Nog voor de wereldpremière in Venetië raakte de Leonard Bernstein-biopic Maestro al in opspraak, vanwege de neusprothese van hoofdrolspeler Bradley Cooper. En zo leidden gegrimeerde gezichten al vaker tot discussie. Hoe maak je nu eigenlijk een goede filmneusprothese?
Puur vakmatig is er niets mis met Bradley Coopers filmneus. Special make-up artist Rob Hillenbrink (66) tuurt naar de trailer van de in opspraak geraakte biopic Maestro, waarvoor Cooper zich het uiterlijk aanmat van de Amerikaanse componist Leonard Bernstein. ‘Hmm’, bromt de man die met zijn bedrijf Rob’s Prop Shop verantwoordelijk was voor de neusprothese van menig Nederlandse acteur. Dan, enthousiast: ‘Ja, het is een flinke neus, een prachtige neus. Beetje ruim, maar wel fan-tas-tisch mooi gemaakt.’
De maker van de Bernstein-neus – of beter: van de reeks neuzen in Maestro – is een bekende in zijn vak: de in Japan geboren Kazuhiro Tsuji, tweevoudig Oscarwinnaar (Darkest Hour, Bombshell). ‘Die was al uit de business gestapt’, zegt Hillenbrink, ‘omdat hij genoeg had van de studiobazen die zich overal mee bemoeien. Maar Gary Oldman haalde hem terug voor zijn rol als Winston Churchill – echt bizar goed, die make-up. Die lui van Maestro hebben absoluut de juiste ingehuurd.’
Bradley Coopers filmneus is ‘niet antisemitisch’, besloot de Anti-Defamation League vorige week, in de aanloop naar de wereldpremière van Maestro op het filmfestival van Venetië, aanstaande zaterdag. De Joods-Amerikaanse organisatie kwam met een officiële persverklaring nadat Joodse commentatoren uit diverse landen kritiek hadden geuit op de transformatie van de acteur tot Bernstein. De met een prothese verlengde neus, die al kort te zien is in de trailer van de speelfilm over het leven van de componist, zou te lang zijn en daarmee karikaturaal: een kwalijke en aloude stereotiepe verbeelding. Ook zou het volgens critici geen pas geven dat niet-Joodse acteurs hun gelaat zo aanpassen voor het spelen van Joodse personages – een equivalent van de blackface-traditie, waarbij witte acteurs zich zwart schminkten.
De Anti-Defamation League ging hier deels in mee: ‘Joden zijn in de geschiedenis vaak geportretteerd als boze karikaturen met grote haakneuzen, in antisemitische films en propaganda.’ Maar, verdedigde ze zich, ‘Deze film, een biografisch portret van de legendarische dirigent Leonard Bernstein, hoort daar niet bij.’
Ook Bernsteins (drie) kinderen lieten zich uit over wat al snel de ‘filmneusrel’ werd gedoopt: zij staan achter de verfilming. ‘Leonard had een mooie, grote neus’, verklaarden ze. ‘Bradley heeft ervoor gekozen make-up te gebruiken om de gelijkenis te versterken, en dat vinden wij prima. We weten zeker dat onze vader dat ook prima zou hebben gevonden.’
Ook bij Golda (vanaf 21 september in de bioscoop), waarvoor actrice Helen Mirren volledig werd getransformeerd tot de Israëlische premier Golda Meir, klonk er kritiek op de keuze voor een niet-Joodse actrice die door middel van protheses van een nieuw uiterlijk was voorzien. Mirren noemde de kritiek ‘volkomen gerechtvaardigd’. Ze had er ook vooraf over gesproken met de Israëlische regisseur Guy Nattiv. Maar die was zeker van zijn zaak: hij wilde per se de Engelse steractrice.
Bradley Cooper, tevens de regisseur van Maestro, bleef ondertussen stil. Dat kon ook niet anders: de Amerikaan is gebonden aan de voorschriften van acteursvakbond Sag-Aftra. Zolang de staking voortduurt mogen er geen ‘promotionele activiteiten’ worden verricht. Technisch bezien mag hij als regisseur wél spreken met de pers (en over de rode loper gaan), maar Cooper maakte weken geleden al bekend dat hij ‘uit solidariteit’ niet afreist naar Venetië, waar in 2018 ook zijn regiedebuut A Star Is Born in première ging.
Misschien is het beter zo. Veel viel er niet te winnen voor Cooper. Online was inmiddels een debat gaande tussen tegenstanders, die portretfoto’s van Bernstein naast beeld van de acteur in zijn rol plaatsten om het verschil in neuslengte aan te tonen, en voorstanders die meenden dat de lichtval, hoek en ouderdom van de foto (op oudere leeftijd gaan neuzen hangen, waardoor ze groter lijken) ook moesten worden meegewogen. Straks, als de film uit is, verschuift de aandacht wellicht naar de vele andere facetten uit het leven van de componist.
Een van de bekendste en meest bekritiseerde rollen-met-neusprothese was die van Nicole Kidman als schrijver Virginia Woolf in The Hours (2002). Harvey Weinstein, die de film medefinancierde, was aanvankelijk woest over de grime: waarom zou hij een miljoen dollar betalen voor Kidman, als niemand kon zien wie ze was?
Maar het kwam goed, bij de Oscars. ‘Met een neuslengte’, grapte Denzel Washington na het openen van de envelop bij de uitreiking. Kidman droeg haar prominente filmneus (waarover de Woolf-kenners niet unaniem enthousiast waren: meer neus dan Woolf) soms ook buiten de set, om de paparazzi, die vanwege haar pas geklapte huwelijk met Tom Cruise op oorlogssterkte aanwezig waren, te misleiden.
De filmgeschiedenis kent tal van geslaagde filmneuzen, zoals Meryl Streeps subtiel verbrede neus voor haar rol als Margaret Thatcher in The Iron Lady (2011). Om commentaar te voorkomen was er niet gekozen voor een complete neusprothese, zo vertelde de met een Oscar bekroonde grimeur later in Vanity Fair.
Voor zijn rol in Foxcatcher (2014) als de voor moord veroordeelde Amerikaanse multimiljonair en worstelcoach John du Pont kreeg Steve Carell wél zo’n allesoverkappend exemplaar opgeplakt. Vakwerk was het: een getrouwe transformatie die het gelaat van de tot dan toe vooral als komiek bekende acteur volkomen veranderde. Het leverde hem zijn eerste en enige Oscarnominatie op.
Die ferme neus had meer invloed op zijn spel dan hij vooraf had verwacht, zei Carell erover: ‘Mensen op de set hielden meer afstand van me, omdat ze me er onaangenaam vonden uitzien – ik kon niet anders dan in mijn rol blijven.’
Het materiaal is wereldwijd hetzelfde, zegt Hillenbrink: ‘Je hebt een soort vinylhuidje, met daarin siliconengel. En die gel kun je in hardheid aanpassen. De neus mag wat steviger dan de wangen of kin, maar dat bepaal je zelf bij het mengen. Iedereen heeft zijn eigen receptje.’
En het hoeft niet altijd groot. ‘In principe is géén neusprothese altijd het best. En minder is vaak beter. Je kunt ook een klein stukje op de neusbrug plakken, of op de punt van de neus.’
Hillenbrink noemt zijn in Hollywood werkzame Nederlandse collega Arjen Tuiten, die Angelina Jolies neus aanpaste voor Maleficent. ‘Ook zo’n stukje op de neusbrug. Maar uiteindelijk bepaalt de studio toch wat het wordt. Ik zag fotootjes van de eerste testmake-up, met de dubbel van Angelina. Daar stonden zo’n tien tot vijftien mensen van de studio omheen, die allemaal óók hun ideeën hadden: misschien kan er nog een beetje meer op, of kun je die kin ook meepakken?’
Van alle historische neuzen die grimeur Hillenbrink ooit boetseerde – waaronder die van André Hazes (voor acteur Martijn Fischer) en Chet Baker (in My Foolish Heart) – is die van Willem Holleeder in de serie Judas vermoedelijk de meest in het oog springende. Gijs Naber was onherkenbaar en overtuigend eng in zijn rol.
Hillenbrink: ‘Het grappige is: we hebben helemaal geen kopie van hem gemaakt, het was eerder het type Holleeder. Eigenlijk leek Gijs in die rol helemaal niet zo op Holleeder, maar het werkte wel. En ja, het was wel een flinke neus.’
Hoe definieer je, volgens Hillenbrink, de ideale filmneus? ‘Als we dát zouden weten, zou ons vak echt zo makkelijk worden. Nee, er bestaan geen keiharde regels voor neuzen. Ik heb er hier honderden aan de muur hangen. Neuzen zijn heel specifiek, er zitten veel vormen in. Je kunt een heel goeie neus boetseren, maar die neus moet ín dat gezicht passen. Soms denk je bij het testen op de acteur ineens: hè, wat is dat nou? Dan staat die neus gewoon niet.’
Maestro is in november in een beperkt aantal bioscopen te zien. Vanaf 20 december is de film te zien op Netflix.
Special make-up maakte zo’n honderd jaar geleden zijn entree in de filmwereld, toen acteur Lon Chaney zichzelf op revolutionaire wijze van een mismaakt uiterlijk voorzag voor de zwijgende horrorfilms The Hunchback of Notre Dame (1923) en The Phantom of the Opera (1925). Voor zijn rol als het spook van de opera sperde de acteur en make-uppionier zijn neusgaten wijd open, tot bloedens toe, door middel van een zelfbedachte, onder stopverf verstopte constructie van ijzerdraad. Bij de eerste aanblik renden bioscoopbezoekers gillend de zaal uit, zo berichtten de kranten destijds.
Regisseur en acteur Orson Welles stond bekend als een groot liefhebber van prothetische neuzen en beschikte over een ruime privécollectie aan nepneuzen. Het vroege genie van de Amerikaanse cinema achtte zijn eigen neus wat te klein voor dramatische rollen. Zijn mooiste? Toch die kloeke alcoholistengok van de verlopen sheriff Hank Quinlan in Touch of Evil (1958).
Nog een klassieker: de gebutste en na meerdere breuken permanent gezwollen boksersneus uit Martin Scorseses Raging Bull (1980). Robert De Niro trainde zijn lijf eerst af voor de scènes in de ring als Jake LaMotta, en trok vervolgens op eetreis door Italië en Frankrijk om 30 kilo aan te komen voor zijn spel als de bokser Source: Volkskrant