Home

Wiet en jazz brachten socioloog Howard S. Becker (1928-2023) tot onconventionele inzichten

‘De socioloog in de stripclub’, zo werd de eerder deze maand op 95-jarige leeftijd overleden Howard S. Becker genoemd door het tijdschrift The New Yorker. Het is misschien een wat platvloers etiket om op zijn zeven decennialange en met evenzovele eredoctoraten bekroonde carrière te plakken.

Maar inderdaad, die carrière begon als 16-jarige in de nachtclubs en striptenten van Chicago, waar de vroegrijpe student als jazzpianist zijn collegegeld bijeensprokkelde. Dat de zoon van Joodse immigranten als minderjarige op de planken mocht staan – drie kwartier per uur, zeven uur per avond – kwam niet alleen door zijn vingervlugheid op het klavier, maar ook doordat veel volwassen jazzmuzikanten in Europa tegen de nazi’s aan het vechten waren.

Over de auteur
Jonathan Witteman is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over sociale zekerheid, ongelijkheid en technologie.

Aan zijn met een waas van wiet omhangen muzikantenjaren dankte Becker een openbaring: dat hij zijn observaties in het nachtleven kon gebruiken als voer voor wetenschappelijk onderzoek.

Het leek de jonge Becker wel een romantisch idee om antropoloog te worden, maar veldonderzoek doen in nachtclubs had als groot voordeel dat je niet naar verre oorden hoefde, grapte hij in 2015 tegen The New Yorker. ‘Sommige antropologen die ik kende, verloren de helft van hun tanden. Niet leuk. Ik dacht: wauw! Als ik gewoon opschreef wat ik ’s avonds deed, gewoon wat iedereen zei en wat ik observeerde, dan waren dat veldaantekeningen.’

Die veldaantekeningen leverden begin jaren vijftig het invloedrijke artikel Becoming a Marihuana User op. Met dit curieuze mengsel van sociologie en hard-boiled detective-achtige dialogen met collega-cannabisgebruikers legde hij de basis voor een nieuwe manier om naar deviant oftewel afwijkend gedrag te kijken.

Becker beschreef wietrokers niet als zwakzinnige perverselingen, zoals toen naar het voorbeeld van de propagandafilm Reefer Madness normaal was. ‘Het waren geen maffe mensen die hun psychische problemen verzachtten met drugs’, zei hij daar later over. ‘Ze maakten gewoon plezier.’

Iets vergelijkbaars gold voor homoseksuelen, schreef Becker in zijn klassieker Outsiders (1963). ‘Homoseksualiteit wordt gezien als een ziekte, omdat heteroseksualiteit de sociale norm is.’ Maar homo’s waren niet afwijkend omdat er iets mis met ze was, schreef Becker in zijn vroege voorloper van queer theory, maar simpelweg omdat de maatschappij ze het etiket ‘afwijkend’ op plakte.

Dat de etiketten die we op mensen plakken nooit neutraal zijn, lijkt in tijden van woke een dooddoener. Maar Becker was een van de eersten die dit aankaartte, schreef de Franse socioloog Jean Peneff over Becker. Op het speelveld van goed en kwaad staren we ons blind op de overtredingen, terwijl de mensen die zich opwerpen als morele scheidsrechters minstens zo interessant zijn, vond Becker.

Op zijn oude dag groeide Becker uit tot een geliefde intellectueel in Frankrijk, waar hij vier van zijn zeven eredoctoraten ontving. Hij bracht de herfst van zijn leven graag door in Parijs, met lezingen geven en piano spelen. Zijn Franse populariteit dankte Becker aan het feit dat hij in alles het tegenbeeld was van de denker Pierre Bourdieu (1930-2002). De munter van de term ‘cultureel kapitaal’ gold lang als zwaargewicht onder de sociologen in Frankrijk, waar sociologie een ‘vechtsport’ was, zoals Peneff het noemde. Bourdieu werd door sommige collega’s gehaat, omdat hij dankzij zijn macht in de universitaire wereld carrières kon maken en breken.

Terwijl Bourdieu zinnen schreef als ‘gestructureerde structuren die voorbestemd zijn om te functioneren als structurerende structuren’, had Becker een broertje dood aan academisch taalgebruik. En waar mensen in Bourdieus theorieën weinig meer leken dan willoze atomen in een magnetisch veld, gruwde Becker van ‘ideeën die zijn losgezongen van individuen van vlees en bloed’.

Het observeren van mensen van vlees en bloed leidde tot onconventionele inzichten. Zo viel het hem als pianist op hoe vijandig zijn collega-muzikanten tegenover hun toeschouwers stonden, ook al dankten zij hun salaris aan diezelfde toeschouwers. In de ogen van de muzikanten bestond het publiek in nachtclubs zonder uitzondering uit ‘fucking squares’, oftewel verdomde normalo’s die voortdurend om de Beer Barrel Polka en andere commerciële verzoeknummers vroegen. De muzikanten speelden liever bebop, maar door de wansmaak van het publiek viel daar geen droog brood mee te verdienen.

Muzikanten zijn lang niet de enigen die een haat-liefdeverhouding hebben met hun klanten, concludeerde Becker. Denk bijvoorbeeld aan docenten en hun leerlingen, of horecapersoneel en hun gasten. Beckers leermeester aan de universiteit van Chicago, de beroemde socioloog Everett Hughes, was zo geïnspireerd door dit inzicht, dat hij de proef op de som besloot te nemen toen hij op een dag op bezoek was bij de Amerikaanse vereniging van verpleegkundigen.

‘Waarom doen jullie geen onderzoek naar iets waar jullie je echt zorgen om maken, namelijk waarom verpleegkundigen hun patiënten haten?’, vroeg Hughes. De verpleegkundigen keken verbijsterd, schrijft Becker in zijn boek What About Mozart? What About Murder? (2014). ‘Daarna zei een van hen: ‘Hoe weet je dat?’’

Naast zijn Franse eredoctoraten ontving Becker in 2004 een eredoctoraat van de Erasmus Universiteit Rotterdam voor zijn verdiensten voor de kunst- en cultuursociologie.

Becker schreef ook het boek Art Worlds (1982), waarin hij kunst een groepsproces noemde. Daarin was bijvoorbeeld niet alleen de geniale dirigent cruciaal, maar ook de instrumentenmakers, bladmuziekverkopers, toeschouwers en zelfs de parkeerwachters van het concertgebouw.

De socioloog hekelde de auteurstheorie, volgens welke films de vrucht zijn van de artistieke visie van de regisseur. Zijn favoriete tegenvoorbeeld was The Wizard of Oz (1939), waarin de sleutelscène – het veranderen van de film van zwart-wit naar kleur als Dorothy Oz binnengaat – een idee was van de filmcomponist, en niet van de regisseur.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next