Home

Uit het hoofd en onder de knie: zo leren acteurs hun tekst

Wie deze weken door het Burgemeester in ’t Veldpark in Zaandam loopt, kan zomaar stuiten op acteur Yamill Jones, die geroutineerd en zonder veel emotie een opmerkelijk telefoongesprek voert: ‘Pa, ik heb het u nooit gezegd, maar u bent een zwakkeling; u bent een zwakke man en u loopt hier met uw ziel onder uw arm alsof het u en alleen u is aangedaan, maar ik heb ook pijn.’

Jones (32) lacht hard als hij het voordoet, op een rustige zaterdagochtend in het park bij hem op de hoek. In de periode dat hij repeteert, loopt hij regelmatig rondjes door het groen, langs het water en het skateparkje. Dan oefent hij zijn tekst door een telefoongesprek te fingeren. In dit geval haalt hij The Story of Travis op, de voorstelling die na een succesvolle tournee dit voorjaar, in september enkele keren hernomen wordt.

Over de auteur
Sander Janssens is theaterjournalist voor de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en achtergrondartikelen.

Veel acteurs gebruiken de rustige zomermaanden om tekst te leren voor voorstellingen waarin ze komend theaterseizoen spelen. Actrice Maria Kraakman (48), die in november bij Internationaal Theater Amsterdam (Ita) de theatermonoloog Prima Facie speelt, noemt tekst leren een van de grootste onderdelen van het vak. ‘Voordat je een kamer gaat schilderen, moet je eerst allemaal stomme dingen doen: materiaal verzamelen, plinten afplakken, schuren. Tekst leren is zorgen dat je gereedschap op orde is; toneelspelen is verf op de muur strijken, waardoor een hele kamer verandert.’

Het is waarschijnlijk de meest gestelde vraag na een voorstelling: hoe krijgen die acteurs toch al die tekst uit hun hoofd geleerd? Elke acteur leert in een ander tempo en op een andere manier. Van acteur Hans Kesting is bijvoorbeeld bekend dat hij zijn tekst hardop leert terwijl hij in het Vondelpark zijn teckel uitlaat. Grote theatergezelschappen zoals Ita stellen repetitors ter beschikking, die ensembleleden kunnen overhoren. Tegenwoordig zijn er ook speciale apps voor, zoals LineLearner. Daarin kun je een hele voorstelling inspreken en vervolgens instellen van welke personages de zinnen worden afgespeeld.

Maar voor alle acteurs geldt: het begint in je eentje, met schools en gedisciplineerd ‘blokken’. Kraakman begint zeker anderhalve maand voor de eerste repetitie met tekst leren. ‘Ik kan maximaal twee uur op een dag leren, liefst in de ochtend. Dan sta ik om zeven uur op, en na het ontbijt ga ik meteen aan de slag; in mijn eentje in een stille omgeving, de woonkamer of de tuin.’

Ze haalt haar script tevoorschijn: een verweerd, gekreukeld pakket (‘ik heb het een keer in de regen laten liggen’), vol doorgehaalde zinnen, pijltjes en handgeschreven aanwijzingen, bijvoorbeeld over het volume of het tempo. ‘Ik leer altijd van papier. Het tactiele ervan helpt mee om tekst te onthouden. Alles wat ik visueel zie, geeft op een gekke manier houvast: de bladspiegel, het reliëf, de vlekken op de pagina, alle pijltjes en alles wat geschrapt wordt. Daarom wil ik nooit een nieuw script, ik doe zo lang mogelijk met dit vod.’

Kraakman werkt gestructureerd. Ze leert elke dag één nieuwe pagina en herhaalt wat ze tot dusver geleerd heeft. ‘En daarna lees ik alvast een stuk vooruit. Dat werkt als een humuslaag. De laatste bladzijden leer ik daardoor veel sneller, want die heb ik dan al heel vaak gelezen.’ Tijdens het leren is ze zo min mogelijk bezig met de manieren waarop ze de tekst kan spelen. ‘Bij de repetities kom ik er wel achter wat het allemaal betekent.’

Actrice Alicia Boedhoe (21), die deze zomer afstudeerde aan de opleiding Muziektheater aan Codarts in Rotterdam, is tijdens het leren wél meteen bezig met de betekenis van een scène. ‘Ik probeer mijn tekst tijdens het leren meteen te interpreteren: wat vind ik ervan, hoe kan ik deze zin uitspreken, waarom staat het er? Op die manier zorg ik ervoor dat ik ‘aanbod’ heb waarop mijn medespelers en de regisseur meteen kunnen reageren. Tijdens de repetities kan dat allemaal natuurlijk nog veranderen.’

Boedhoe is eind augustus begonnen met de repetities van Orlando bij Toneelschuur Producties. Waar het bij Ita de gewoonte is dat acteurs hun tekst van a tot z kennen als ze op de eerste repetitie verschijnen, krijgt Boedhoe haar tekst op de eerste repetitiedag, zo’n anderhalve maand voor de première, pas voor het eerst te zien.

Ze leert in kleine blokjes en aanvankelijk zo geïsoleerd mogelijk. ‘Op school leerde ik vaak in een studiecel, nu meestal thuis.’ Ze werkt doorgaans niet chronologisch, maar begint met het stuk waarvan ze vermoedt dat ze er de meeste tijd mee kwijt is. ‘Bijvoorbeeld met een lange monoloog of een ingewikkelde scène. Zodat het daarna steeds makkelijker wordt en sneller gaat.’

Italiaantje

Om er zeker van te zijn dat ze hun tekst kennen, doen toneelspelers tijdens de tournee vaak even een ‘Italiaantje’: dan zeggen ze toonloos en zonder expressie zo snel mogelijk hun tekst op. Italianen doe je zonder decor, kostuums of rekwisieten en het gebeurt dus overal: onderweg naar het theater, tijdens het eten of in de kleedkamer. De etymologie van het woord is niet gedocumenteerd, schrijft dramaturg Rob Klinkenberg in zijn theaterlexicon Drie kluiten op een hondje (2005): ‘Waarschijnlijk stamt het af van de repetitiemethode van de comédiens Italiens, nazaten van de commedia dell’arte-acteurs.’

Als ze een stuk tekst uit haar hoofd kent, is het een kwestie van regelmatig herhalen om ervoor te zorgen dat het beklijft. ‘Dat vergt minder concentratie, dus dat doe ik wel vaak in publieke ruimten. Deze weken moet ik veel reizen voor repetities, dus dan leer ik in de trein.’ Net als Yamill Jones doet ze dan alsof ze aan het bellen is. ‘Zo leert niet alleen mijn hoofd de tekst, maar ook mijn mond. Dat onderschatte ik vroeger weleens: dan had ik netjes alles geleerd, maar bij de repetitie struikelde ik vervolgens voortdurend over mijn woorden als ik ze uitsprak.’ Eén keer is ze betrapt toen ze in een drukke trein deed alsof ze belde. ‘Halverwege een zin werd ik ineens echt door iemand gebeld. Heel genant. Sindsdien is het tekst leren met de telefoon op nachtmodus en oordopjes in.’

Jones stelt het leren zo lang mogelijk uit. ‘Ik ga een scène pas leren als ik weet: over een dag of drie gaan we met dat fragment aan de slag. En dan is het een kwestie van discipline: ik ga door tot ik het ken.’ Dat gaat met de jaren steeds moeizamer, merkt hij. ‘Op de toneelschool kende ik een monoloog van een pagina binnen een uur, nu ben ik met zo’n stuk soms dagen bezig.’

Toneelcoryfee Annemarie Prins (90) kan daarover meepraten. In haar appartement aan het IJ in Amsterdam is ze sinds juli al dagelijks bezig met de tekst van Over de bergen, een monoloog van een uur die pas in januari gaat spelen. Haar script heeft ze afgedrukt in grote, vetgedrukte letters, waardoor er zo’n twintig regels op een pagina passen. ‘Het leren van één bladzijde kost me wel twee weken’, zegt ze monter.

Prins leert verspreid over de dag. ‘Ik begin ’s ochtends in bed. Ik lees eerst een artikel uit de krant op mijn tablet, dan ga ik een kwartiertje tekst leren, dan weer een stukje uit de krant. Ik moet steeds iets anders tussendoor doen. ’s Middags kijk ik bijvoorbeeld een voetbalwedstrijd terug, en die zet ik af en toe op stop om een stukje tekst te leren. Als het even niet lukt om een tekst erin te krijgen, leg ik hem weer weg of probeer ik een ander stuk. De truc is om op tijd te stoppen. Het heeft geen zin om jezelf gek te maken.’

Prins heeft alle scènes ingesproken op haar telefoon. ‘Het helpt om op een gegeven moment via een ander zintuig te leren. Dan luister ik een fragment terug en probeer ik mezelf voor te zijn. Ook heb ik twee lieve, oneindig geduldige vrienden die me regelmatig overhoren.’ Als ze ’s avonds in bed ligt, probeert ze de geleerde tekst van die dag in haar hoofd terug te halen. ‘Vaak loop ik dan vast, dat wordt obsessief en voor je het weet, lig je er wakker van. Dan pak ik uiteindelijk toch weer dat apparaatje erbij.’

Heel even was er deze zomer een moment dat ze dacht dat ze het niet voor elkaar zou krijgen. ‘Toen dacht ik: ik moet de regisseur bellen, want het gaat simpelweg niet lukken. Inmiddels ben ik dat wanhoopstadium ook weer gepasseerd.’ Bang voor een black-out tijdens de voorstelling is ze niet. ‘Ik ben vrij talig, als dat gebeurt, dan red ik me er improviserend wel uit.’

Sommige teksten zijn makkelijker om te leren dan andere. Over de bergen is een associatieve theatertekst gebaseerd op gesprekken die Prins met haar buurvrouw had. ‘Ze had twee hersenbloedingen achter de rug, waardoor normale grammatica behoorlijk zoek is. Daarop kun je dus niet terugvallen bij het leren.’ Maar té gewone taal is ook weer moeilijk, zegt Kraakman. ‘In modern realisme zoals Prima Facie, waarin vooral in spreektaal gesproken wordt, is alles zo inwisselbaar. Neem deze zin: ‘Om half negen ’s ochtends na twee havercapu’s ben ik terug op kantoor, Jur glimlacht naar me, hij was er al.’ Het is heel naturel, je wordt niet geholpen door een vorm van poëzie. Enorme Shakespeareaanse volzinnen onthoud je veel sneller dan een random zinnetje over twee havermelkcappuccino’s.’

Voor Boedhoe helpt haar muzikale achtergrond. ‘Als ik moeite heb om een tekst in mijn hoofd te krijgen, ga ik hem soms hardop zingen. Een melodie aanbrengen, kan werken als geheugensteuntje.’

Vinden ze tekst leren eigenlijk een leuk aspect van het vak? J Source: Volkskrant

Previous

Next