Opnieuw neemt het aantal internationale studenten in Nederland toe, ondanks (politieke) voornemens om dat te voorkomen. Probleem is dat universiteiten niet veel mogelijkheden hebben om de buitenlandse instroom te beperken. En sommige willen het ook helemaal niet.
In december 2019 stemde een ruime meerderheid van de Tweede Kamer ervoor: de instroom van het aantal buitenlandse studenten moet naar beneden, de ‘verengelsing’ van Nederlandse onderwijsinstellingen moest stoppen. De collegezalen zaten vol, hoger onderwijspersoneel had last van een steeds hogere werkdruk en studentensteden piepten en kraakten onder de massa's studenten die tevergeefs naar een kamer zochten.
Nu, ruim drieënhalf jaar later, is dat probleem nog niet opgelost. Sterker nog: het aantal studenten afkomstig uit landen buiten de Europese Unie dat in Nederland studeert, neemt aankomend collegejaar waarschijnlijk opnieuw toe. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ziet een stijging van het aantal studie-visumaanvragen van niet-Europese studenten.
Ondertussen is de krapte op de woningmarkt in de meeste studentensteden alleen maar groter geworden. Er is naar schatting een tekort aan 27 duizend studentenkamers. En dat stuwt de huurprijzen van de overgebleven kamers op. Een vrijkomende kamer kost, volgens verhuursite Kamernet, gemiddeld 715 euro per maand.
‘In het kader van internationalisering’ is er een ‘betere balans’ nodig, schreef demissionair minister Robbert Dijkgraaf (D66, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) daarom in april aan de Kamer. En dat vinden de onderwijsinstellingen ook. Zij vragen al sinds 2018 om meer sturingsmogelijkheden om de instroom van buitenlandse studenten een halt toe te roepen. Maar hoe kan het dan dat, ondanks deze brede consensus, het aantal internationale studenten nog steeds stijgt? Is dat onwil of onmacht?
De meest voor de hand liggende oplossing om het probleem aan te pakken, lijkt het verminderen van het aantal Engelstalige opleidingen. Maar dat willen de meeste universiteiten niet, zegt Gijs Kooistra, woordvoerder namens belangenorganisatie Universiteiten van Nederland (UNL). ‘Engelstalig onderwijs is juist belangrijk voor de kwaliteit van het onderwijs.’
De studenten hebben volgens Kooistra baat bij een ‘international classroom’ waarin ze kennismaken met allerlei culturen en hun Engels oefenen. Universiteiten kunnen dankzij deze voertaal het beste wetenschappelijk personeel uit het buitenland aantrekken.
Ook de Universiteit van Amsterdam (UvA), die al jaren pleit voor meer maatregelen, vindt het terugschroeven van het aantal Engelstalige opleidingen geen goed idee. De universiteit is niet tegen internationalisering, maar tegen de onbeheersbare groei ervan, zegt UvA-bestuursvoorzitter Geert ten Dam. ‘Internationalisering hoort bij het internationale karakter van de wetenschap van nu. De UvA heeft tweetalig onderwijs. Dat houdt Nederlands talent hier en trekt buitenlands talent aan, dat hebben we nodig als kennisland.’
In Ten Dams ogen is het probleem vooral dat universiteiten niet kunnen sturen op het aantal internationale studenten. ‘We groeien tegen wil en dank.’ Wie aan de vereisten van een opleiding voldoet, mag namelijk niet geweigerd worden. Dit collegejaar worden 14 van de 62 bacheloropleidingen en 53 van de 73 masteropleidingen van de Amsterdamse universiteit in het Engels gegeven. Ruim 40 procent van de eerstejaars bachelorstudenten aan de UvA kwam vorig jaar uit het buitenland.
Onderwijsinstellingen zeggen weinig te kunnen doen om een rem te zetten op studenten uit het buitenland. ‘Het enige wat je kan doen is een numerus fixus instellen voor Engelstalige opleidingen’, aldus Kooistra, ‘Maar daarmee dupeer je Nederlandse studenten die in het Engels willen studeren.’ Om een studieplek te krijgen, moeten zij dan concurreren met mogelijk honderden buitenlandse aanmeldingen. En voor universiteiten die een opleiding zowel in het Engels als het Nederlands aanbieden, geldt: zodra zij op de Engelstalige een maximum instellen, moet automatisch ook de Nederlandse variant worden begrensd.
Onderwijsinstellingen kunnen wel het collegegeld voor studenten van buiten de Europese Unie verhogen, om de groei af te remmen. Dat ligt nu meestal tussen de 10 en 20 duizend euro, wat in vergelijking met Groot-Brittannië en de Verenigde Staten vrij laag is voor kwalitatief goed onderwijs. Onder meer de TU Delft en de Erasmus Universiteit in Rotterdam verhoogden om deze reden hun tarieven.
Bij de UvA ligt die optie ook op tafel, maar de universiteit wil eerst afwachten met welke maatregelen de overheid komt, aldus de woordvoerder. ‘Dit is voor ons echt een dilemma, omdat we ons onderwijs ook toegankelijk willen houden voor lagere inkomens uit het buitenland.’
Hoewel de UvA en de politiek het erover eens zijn dat het aantal buitenlandse studenten naar beneden moet, zijn er ook onderwijsinstellingen waar dat helemaal geen prioriteit heeft. ‘Voor Noord-Nederland is internationalisering helemaal geen probleem, maar juist een oplossing voor een arbeidsmarktvraagstuk’, zegt Erica Schaper bijvoorbeeld, bestuursvoorzitter van de NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden. Het aantal buitenlandse studenten ligt op hogescholen ook aanzienlijk lager dan op universiteiten.
Het kamertekort speelt in Friesland en Drenthe niet, zegt Schaper. En in sectoren die voor de regio belangrijk zijn, maar waarvoor onvoldoende Nederlandse studenten te vinden zijn, zoals de horeca, ict en techniek, zijn de internationale studenten volgens haar juist heel welkom.
Ook voor de Universiteit Maastricht, die zich als onderwijsinstelling vlakbij de grens nadrukkelijk als ‘Europese Universiteit’ profileert, is Engelstalig onderwijs essentieel. ‘Daarmee trekken we jonge werknemers en studenten naar een verder vergrijzende regio toe’, zegt Rianne Letschert, voorzitter van het College van Bestuur. ‘Natuurlijk moet er in het westen gezocht worden naar manieren om het aantal internationale studenten terug te dringen, maar bij ons is de balans nog goed.’ In totaal komt iets meer dan de helft van de studenten in Maastricht uit het buitenland.
De onderwijsinstellingen zelf kunnen of willen het aantal buitenlandse studenten dus nog niet terugbrengen. Het wachten is nu op de politiek. De wet taal en toegankelijkheid, het wetsvoorstel dat de Tweede Kamer in 2019 met ruime meerderheid aannam, is door demissionair minister Dijkgraaf op pauze gezet.
Hij is bezig met een nieuw wetsvoorstel, de wet internationalisering in balans. Die moet onderwijsinstellingen meer ‘knoppen’ geven om de instroom van buitenlandse studenten te beperken, aldus een woordvoerder van het ministerie. Bij Engelstalige opleidingen moet voortaan eerst getoetst of ze echt nodig zijn, is het idee. De Tweede Kamer beslist volgende week of het onderwerp controversieel wordt verklaard of niet, waardoor de wet nog vertraging kan oplopen.
Sommige onderwijsinstellingen maken zich er grote zorgen over, juist omdat internationale studenten daar hard nodig zijn. ‘Het vraagstuk van internationale studenten wordt continu verward met huisvestingsproblematiek, de instroom van asielzoekers en zorgen over het behoud van de Nederlandse taal’, zegt Letschert. ‘We moeten oppassen dat we rigoureus het Engels hoger onderwijs afschaffen en het kind met het badwater weggooien.’
Source: Volkskrant