Beste Willem Vissers,
Al jaren volg je het vrouwenvoetbal, als één van de eerste mannelijke sportjournalisten van een landelijk dagblad in Nederland, en de afgelopen tien jaar hebben we regelmatig contact gehad in verband met mijn onderzoek naar de maatschappelijke betekenis en emancipatoire kracht van voetbal voor meisjes en vrouwen in Nederland. Geregeld heb ik in de pers, ook aan jou, uitgelegd hoe vervelend het is wanneer je als jong meisje gewoon lekker wil voetballen, maar je door de intolerantie en het seksisme van de mannen die het voetbal bestieren gedwongen wordt met je sport politiek te bedrijven.
In de jaren tachtig, toen meisjesvoetbal begon in Nederland (officieel mogen vrouwen sinds 1971 voetballen onder KNVB-vlag, en meisjes vanaf 1976, daarvoor was het bij bondsbesluit verboden), kreeg je steevast de vraag, ‘o, voetballen jullie dan in rokjes?’ En als je kort haar had (zoals in die tijd veel meisjes hadden) en voetbalde ‘met een mannelijke techniek’, zoals ik, werd er door tegenstanders steevast bij de scheidsrechter geklaagd dat er een jongen meedeed, wat er te pas en te onpas toe leidde dat je moest bewijzen dat je een meisje was, bijvoorbeeld door je broekje naar beneden te trekken.
Over de auteur
Martine Prange is hoogleraar filosofie aan de Tilburg University en oud-profvoetballer. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Een georganiseerd activisme hadden we niet, behalve dat we ons individueel en soms als team steeds weer opnieuw moesten verweren om te mogen voetballen, smeken om een normale outfit, in plaats van veel te grote afgedankte shirts van de mannen, trainen voor het Nederlands kampioenschap om half negen ’s avonds in de regen in een slecht verlicht hoekje van een gravelveld met plastic Rucanor-ballen, een trainer die er zelf niets van kon maar het in elk geval goed met ons voor had, en een half team, want de andere helft zat in een nachtdienst in een ziekenhuis of op een politiebureau. Want voetballen, dat kostte ons geld: contributie en kicksen in je vaders maat of in de maat van je kinderen, want voetbalschoenen voor vrouwen waren er niet (nog altijd een probleem).
Desondanks hadden we bijzonder veel en goede talenten. De meesten hebben helaas nooit kunnen ontdekken hoe goed ze hadden kunnen zijn, als ze dezelfde faciliteiten hadden gehad als Johan, Johan, Willem en Wimpie. Waarom eigenlijk niet? Joke Blanker, één van de beste speelsters die ik ooit heb gezien, deed niet onder voor haar broer Ton, die bij Ajax speelde.
Voordat wij, in de jaren tachtig, lekker konden voetballen, moesten er ontelbare hindernissen worden overwonnen – zoveel, dat je wel heel erg veel van het spelletje moest houden om het niet na een aantal jaar op te geven. Vera Pauw is bij uitstek het boegbeeld van deze generatie van vechters, die tegen alle stromen in vochten en vechten voor de rechten van meisjes en vrouwen om lekker te mogen voetballen. Maar ook Hesterine de Reus en Sarina Wiegman behoren tot de generatie die in de keiharde, seksistische jaren tachtig in het voetbal groot zijn geworden.
Het is nu veertig jaar later. Terugkijkend kan ik haast niet geloven hoe lang deze strijd nog heeft geduurd voor er een doorbraak werd bereikt. Anderzijds kan ik ook bijna niet geloven hoe snel de laatste jaren dingen ten goede veranderen. Overigens nog altijd vooral dankzij de niet-aflatende strijd van nieuwe generaties talentvolle voetballers, die zich sinds een paar jaar uitstekend organiseren om hun sport verder te verlossen van ongelijkheid. En, in opvallende tegenstelling tot veel van hun mannelijke collega’s, geen mogelijkheid onbenut laten om aandacht te vragen voor misstanden in het voetbal. Sportief én politiek een rolmodel zijn voor jongere meiden. Want sport is politiek zodra het gaat om vrouwen die voetballen.
De doorbraak in Nederland werd definitief bereikt toen de Nederlandse voetbalsters in 2017 Europees kampioen werden in eigen land. Bondscoach Sarina Wiegman sprak toen de woorden: ‘Nederland heeft het vrouwenvoetbal omarmd.’ Dat was zo, maar nog altijd is er, anders dan bij de jongens en mannen, geen cultuur van ‘ongebreideld enthousiasme’. Hiermee duid ik de sportcultuur aan die topsporters in staat stelt om zich puur op hun sport te richten. Met een publiek en bestuur die alleen maar enthousiast zijn en het sportveld niet steeds weer volgooien met barrières en weerstanden die niets met sport te maken hebben, maar alles met de seksistische en patriarchale machtsstructuren die de maatschappij als geheel doortrekken. Denk aan de publieke domeinen die van oudsher als ‘mannelijk’ worden beschouwd, zoals filosofie, wetenschap, kunst, film en literatuur.
Nemen we de recente WK atletiek in Boedapest. Hoe hebben we genoten van Femke Bol en Sifan Hassan. Wat een sportieve sfeer, waarin iedereen elkaar de medailles gunde. Geen bobo te zien die zich ten koste van Femke of Sifan probeerde te profileren en hun prestaties overschaduwde met zijn eigen hinderlijke aanwezigheid.
Vergelijk dit ongebreidelde sportplezier eens met het WK voetbal in Australië en Nieuw-Zeeland, waar werkelijk bijna elk team werd afgeleid en dwarsgezeten door de luimen van de mannelijke bobo’s. Bobo's die het helaas nog steeds voor het zeggen hebben in het vrouwenvoetbal. Er waren teams, zoals Nigeria en Zuid-Afrika, die fondsen moesten werven om te kunnen reizen en meedoen, die nog steeds op hun geld zitten te wachten. Teams die stennis hadden met coaches die in het verleden hun grijpgrage handen niet konden thuishouden, maar gedekt door een even corrupte en seksistische bondsvoorzitter ‘gewoon’ mochten aanblijven.
Van al die landen sprong Spanje al voor het begin van het toernooi in het oog, omdat de verwachtingen over Spanje voor dit toernooi al erg hoog waren. Zeker nadat een deel van de Spaanse speelsters had besloten om, na een eerdere collectieve weigering van vijftien speelsters om niet langer te voetballen onder de tirannieke bondscoach Jorge Vilda, terug te keren in de selectie voor het WK. Want een WK, dat is in het voetbal het hoogste. Maar een keer in de vier jaar.
Voor het WK ben je voetballer. Hiervoor hebben alle speelsters jarenlang systematische discriminatie, intimidatie en vernedering ingeslikt. Ook Jenni Hermoso. Wie gunde de Spaanse speelsters de WK-winst niet? Niemand gunde het bondscoach Vilda, en al helemaal niet de corrupte macho Spaanse voorzitter Luis Rubiales. Maar in het voetbal heb je, als vrouwelijke speler, nu eenmaal altijd en overal wel zo’n machtsbeluste trainer of bestuurder die even aan je zit, terwijl dat niet nodig is. Met wie je beslist niet alleen in een bestuurs- of kleedkamer terecht moet komen, omdat je dan niet weet of je veilig bent.
En of je niet betast zult worden, of er geen vervelende opmerkingen over je borsten of je leuke gezichtje gemaakt gaan worden, of je een dickpic over de Whatsapp krijgt, door die vent die macht over je heeft, jou betaalt, jou kan selecteren voor het WK. Of niet. Dit is de dagelijkse realiteit van de vrouwelijke voetballer, in heel veel landen, bij heel veel clubs, al sinds het begin van onze sport. Het is bijna ‘normaal’. Maar dat is het niet.
Hoe zouden we gereageerd hebben als Femke Bol, na haar fantastische inhaalrace op de 4x400 meter, nadat ze van dolle vreugde ter aarde was gestort, door voorzitter Jan Markink van de Atletiekunie, midden op de baan was opgetild en over de schouder geworpen? Als deze official tijdens de 4x400 meter naast koningin Máxima en kroonprinses Amalia zich in het kruis had gegrepen, uit opwinding over de sterke race van Lieke Klaver? En als hij vervolgens bij de uitreiking van de medailles Sifan Hassans gezicht eens lekker stevig had vastgepakt en een natte pakkerd op haar mond had gedrukt, terwijl zij nietsvermoedend euforisch is om haar prestatie en zo gauw even niet weet hoe ze assertief moet reageren?
Want assertief iemand van je afduwen als een kus je niet zint, is lastig met honderden miljoenen ogen van tv-kijkers, de koningin, de Fifa-bonzen en de nationale voetbalbobo's op je gericht. Sterker nog, het is ook heel moeilijk als je alleen met die bondsvoorzitter in een kamer zit. Het is in alle omstandigheden moeilijk om accuraat te reageren op zoiets onverwachts, ongepasts en intimiderends. Op seksueel geweld. Afgezien daarvan doet de reactie van Hermoso er eigenlijk niet toe. Het gaat om de actie van bondsvoorzitter Rubiales. Die was zeker niet onschuldig.
Het was geen gezellige kus uit vriendschap. Die kus was het resultaat en de poging tot bekrachtiging van eeuwenlange vrouwenhaat en vrouwenonderdrukking. Van een patriarchaat dat met de kus zei: ‘En met deze onderdrukking gaan we nog even door.’ Precies op het moment dat het Spaanse vrouwenvoetbal de doorbraak bereikte die de Nederlandse vrouwen in 2017 hadden bereikt, zei de Spaanse bondsvoorzitter niet met woorden maar, erger, met een vernederend, ziek gebaar: ‘Doorbraak? Dat dacht je. Het is in mijn handen. Want, ik doe wat ik wil, met jouw lijf, met jouw feest, met jouw prestatie. Denk vooral niet dat je hier gewonnen hebt. Jij hebt misschien een gouden medaille, maar ik heb de macht.’
Een bondsvoorzitter staat daar in functie op het podium. Hij heeft als bondsvoorzitter een faciliterende rol, maar een toxische bondsvoorzitter speelt daarmee een machtsspe Source: Volkskrant