Home

Maak in alle Intertoys-vestigingen een speakeasy-kinderbieb

De Intertoys staat te koop.

Prijs: denk aan een miljoentje of zeventig.

Volgens eigenaar Michiel Witteveen wordt niet alleen geselecteerd op het hoogste bod, maar ook op een bieder die zorgvuldig met zijn nieuwe aankoop zal omspringen. Dat zeggen huiseigenaren vaak ook, meestal nét voor ze hun eengezinswoning aan Prins Bernhard jr. verpatsen – die er vervolgens een paar tussenwandjes in zet, een of twee wc-potten erbij en de boel als twaalf losse studio’s met ‘loft-feel’ in de verhuur gooit.

Een eigen speelgoedwinkel… Vreemd toch: het ene moment verbaas je je erover dat een winkelketen überhaupt nog bestaat en het volgende sta je te rekenen hoeveel gefortuneerde kennissen je nodig hebt om de hele keten aan te schaffen. Paar ton hier, hypotheek daar, paar bevriende durfkapitalisten en oliesjeiks lief aankijken...

Hoeveel uur van mijn leven heb ik in de Intertoys doorgebracht? Vele honderden. Meestal schuilend voor een bui, want tussen 1989 en 1994 regende het onafgebroken. Mijn moeder bleef bij de ingang staan en ik verdween in mijn eigen hebberigheid. Eindeloze begerige processies langs schappen met autootjes, spellen, poppen, puzzels. Er waren zakjes met knikkers, een racebaan waar altijd net een ander kind mee speelde en gigantische dozen van de firma’s Lego en Mattel en Playmobil. Op ooghoogte, in de kelder, bevond zich een enorme bak met ballen die je er beslist niet uit mocht halen om ze even te proberen. En zelfs al deden alle anderen het wel, dan nóg niet.

Op een zeker moment werd in de krant de opening van de Grootste Intertoys Van Nederland aangekondigd. De vestiging aan de Lange Viestraat in Utrecht besloeg meerdere verdiepingen, wanden vol speelgoed, een heerlijke kinderkoortsdroom. We gingen er met het gezin heen, een dagje uit. Ik herinner me roltrappen, al kan het ook zijn dat ik die middag op een high de trappen op en af zweefde.

Aan het eind van dat bezoek mocht ik iets uitkiezen. Een cadeautje, niet te groot. Eén ding. En weer trok ik langs de schappen waar al het speelgoed lag uitgestald, al die verrukkelijke rommel. En bij elke tekendoos en ieder springtouw dat ik in mijn hand nam, zag ik vooral al het andere, alles wat ik nooit zou mogen hebben.

De laatste jaren kom ik zelden nog in speelgoedwinkels. Als ik er toch eens kom, namens een bevriende kleuter, dan altijd in winkels waarin niets glimt. In die winkels is bijna alles van hout, en alleen de deurbel maakt geluid. Het zijn prachtige winkels, perfect voor kinderen die de blik van hun ouders hebben geïnternaliseerd, zoals er ook kinderboeken bestaan die vooral door volwassenen gewaardeerd worden.

Misschien een leuke koper voor al die speelgoedwinkels: wij samen. Intertoys als staatsbedrijf. Alles om de zinkende leesvaardigheid drijvende te houden. Nederlandse kinderen haten lezen, het staat bijna dagelijks in de krant. Nou, koop Intertoys, behoud naam en logo, halveer het assortiment inwisselbaar rommelplastic en creëer in elke vestiging een soort stiekeme leeshoek, direct naast de afdeling ‘Nare rotzooi voor op je schermpje’. Een plek met kasten vol nieuwe en oude kinderboeken die je ter plekke mag lezen, en waar voortdurend voorleeskwartiertjes starten. En zo, via het olifantenpaadje van het speelgoed, lokken we kinderen van staatswege de wereld van het geschreven woord binnen. Een land vol speakeasy-kinderbiebs, onder de vlag van een ouderwetse speelgoedzaak. Projecttitel: Interlibris.

Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Source: Volkskrant

Previous

Next