Home

Het monetaire beleid is tekortgeschoten: het is de hoogste tijd dat de overheid ingrijpt

Laat Nederland een voorbeeld nemen aan België, of desnoods aan de eigen Rijkspostspaarbank uit het verleden.

De spaarrekening die de Belgische staat aanbiedt, roept herinneringen op aan de oprichting van de Nederlandse Rijkspostspaarbank in 1881. Net als nu in België kwam de overheid toen tot de conclusie dat commerciële banken de burgers niet goed genoeg bedienden. In 1881 waren de commerciële banken in Nederland lang niet voor iedereen toegankelijk, de Rijkspostspaarbank moest wel een bank voor iedereen worden. In 2023 is het probleem dat de spaarrente van de banken te laag ligt. Terwijl de rente die de banken elkaar onderling rekenen 3,75 procent bedraagt, krijgen spaarders 1,3 procent.

Als de markt tekortschiet, dan kan de overheid ingrijpen. Maar dit keer is niet zozeer sprake van een tekortschieten van de markt als wel het tekortschieten van het monetaire beleid. Door de jarenlange geldinjecties van de Europese Centrale Bank (ECB) is het monetaire stelsel uitgehold, zoals het lichaam van een sporter die te lang doping heeft gebruikt. De elasticiteit van het financieel systeem is aangetast.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

De banken zwemmen in het geld door het ruimhartige monetaire beleid van de afgelopen jaren. Ze hebben het spaargeld niet nodig en voelen dus geen behoefte de rente te verhogen en zo extra spaargeld aan te trekken.

Al dat overvloedige geld staat op een rekening bij de ECB, waar de Europese banken, conform de monetaire regels, wel 3,75 procent rente voor krijgen. Ze verdienen hierdoor 135 miljard euro op jaarbasis. Deze private winst gaat ten koste van de winst van de centrale banken, en uiteindelijk – niet voor het eerst – ten koste van de schatkist.

Door deze overvloed aan geld is het rentebeleid ook minder effectief dan het vroeger was. Als de ECB de rente verhoogt, zullen banken minder geld uitlenen, is de theorie. Hierdoor neemt de geldhoeveelheid af en daalt de inflatie. Als de banken zo veel geld hebben als nu, werkt dit rente-instrument veel minder goed.

Dit komt bovenop de andere ongewenste effecten van het ECB-beleid dat Mario Draghi ruim tien jaar geleden inzette om de eurocrisis te bezweren. De vele miljarden die Draghi en de zijnen in de economie pompten, hebben geleid tot een enorme stijging van de aandelen- en huizenprijzen. Hierdoor is de vermogensongelijkheid en daarmee de tweedeling in de samenleving snel gegroeid.

Overheden hebben weinig gedaan de pijn van het monetaire beleid te verzachten. De vermogensbelasting ging niet omhoog, huizenbezitters konden blijven rekenen op een fiscaal vriendelijke behandeling. Zeker de Nederlandse overheid bleef vertrouwen hebben in de marktwerking in de financiële wereld, ook toen die ontregeld was door het ECB-beleid.

Dat België nu een van de ongewenste effecten van het monetaire beleid – de lage spaarrente – te lijf gaat, is een belangrijke signaal. Hopelijk durft de Nederlandse overheid nu ook na te denken waar ze de markt moet corrigeren of aanvullen.

De Rijkspostspaarbank was honderd jaar lang het toonbeeld van innovatie. Bescheiden bestuurders, zoals de te snel vergeten Hans Verkoren, liepen voorop bij de automatisering van het betaalverkeer.

Bij de oprichting zei de liberale premier Cort van der Linden: ‘Door het gestelde voorbeeld [werkt de bank] betrouwbaar beheer van fondsen in de hand.’ Een overheid met zelfvertrouwen zou ook nu weer het goede voorbeeld kunnen geven.

Source: Volkskrant

Previous

Next