Home

‘Buitenlandse agenten’ ontfermen zich over drugsverslaafden in Moskou – maar niet lang meer

De lucht kleurt bloedrood aan het eind van de Novotsjerkassk-boulevard. De avond valt over de Moskouse buitenwijk Marjino. In de schaduw van een zestien etages tellend flatgebouw brandt licht in een onopvallende witte bestelbus. FAR staat erop, in grote rode letters. Bij de bus is het een komen en gaan van vooral mannen, sommigen met tatoeages op armen en benen, de meesten met plastic tasjes.

‘Vroeger stonden we hier twee keer in de week, maar sinds de financiering is gestopt maar één keer. Dat is omdat we zuinig moeten omspringen met de spullen die we verstrekken’, zegt Tamara Moellachodzjajeva (28). Ze zit in de geopende zijdeur van de bestelbus en praat met de bezoekers, hoofdzakelijk drugsverslaafden uit de buurt die hier terecht kunnen voor schone naalden, het ontwenningsmiddel naloxon, condooms, een gratis hiv-test of gewoon een goed gesprek.

Over de auteur
Geert Groot Koerkamp is correspondent Rusland voor de Volkskrant. Hij woont sinds 1992 in Moskou.

De buurt is allang gewend aan de bus, al zijn er soms wel scheve blikken, zegt Moellachodzjajeva. ‘Er komen hier alle soorten mensen, soms heel jonge, ook hiv-positieve, jongens van 20 brengen hun vriendinnen zodat we ze kunnen testen, we delen condooms uit. De meeste mensen zien ons waarschijnlijk als marginalen, maar jongeren reageren daar rustiger op en doen er hun voordeel mee. Extra condooms kan iedereen gebruiken, net als gratis hiv-tests, daar zal niemand op tegen zijn.’

De bus is eigendom van het Andrej Rylkov Fonds, FAR volgens de Russische afkorting, een ngo die zich sinds 2009 inzet voor het beperken van gezondheidsschade in de Moskouse drugsscene. ‘Toen we begonnen, hadden we geen geld, niets’, vertelt oprichter Anna Sarang over de telefoon vanuit het buitenland. ‘We gingen gewoon de straat op en deelden schone naalden uit die we bij andere gezondheidsprogramma’s vroegen. Uit die ondergrondse beweging hebben we een goedlopende organisatie opgezet. Over de laatste vijf jaar hebben we zeker drie- tot vierduizend mensen per jaar bereikt via ons straatwerk.’

De naam van het fonds is een eerbetoon aan Andrej Rylkov, een activist die in 2006 op 27-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van drugsgebruik. Hij vervulde jarenlang een voortrekkersrol in de strijd voor betere hulpverlening aan druggebruikers. ‘Ik heb hem nog gekend’, zegt Maksim, een goedlachse veertiger die zich zojuist heeft gemeld bij het busje in Marjino. ‘Irokez noemden ze hem. En zij hier zetten zijn werk voort, geweldige mensen. Ze hebben mijn vrouw zaliger, God hebbe haar ziel, ook ooit weggesleept van de drempel van de dood.’

Het was altijd roeien tegen de stroom in, aldus oprichter Sarang. ‘In 2009 zei de toenmalige minister van Gezondheidszorg dat vermindering van gezondheidsschade een westers concept is en dat Rusland een ‘eigen weg’ had om aids te voorkomen.’

Dat is niet erg gelukt. In 1987 werd voor het eerst een hiv-geval geregistreerd in Rusland. Sindsdien zijn meer dan 1,5 miljoen Russen met het virus besmet geraakt en zijn er honderdduizenden aan aids gestorven. Volgens Vadim Pokrovski, hoofd van een federaal centrum voor aidspreventie in Moskou, is vermoedelijk 1 procent van de Russische bevolking besmet. En er is geen enkele reden voor optimisme, stelt hij. Minister van Gezondheidszorg Michail Moerasjko meldde vorig jaar monter dat het aantal nieuwe gevallen sinds 2017 gestaag is gedaald en zich stabiliseert rond de ruim 60 duizend van 2020. ‘Maar die groei op jaarbasis met 60.300 nieuwe gevallen kun je moeilijk een stabilisering noemen’, schreef Pokrovski eerder dit jaar in de krant Nezavisimaja Gazeta.

De verspreiding van hiv in Rusland gebeurde eerder vooral via intraveneus druggebruik, maar tegenwoordig vinden de meeste besmettingen plaats door heteroseksueel contact. Volgens Pokrovski is 3,4 procent van de Russische mannen van 40 tot 45 jaar drager van hiv, bij vrouwen van 35-40 jaar is dat 2,1 procent. 10 procent van de gevangenisbevolking is besmet én liefst 30 procent van de intraveneuze druggebruikers die medische hulp zoeken.

Pokrovski pleit daarom voor betere seksuele voorlichting als een cruciaal instrument in de strijd tegen de opmars van het virus. ‘De verspreiding van hiv kan alleen worden tegengegaan door gedragsverandering, mensen moet worden aangeleerd hoe ze besmetting met hiv kunnen voorkomen’, zei hij onlangs in een interview. ‘De mensen manen trouw te blijven aan hun partner, zoals het ministerie van Gezondheidszorg voorstelt, is niet reëel. Maar je kunt de burgers wel leren condooms te gebruiken, waardoor het risico van besmetting aanzienlijk vermindert. De ellende is dat op het thema van seksueel gedrag bij ons in de officiële sfeer een taboe rust.’

In 2016 zette het Russische ministerie van Justitie het FAR op de lijst van ‘buitenlandse agenten’, omdat het fonds buitenlandse financiering ontving en in Rusland politieke activiteit zou ontplooien. Dat geld was afkomstig van onder meer de Amerikaanse Levi Strauss Foundation en The Global Fund, een internationale organisatie die aids en hepatitis C bestrijdt. Waaruit die ‘politieke activiteit’ bestond, is nooit uitgelegd. Het FAR ging in beroep, tevergeefs.

Sindsdien moest de organisatie op alle publicaties die nieuwe status vermelden en de overheid ieder kwartaal inzicht geven in de financiën. Dat was lastig, maar er viel mee te leven, tot nu toe. ‘Het is vooral afmattend’, zegt Jekaterina Selivanova, die op straat hulp verleent aan sekswerkers met drugsproblemen. ‘Je krijgt het gevoel dat je in een permanente crisis zit. Alle energie gaat op aan dat verzet, aan te proberen te overleven. Terwijl dit werk zo positief en inspirerend kan zijn.’

Door een recente aanscherping van de wet is het FAR nu de noodzakelijke buitenlandse financiering kwijtgeraakt. Een consortium van Russische partners waarlangs die financiering het fonds bereikte, heeft zich van het FAR gedistantieerd, omdat volgens de wet nu ook mensen of organisaties die samenwerken met ‘buitenlandse agenten’ zelf het risico lopen als zodanig te worden gebrandmerkt.

‘Voor ons kwam dat als een enorme klap, echt een donderslag bij heldere hemel’, zegt Sarang. ‘Temeer daar die wetswijziging hen niet raakt. Het gaat om geaffilieerde personen, dus bijvoorbeeld om mijzelf, als oprichter en president, of de mensen die met ons een permanent contract hebben. Volgens een jurist die we hierover hebben geraadpleegd, hoeven onze partners zich strikt juridisch gesproken geen zorgen te maken. Maar alles wordt nu steeds meer verscherpt in Rusland, de duimschroeven worden steeds verder aangedraaid. Dus die bezorgdheid is van de andere kant wel te begrijpen.’

De problemen van het FAR zijn niet aan de clientèle voorbijgegaan. ‘Als ze moeten sluiten, wordt dat een ramp,’ zegt een magere, kalende man van op het oog een jaar of 50, die zich in Marjino meldt voor schone naalden. ‘Ze hebben een vriend van mij geholpen, hij spuit niet meer, zijn zus is zelfs bij hem ingetrokken.’ Een leeftijdgenoot knikt heftig. ‘Ik kwam een keer thuis en in mijn portiek lag een man, bewusteloos. Ik ben naar huis gerend voor naloxon (dat ook voor behandeling van een over­dosis wordt gebruikt, red.), ik gebruik zelf drugs, en ik heb hem een injectie in de schouder gegeven. Zo heb ik hem gered.’ Volgens de FAR-medewerkers loopt het aantal geredde levens na een overdosis jaarlijks in de honderden.

Oleg (‘Olezja’) is een energieke twintiger met twee ringetjes door de neus, zijn pet achterstevoren. Hij klopt aan bij de bus om naalden en naloxon, om die uit te delen op een punkfestival waar hij naartoe gaat. ‘Ik kom net terug van een concert, daar hadden mensen drugs meegebracht zonder naloxon, dat is op zijn zachtst gezegd niet erg verantwoordelijk. De organisatoren kunnen daardoor problemen krijgen.’

Oleg zegt in onderhandeling te zijn met de leiding van een ander festival om te zorgen voor een safe space, waar bezoekers terecht kunnen na een overdosis. ‘Dat is beslist nodig, want ze brengen dat spul wel mee, maar als dan het misgaat, is niemand van plan om zich om hen te bekommeren. Zelf denken ze er helemaal niet aan.’

Volgens Moellachodzjajeva zijn gebruikers op punkfeesten het kwetsbaarst. ‘Vroeger pleitten we voor safe spaces op trans-of elektrofeesten. Maar de bezoekers daar hebben meer geld en ze hebben een zeker gevoel van zelfbehoud, bij punkfeesten is dat totaal anders.’

‘Ik kwam op dat concert aan de praat met een meisje’, vertelt Oleg, zittend op de stoeprand. ‘Ze had zich twee jaar niet meer op hiv laten testen, en ze gebruikte gewoon vieze naalden. Ik zeg: waar ben je mee bezig? Laat je controleren, zorg voor je gezondheid! Zij had geluk, ze was niet besmet. Maar heel veel anderen hebben geen geluk.’

‘En jij, heb jij jezelf lang geleden laten checken?’, vraagt Tamara Moellachodzjajeva van het FAR.

‘Dat doe ik eens in de vier maanden’,’ zegt Oleg.

‘Goed zo.’

Moellachodzjajeva glimlacht. ‘Zo’n initiatief als van Oleg stemt optimistisch. Het geeft je het gevoel dat zelfs als de zaken heel slecht gaan, er toch bij veel mensen een ele­men­tair begrip is hoe schade aan de gezondheid te verminderen. Waarom dat, en ons werk, nodig is. Ook met je eigen geld, of met ingezameld geld, niet gehinderd door welke wet dan ook, kun je veel doen. We hebben de laatste tijd veel steun gekregen. Van mensen die drugs gebruiken. Van journalisten, en gewoon van mensen die met ons meel Source: Volkskrant

Previous

Next