Home

Die Polen moeten wel een ongezellige, ja, zelfs wat sinistere indruk van Nederland krijgen

In Nederland begint geen hond er meer aan, maar in Polen willen de jongelui nog wél Nederlands studeren, las ik. Op de bijgaande foto’s bekeek ik de zinnen die de Poolse studenten in de passieve vorm moesten omzetten. ‘Zij dronken al het water op.’ ‘Iemand diende een klacht in.’ ‘De verpleegster gaf de injecties.’ ‘Niemand hielp onze buren.’

Die Polen moeten wel een ongezellige, ja, zelfs wat sinistere indruk van Nederland krijgen (ook zat er trouwens een taalfout in een van de zinnen), maar de laatste zin maakte ongetwijfeld alles weer goed: ‘Men voetbalde veel’.

Ik moest denken aan de jaren negentig, toen ik in Rusland woonde. Ook daar kon je toen al Nederlands studeren, aan de Moskouse staatsuniversiteit. Hoofddocent Wladimir Belooesov (wat zoiets als ‘witsnor’ betekent, realiseer ik me nu) was in 1976 gepromoveerd op het (inderdaad fascinerende) Nederlandse woordje ‘er’. (Voor wie het proefschrift wil lezen: het heet Predlozjenija sovremennogo Niderlandskogo jazyka, vkljoetsjasjoesjtsjie v svoj sostav stroektoernoje obstojatelstvo ‘er’.)

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Voorwaar geen kleinigheid. Belooesov sprak dan ook schitterend Nederlands, inclusief vieze woorden. Zijn studenten waren leergierig en enthousiast. Het kwam goed uit dat ze Nederlands spraken, want mijn Russisch was nog in het stadium ‘Masja eet een appel. Mama is thuis. Anton draagt een rode bloes en een groene broek.’

Met twee van die studenten raakte ik bevriend. Ze heetten Sjoerik en Pavlik. Pavlik leek op een jonge Herman Brusselmans, inclusief dat lange haar, en Sjoerik had een guitig, rossig kikkergezicht. Ze lustten wel een borreltje, ze vertaalden alle moppen voor me die ik niet begreep en ze zongen Het is een nacht van Guus Meeuwis. Met Brabants accent!

Aan alles komt een eind. Ik verhuisde naar Den Haag en verloor het contact. Maar niet voorgoed: Sjoerik werd diplomaat en kwam eveneens naar Den Haag. Zijn Nederlands was inmiddels onberispelijk, zijn Guus Meeuwis ook, en hij lustte nog steeds een borreltje. Of tien. Eén keer beet hij zelfs het glaasje kapot. Nóg zie ik hem de scherven verschrikt uit zijn openhangende mond plukken.

Ik verhuisde naar Amerika en het contact verwaterde opnieuw. Wel hoorde ik akelige geruchten over hem, over drankmisbruik en huiselijk geweld. Ik weet niet of ze op waarheid berustten, maar er kwam een einde aan zijn verblijf in Den Haag.

Inmiddels zit hij weer in Moskou. Hij heeft het toch nog ver geschopt. Hij steunt het regime van ganser harte en is de rechterhand van een enge, hoge pief wiens naam ik niet eens durf op te schrijven.
Ik denk er telkens aan, als ik Guus Meeuwis hoor.

Source: Volkskrant

Previous

Next