Ik wil niet zeggen dat lasergamen het allerleukste was wat ik deze vakantie heb gedaan, maar ik wil ook niet zeggen dat lasergamen níét het allerleukste was wat ik deze vakantie heb gedaan.
Voordat u conclusies gaat trekken over mijn vakantie: die was fantastisch. Strand, zon, vis, vlieger en één dag regen om alle dagen zon in een nog mooier daglicht te stellen.
We gingen lasergamen voor de kinderen, zoals je op vakantie wel meer doet voor de kinderen. Ik liet vijfduizend keer een vlieger op voor de kinderen, leende mijn handdoek uit als de kinderen hun handdoeken waren vergeten en droogde me dan in de campingdouche af met mijn rok. Ik legde soms mijn boek neer om te zeggen: ‘Moet jij je niet insmeren?’ Dat zijn de kleine offers die je brengt, als ouder.
Ik dacht dat lasergamen ook een offer was. Dat was niet zo.
We laserden in de Vlielandse duinen en niet in een indoorkrocht in Beverwijk, dat hielp. We kregen alle benodigdheden die een echte soldaat heeft: machinegeweer, helm, haarnetje. Ik kreeg een nieuwe, krachtige naam (Speedy Gonzalez).
Toen was het gaan. Gaan en kills maken.
Het duurde niet lang of ik stond te scherpschutten op de jongste uit onze groep (9) omdat hij een makkelijk doelwit was. Ik voelde me daar niet schuldig over.
Sowieso was ik ineens een heel ander iemand. Het liefst rende ik, geweer omhoog, een steile duin af. Dit moet er ontzettend goed uitzien, dacht ik dan, en ik dacht ook: adrenaline.
Andere tevreden makende activiteit: op het knopje drukken waarmee ik de virtuele kogels in mijn nepgeweer kon herladen. Een indringend ‘rak-rak-rak’ hoorde je dan. Ik genoot ervan om rug aan rug met mijn zoon tegenstanders uit te moorden. Ik bleek het prettig te vinden om mensen/kleine kinderen vanuit een rozenbottelstruik in de rug te schieten.
Na elke ronde meldden we ons bij de sympathieke uitbater die het aantal doden bijhield. We deden de helmen even af, legden de machinegeweren neer, dronken een pakje appelsap. Ook soldaten hebben soms pauze.
Dan hoorden we hoeveel kills iedereen had gemaakt en hoe vaak iedereen was vermoord. Hier onderscheidden de gamers – alle kinderen in de groep plus de ouders die het ook best goed bleken te kunnen – zich van die ene moeder die al die tijd had gedacht dat ze Lara Croft was. (‘I’m a dangerous girl, and right now I’m losing patience.’)
De puntentelling verstoorde mijn fantasie ernstig. Mijn zoon ook. ‘Mama, je moet op zijn minst proberen om even vaak iemand te vermoorden als je zelf vermoord wordt’, zei hij geïrriteerd.
Maar ik was alweer weg gedenderd, een struik in. Mijn oog op dat kleine rode puntje in het vizier, klaar om een basisscholier af te schieten.
Source: Volkskrant