Omroep Max-directeur Jan Slagter (69) heeft de onbedwingbare neiging om mannen die onder vuur liggen na publicaties over grensoverschrijdend gedrag de hand te reiken. Zowel met Matthijs van Nieuwkerk als met Frans Klein en Tom Egbers heeft hij nauw contact. Ooit ervoer hij namelijk zelf hoe eenzaam het is om verstoten te worden.
Omroep Max mag dan een ouderenomroep zijn, en Jan Slagter 69, dat betekent niet dat de boel is ingedut. ‘Ik vind het nog steeds hartstikke leuk – althans, het bedenken van programma’s, want waar ik wél klaar mee ben in dit dorp is het besturen, de vergaderingen en de werkgroepen. Op dat gebied ga ik het pitje binnenkort lager zetten. Eind 2024 stop ik als omroepdirecteur, mijn opvolging is al geregeld. Maar programma’s maken blijft leuk.’
‘Absoluut! Ik heb vanochtend gesproken over Missie Max, een programma over Nederlandse militairen in het buitenland. Daarvoor zijn we vijf of zes keer in Afghanistan geweest, in Mali, in Soedan. In Afghanistan ging ik mee op patrouille, in zo’n Bushmaster. We moesten steeds stoppen, dan stapten er twee militairen uit die met een kwastje over de grond gingen wrijven om te kijken of er een bom lag. Het zijn gewoon de Middeleeuwen waar je in stapt. Er zijn geen normale huizen, maar van die qala’s, van leem. Van buiten ziet het er nog wel strak uit, maar binnen is het een enorme troep, vol beesten en hele families. En er gebeurde ook weleens wat, dan kwam er een raketje binnen en moest je tijgerend naar de schuilkelder.’
‘Ik heb een bomaanslag meegemaakt in Mali, we zaten te eten in de kantine. Baf! We moesten gelijk op de grond gaan liggen. Ik was net met mijn toetje bezig. Dat was een moment dat ik hem een beetje kneep, want achter in de kantine hoorde ik een hoop gerommel en geschreeuw, tafels die heen en weer schoven. Ik dacht: o god, die gasten zijn binnen, nu gaan we eraan. Het bleken gelukkig Duitse soldaten te zijn die in paniek waren geraakt.’
‘Nee hoor. Toen ik weer veilig was, dacht ik meteen weer aan mijn toetje. Het was iets met pudding, daar ben ik gek op. Maar daarvoor was er paniek. We moesten eigenlijk drie minuten blijven liggen, maar in de paniek stond iedereen na een minuut al op. Tweehonderd man moest door één klein deurtje die kantine uit, nou, dan zie je dat mensen alleen met zichzelf bezig zijn. Echt niet dat ze zeiden: meneer Slagter, u bent de oudste, gaat u maar eerst. Het was duwen en trekken. Door militairen, hè. Met name de Duitsers waren erg bang. Ik ben omver gelopen.’
‘Tuurlijk, tuurlijk. Want ik zag dat iedereen dat deed. Maar ik werd omver gelopen en toen kwam ik met mijn knie op een betonnen blok neer, op een punt. Broek open, bloeden. Naar binnen in een zogeheten veilige ruimte, waar je geen bereik hebt met je telefoon, een black hole. Drie uur heb ik daar gezeten. Onze cameraman was z’n schoen kwijt. De volgende dag kregen we psychologische hulp aangeboden, maar daar heb ik geen gebruik van gemaakt. Als je het achteraf vertelt, denk je: nou, best pittig. Maar bang ben ik niet geweest.’
‘Nee, nee, nee. Ik ben trots op wat we hebben bereikt. We zijn de grootste omroep van Hilversum, met 430 duizend leden. We hebben het grootste weekblad van Nederland, met een oplage van 230 duizend stuks.’
‘Ze vonden me een rare man, een idioot, met een rollator-omroep. Nou, we zijn nu een toegevoegde waarde binnen het bestel. En toch voel ik dat dedain soms nog steeds. In het begin waren er mensen die mijn hand niet wilden schudden, die me negeerden. Ik keek nog net niet onder mijn auto als ik ’s avonds vertrok, het was echt vijandig. Heel bizar.’
‘Heel goed. Dat hebben ze bij de NPO nog nooit gedaan.’
‘Dat is mooi gezegd. Het onbehagen in de samenleving is op dit moment een beetje op drift, als ik dat zo mag zeggen. Wij willen mensen het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staan. En als het gaat om het pensioenakkoord, waar wij ra-di-caal tegen waren, roeren we ons. Dan plaatsen we een advertentie, samen met de ouderenbonden. We hebben ledendagen, waar duizenden mensen naartoe komen, je kunt met ons op vakantie, op een bloesemvaart. We hebben sinds kort in Zoetermeer Café Max, opgezet door onze stichting Max Maakt Mogelijk, dat is een prachtig etablissement geworden. Heel modern. Een broodje zalm kun je gewoon bij ons krijgen. Wil je een goede kop koffie? Hebben we ook. We hebben mooie apparaten. We hebben diverse smaken smoothies. En als dan een mevrouw om half 6 bezweet aan komt fietsen, omdat ze heeft gehoord dat ik die middag in het café ben, en zegt: meneer Slagter, eerst dronk ik thuis alleen mijn koffie, en nu drink ik het altijd hier, dan word ik daar blij van. Daar doe ik het voor.’
‘Als ik naar mezelf kijk, denk ik dat ik nu anders in het leven sta dan twintig jaar geleden. Ik heb beter zicht op wat belangrijk is en ik maak me niet meer overal druk over. Vroeger stond ik de hele tijd op het Malieveld: in Den Haag tegen kruisraketten, voor de Molukken, Veronica moet blijven. Ik ben redelijk streng opgevoed, dus dan word je al snel anti-autoritair. Wat ik vroeger ook deed, is overal op reageren. Op Twitter bijvoorbeeld. Ik werd gewoon moe van mezelf. Dat heb ik achter me gelaten.’
Dan: ‘Ik krijg energie van creatieve processen. We zijn bezig met een nieuw programma van Ilse DeLange – daar hangt ze – en Frank Evenblij, die hebben een heel goeie klik, en die gaan met z’n tweeën naar Amerika om Dolly Parton te ontmoeten. Het programma heet Hello Dolly.’
Slagter richt zijn blik op een enorm portret van Ilse DeLange aan een van de wanden van zijn werkkamer, gemaakt voor de Omroep Max-hit Sterren op het doek. ‘Ze hangt scheef, trouwens.’ Hij kijkt de kamer rond, naar de andere lijstjes aan de muur: de oorkonde voor Omroepman van het Jaar, de foto van Slagter die handen schudt met de paus. ‘O god, alles hangt scheef, zie ik nu. Dan stoffen ze dat af, prima, maar hang het dan weer recht! Toch? Het wordt een fantastisch leuk programma.
‘Dolly was de eerste echte woke woman, die opkwam voor minderheden, voor de lbht-noem-het-allemaal-maar-op. Wat mij aanspreekt! Alleen vind ik de wokebeweging van nu vervelend. We leven in een tijd waarin ik iedere keer de dader ben. Ik ben helemaal niet tegen homo’s. Tegen moslims? Ook niet. Ik ben tegen extremisten. Er was ooit iemand die vond dat er van alles mis was met de ideeën van Pim Fortuyn, en die cancelde hem zo erg dat hij hem vermoordde! Met Theo van Gogh hetzelfde verhaal.
‘Ik zeg niet dat de wokebeweging even erg is, maar ik vind de woke-aanhangers wel vaak extremistisch. Het uitsluiten van mensen, het zeggen ‘ik praat niet meer met jou’, dat vind ik gevaarlijk. Het is een kleine groep die z’n mening wil opleggen aan de zwijgende meerderheid. Die kleine groep heeft het voor elkaar gekregen dat er in de treinen ‘goedemorgen reizigers’ wordt gezegd, in plaats van ‘goedemorgen dames en heren’. Ik vind dat te gek voor woorden. Bij Jinek had ik er laatst vier tegen me, werd er gezegd dat ik mijn mond moest houden.’
‘Hoe heet die jongen, die van de ict.’
‘Ja! Jij moet je mond houden. Jij moet luisteren. Kijk het maar terug.’ (Klöpping zegt: ‘Ik denk dat het voor dominante mensen zoals jij, die altijd de macht hebben gehad, tijd is om ook af en toe te luisteren in plaats van alleen maar te praten’, red.) ‘Hij vindt dat ik niet meer mee mag doen. Terwijl de ouderen, als ze echt zouden willen, veel meer macht zouden kunnen uitoefenen. Iedere twee minuten komt er in Nederland een vijftigplusser bij.’
‘Ik zeg dat altijd op lezingen. Of het waar is, weet ik niet. Maar het klinkt grappig, toch? Het is ongeveer wel waar, denk ik. Die groep wordt groter en groter en groter. Waar het mij om gaat, is dat het tegenwoordig onmogelijk is om het gewoon oneens te zijn. Als je toevallig deze meneer bent, met grijs haar, 69 en niet al te dik, dan ben je sowieso al klaar. Dan word je gecanceld, door de extremisten van de wokebeweging.’
‘De groep waartoe ik behoor, de ouderen, dat zijn de daders. Want wij hebben ervoor gezorgd dat de wereld nu is zoals-ie is. En die gedachtengang werkt in alles door. Als er een discussie is, en jij bent oud en grijs, dan cancelen we je, dan doe je niet meer mee.’
‘Dat zijn over het algemeen mensen die, nou ja, vinden dat boeken moeten worden hertaald, dat bepaalde woorden niet meer mogen worden gebruikt, dat we allemaal naar één toilet moeten gaan en dat de NS niet meer ‘goedemorgen dames en heren’ mag zeggen. En de NS, toch een grote organisatie, is daar gevoelig voor.’
‘Weet je, ik ben ze nog niet tegengekomen. Terwijl: ik heb twee broers die homo zijn, van wie er één is overleden aan aids, dus ik weet er alles van. Ik heb nog nooit van mensen gehoord dat ze zich niet thuisvoelen bij ‘dames en heren’. Ik ken wél veel vrouwen die het niet prettig vinden als er mannen op dezelfde wc komen. Moeten we dan straks drie toiletten gaan maken: voor mannen, voor vrouwen, en voor iedereen?’
‘Ik wil er niet een groot punt van maken, maar ik ben bang dat we doorslaan. Zo vind ik ook dat hele gebeuren met die stomme plastic bekertjes vervelend. Opeens zijn koffietjes overal 10 cent duurder. En wie steekt het in z’n zak, als ik 10 cent meer betaal bij het tankstation? De Shell. Jullie zitten nu trouwens ook uit papieren bekertjes te drinken waar een plastic laagje in zit, aan de binnenkant. Dat mag eigenlijk niet meer, daar moet ik een dubbeltje voor vragen.’
‘Maar n Source: Volkskrant