Home

‘De vraag is niet: kunnen dieren nadenken? Of: kunnen ze praten? Maar: kunnen ze lijden?’

In 1970 ging Peter Singer, destijds filosofiestudent aan Oxford, lunchen met Richard Keshen, een Canadese studiegenoot. Spaghetti of salade, dat was de keuze. ‘Ik weet nog dat Richard vroeg of er vlees in de pastasaus zat’, zegt Singer via een Zoom-verbinding vanuit zijn huis in het Australische Melbourne. ‘Toen dat het geval bleek te zijn, koos hij voor de salade.’

Aan tafel vroeg Singer, die voor de spaghetti was gegaan, waarom Keshen naar de ingrediënten van de pastasaus had gevraagd. Keshen vertelde daarop dat hij – zeer ongebruikelijk in die tijd – vegetariër was. ‘Tot dat punt in mijn leven had ik nog nooit nagedacht of het gerechtvaardigd was dat mensen dieren fokken voor voedsel’, zegt Singer.

Hoe meer hij erover ging nadenken, hoe meer filosofen hij erover ging lezen, hoe minder goed hij datgene kon rechtvaardigen wat hij al zijn hele leven deed: het eten van vlees.

Drie jaar later, in 1973, schreef hij hierover een veelgelezen artikel in The New York Review of Books. Twee jaar later bouwde hij dat uit naar het boek Animal Liberation.

Singer beschrijft daarin tot in detail het miserabele leven van dieren die worden ingezet bij experimenten of gefokt in de bio-industrie. Vervolgens zet hij uiteen dat dieren net zo veel recht hebben op een pijnvrij bestaan als mensen.

Over de auteur
Gijs Beukers is mediaredacteur bij de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Waarom is het lijden van dieren minder erg dan dat van mensen? Mensen rechtvaardigen het vaak met een beroep op hun superieure intelligentie, schreef Singer, maar als intelligentie werkelijk het criterium is, waarom gaan we dan wel vredig om met baby’s of mensen met een mentaal ernstige beperking?

Singer schreef dat de belangen van álle bewuste wezens moeten meetellen, niet alleen die van mensen. Hij citeerde de filosoof Jeremy Bentham (1748-1832): ‘De vraag is niet: kunnen ze nadenken? Of: kunnen ze praten? Maar: kunnen ze lijden?’

Singer concludeerde dat de unieke positie die de mens meent in te nemen, gebaseerd is op speciësisme: de overtuiging dat bepaalde soorten minder rechten hebben dan andere.

Destijds dacht Singer – ‘en dat denk ik nog steeds’ – dat zijn betoog waterdicht was. Hij verwachtte dat een groot aantal mensen veganistisch of ten minste vegetariër zou worden.

Dat is niet gebeurd. De oproep tot het boycotten van vlees die hij in het boek deed is een ‘totale mislukking’ geweest, zegt hij nu. ‘Er is, zelfs in grote delen van Europa en de Verenigde Staten, nog nooit zo veel vlees per persoon gegeten. Ook vanwege de groei van China lijden er nu meer dieren door mensen dan in 1970.’

Mensen weten welk leed dieren wordt aangedaan – en eten ze vervolgens toch. ‘Dat kan geen goede manier zijn om te leven’, zegt Singer. ‘Veel mensen zeggen dat ze eigenlijk vegetariër zouden moeten zijn, maar slagen daar vervolgens niet in. Ik denk dat ze beter af zouden zijn als ze dat wel zouden doen, omdat ze dan leven naar hun waarden, en een gezonder dieet hebben.’

Singer is tegen alle vormen van dierenleed, maar richt zich voornamelijk op de bio-industrie, omdat daar veruit de meeste beesten onder lijden. Volgens de VN worden jaarlijks 83 miljard vogels en zoogdieren voor voedsel geslacht.

Zijn oproep is misschien grotendeels genegeerd, zijn boek is dat niet. Het werd een klassieker en Peter Singer als gevolg daarvan de ‘vader van de moderne dierenrechtenbeweging’.

Hoewel hij inmiddels 77 is, is hij niet gestopt met zijn strijd tegen de bio-industrie. V spreekt Singer naar aanleiding van Animal Liberation Now, de recent verschenen, vernieuwde versie van het boek.

Als Singer schrijft, staat er, en dat is voor een filosoof niet vanzelfsprekend, geen vage zin tussen. Je leest zijn boek dus makkelijk – behalve dan de hoofdstukken over dierenexperimenten en de bio-industrie. Daarin gaat het over hennen wier snavel met een kokend hete tang wordt afgesneden. Het gaat over kalveren die direct na de geboorte bij moeder worden weggehaald en vervolgens ijzerarm voedsel krijgen zodat ze bloedarmoede ontwikkelen om voor de consument lekker mals te blijven. Het gaat over vissen die in doodsnood verkeren omdat ze op het droge worden getransporteerd – en uiteindelijk stikken.

Aan het einde van zijn boek richt Singer zich opnieuw tot de lezer: ‘Zal onze tirannie voortduren, daarmee bewijzend dat moraliteit niets waard is als die botst met zelfbelang, zoals vele cynici altijd hebben beweerd?’, schrijft hij. ‘Of zullen we ons vermogen tot oprecht altruïsme bewijzen door de brute uitbuiting van dieren te stoppen (...) omdat we inzien dat die moreel onverdedigbaar is. Ik geloof dat dat inzicht zal komen, uiteindelijk, omdat we de afgelopen millennia voortgang hebben geboekt in het uitbreiden van de kring van wezens die we gelijk behandelen. Ik weet niet hoelang het duurt voordat we niet-menselijke dieren in deze kring opnemen, of hoeveel biljoenen dieren nog moeten lijden voordat dat gebeurt. De manier waarop jij en andere lezers reageren op dit boek kan die tijd verkorten, en het getal verminderen.’

De oproep past bij Peter Singer. Filosofie is bij hem nooit abstract, maar altijd iets waarnaar moet worden geleefd. Zijn overtuigingen spruiten voort uit het uti­li­ta­ris­me, een filosofische stroming die handelingen beoordeelt op hun gevolgen. Leiden ze tot zoveel mogelijk geluk en plezier en zo min mogelijk pijn – bij álle bewuste wezens – dan zijn ze ethisch. Tot deze stroming behoren behalve Jeremy Bentham ook de Britten John Stuart Mill (1806-1873) en Henry Sidgwick (1838-1900).

Uit dit gedachtengoed komt ook Famine, Affluence, and Morality voort, een artikel dat hij in 1972 schreef. Daaruit blijkt dat wie in de wereld van Singer een ethisch mens wil zijn, een moeilijke opgave wacht. Hij betoogt daarin dat het immoreel is om na te laten iemand in nood te helpen als dat niet wezenlijk ten koste gaat van je eigen welzijn. Dus pleit hij ervoor dat welvarende mensen – in Nederland zouden niet alleen de miljonairs, maar vrijwel alle mensen hieronder vallen – veel grotere delen van hun vermogen moeten schenken aan humanitaire doeleinden. Door dit artikel – en door het later verschenen, gratis te downloaden boek The Life You Can Save – geldt Singer ook als een van de grondleggers van de recentelijk veelbesproken effectief-altruïsme-beweging, die voor zo weinig mogelijk geld zo veel mogelijk mensen en dieren wil helpen.

Mede vanwege deze werken staat Singer bekend als ’s werelds invloedrijkste levende filosoof. Als het over de kalm formulerende Australiër gaat, zijn superlatieven nooit ver weg. ‘Peter Singer is misschien wel de meest morele persoon op de planeet’, aldus de Britse evolutiebioloog Richard Dawkins in een aanprijzing van Animal Liberation Now. Anderen denken daar radicaal anders over. In 1999 verscheen in de Brits krant The Guardian een profiel over hem onder de kop ‘De gevaarlijkste man van de wereld’. Dat komt door zijn denkbeelden over euthanasie en abortus – waarover later meer.

Veel van zijn gedachten over dierenleed zijn onder wetenschappers minder omstreden. In 1975, toen hij de eerste versie van Animal Liberation schreef, bestonden er al geen twijfels meer dat kippen, koeien en varkens pijn konden voelen, zegt hij.

‘Toen waren er twijfels over vissen. Konden zij lijden? Inmiddels is veel onderzoek gedaan naar hun zenuwstelsel, hun reactie op pijnstillers, zelfs naar hun bereidheid om een zekere mate van pijn te ervaren als ze daarvoor beloond worden. Wat blijkt: zijn ze een klein beetje hongerig en krijgen ze een hevige schok als ze iets willen eten, dan eten ze niet. Maar zijn ze erg hongerig en is de schok milder, dan doen ze het wel. Gewervelde landdieren die pijn ervaren maken precies dezelfde afweging.’

‘Ik weet niet hoe dat komt, maar het is tragisch voor de vis. Misschien komt het doordat ze geen gezichtsuitdrukkingen hebben of geen geluid maken.’

‘Volgens de wetenschap is dat redelijk. Er zijn ongewervelde dieren die duidelijk pijn lijden. De octopus is een goed voorbeeld. Over krabben en kreeften zegt de wetenschap dat het zeer waarschijnlijk is. Bij garnalen is het moeilijker. Sommige soorten zouden wel pijn ervaren, andere niet. Ik gun ze daarom het voordeel van de twijfel.

‘Een oester beweegt nooit weg van een bron van gevaar. Dat is een duidelijke indicatie dat ze niet kunnen lijden.’

‘Bepaalde vormen van opsluiting zijn verboden. De legbatterij, die zo klein was dat de hen haar vleugels niet kon spreiden, is verboden. Er zijn nog wel kooien – groter, met nestkasten – waarvan de Europese Commissie overweegt om die ook te verbieden. Ik hoop dat dat gebeurt.

‘Daarnaast waren kalveren en fokzeugen opgesloten in individuele stallen die zo krap waren dat ze zich er niet in konden omdraaien. De EU heeft ook dit verboden, de dieren kunnen nu bewegen.’

‘Het belangrijkste wat moet veranderen is de vleesproductie van kippen, omdat het hier om zulke grote getallen gaat. Er worden meer kippen voor hun vlees geslacht (jaarlijks 60 miljard volgens World Animal Protection, red.) dan alle andere landdieren bij elkaar. Dat betekent ontzettend veel dierenleed.

‘Om ze Source: Volkskrant

Previous

Next