilen, repareren, aanpassen. Er is tegenwoordig een levendige ruilhandel in kleding op gang gekomen. Op plekken als Instagram bijvoorbeeld vind je vele kledingruilinitiatieven. Als je bang bent dat van ruilen huilen komt, dan bestaan er ook verschillende kledingbibliotheken (ook wel ‘swap shops’) in Nederland, waar je bijzondere, maar ook dagelijkse items kunt lenen tegen een klein bedrag.
Het loont ook om een naaimachine aan te schaffen. Dat ding bedienen is nog best lastig, heb ik gemerkt, maar kleine reparaties kun je heus zelf uitvoeren. Zo niet, maak dan vrienden met je plaatselijke kleermaker, schoenmaker of hakkenbar.
Ten slotte, als het echt niet meer gaat, kun je altijd nog iets tweedehands aanschaffen, in kringloopwinkels of via Vinted of Marktplaats. En ja hoor, er zijn ook mensen die ondergoed, sokken en bh’s tweedehands kopen. Er wordt genoeg aangeboden dat ongedragen is, al dan niet nog in de verpakking, omdat de maat, kleur of hoeveelheid niet naar wens waren van de oorspronkelijke koper. Een kwestie van vertrouwen. En eventueel een 90-graden wasje voor de zekerheid.
Voor beddengoed en matrassen geldt trouwens hetzelfde. In dat geval is ‘refurbished’ een andere optie. Een winkel als Circular Dreams is erin gespecialiseerd. Veel matrassenfabrikanten doen het ook. Matrassen die binnen de garantietermijn zijn teruggestuurd, worden dan gereinigd en voorzien van een nieuwe hoes en goedkoper weer verkocht. Geen centje pijn.
Source: Volkskrant