Er schuilt best politieke logica in de voordracht van Wopke Hoekstra tot Eurocommissaris. Waarom voelt het dan toch zo onlogisch?
Het is niet erg waarschijnlijk dat Ursula von der Leyen op de hoogte is van de politieke stemming in Nederland. Ze weet vast niet dat er verkiezingen op komst zijn die volledig gedomineerd lijken te gaan worden door lijsttrekkers die beloven dat ze gaan afrekenen met de bestaande politieke zeden. Lijsttrekkers ook die zeggen dat ze meer transparantie gaan nastreven rond politieke besluitvorming – opdat de kiezers voortaan beter kunnen volgen waarom de dingen gaan zoals ze gaan. Dat de voordracht van Wopke Hoekstra als Eurocommissaris hier door velen wordt gezien als vaandelvlucht van de voormalige leider van een noodlijdende partij, geheel beklonken met een demissionaire premier in een duistere achterkamer, is Von der Leyen waarschijnlijk ook geheel ontgaan.
Voor een voorzitter van de Europese Commissie die dat allemaal niet op haar netvlies heeft, is de komst van Hoekstra naar Brussel volstrekt logisch. Met de sociaal-democraat Frans Timmermans kon ze, politiek en persoonlijk, niet optimaal uit de voeten. Bovendien trok hij veel vuur in het Europees Parlement, vooral ook in Von der Leyens eigen, machtige, christen-democratische smaldeel. In haar voortdurende strijd om het parlement achter het Europese klimaatbeleid te houden, kan het van pas komen als dat beleid voortaan wordt uitgedragen door een politieke zielsverwant. Zo werkt machtspolitiek.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Met de internationale klimaatconferentie in Dubai op komst, waar de klimaatcommissaris de EU moet vertegenwoordigen, is het bovendien van groot belang dat er snel iemand staat met ruime bestuurlijke internationale ervaring. Als de Nederlandse premier, met wie ze uitstekend samenwerkt, haar dan ook nog een warme aanbeveling doet voor een CDA-kandidaat met ruime bestuurlijke expertise als minister van Financiën en Buitenlandse Zaken, is de keuze niet zo heel ingewikkeld.
Ja, ze had ook een duidelijke voorkeur kunnen uitspreken voor Sigrid Kaag, de andere kandidaat op Ruttes lijstje, maar veel kritiek die Hoekstra nu treft (de vaandelvlucht, de noodlijdende partij, de achterkamer) zou dan ook hebben geklonken. Vóór Kaag zou hebben gepleit dat ze als politicus meer begaan is met een zo ambitieus mogelijk klimaatbeleid, maar dat is voor een groot deel van het Europees Parlement juist niet direct een aanbeveling.
Zo werd Wopke Hoekstra de Nederlandse kandidaat-commissaris, geheel volgens de Brusselse én de Haagse politieke logica. Dat het toch zo onlogisch voelt, heeft vooral te maken met de procedure: het totale gebrek aan transparantie en het feit dat Rutte en Von der Leyen zoiets gewoon even onderling kunnen regelen.
Meer dan over de geschiktheid van Wopke Hoekstra zou het debat in de Tweede Kamer nu dáárover moeten gaan. Willen we dat onze volgende Eurocommissaris weer op deze manier wordt geselecteerd? Dat probleem ligt deels in Brussel – waar sowieso veel macht wordt uitgeoefend zonder duidelijke democratische legitimatie – maar Nederland kan daar zelf ook wat aan doen.
Zou het, bijvoorbeeld, niet logischer zijn als de kandidaten zichzelf voortaan, met al hun ideeën en ambities, gewoon presenteren aan de Tweede Kamer? Zodat die erover kan stemmen, opdat de beste wint? Dat zou voor de transparantie en voor het draagvlak van de volgende benoeming meteen een wereld van verschil maken.
Source: Volkskrant