Home

Wij zorgen met z’n drieën voor 22 verpleeghuisbewoners. Ga zelf je vader verhuizen en met je moeder wandelen

Vandaag werk ik met mijn collega Jenny in de thuiszorg. We bellen aan bij meneer Van Vendel (71). Door de longziekte COPD heeft hij te weinig lucht om ons binnen te laten, dus doet Japie de deur open. Japie is een herdershond. Hij kijkt naar me op met zijn bruine ogen, pakt met zijn bek mijn pols vast en dirigeert me naar de woonkamer, waar het bed van meneer Van Vendel staat.

‘Hoe gaat het hier?’, vraagt Jenny. Ze is meneer Van Vendels EVV’er: eerst verantwoordelijke verzorgende. Dat betekent dat ze van alles voor hem regelt.
‘Slecht’, antwoordt hij. Hij ligt met zijn gezicht naar de muur en draait zich niet naar ons om.

Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Meneer Van Vendel moet verhuizen, want door zijn gezondheidsproblemen kan hij de trap niet meer op. Hij gaat gelijkvloers wonen. ‘Het appartement is veel kleiner dan dit. Ik moet een heleboel spullen wegdoen. Hij moet ook weg en dat vind ik nog het ergst.’ Nu draait hij zich moeizaam om en wijst naar het terrarium in de hoek van de kamer.

Op een stuk hout onder een uv-lamp zit een grote hagedis. Ik loop naar het terrarium, ga door mijn knieën en kijk naar het met schubben en stekels bedekte lijf. Bert de baardagaam.
‘Zijn stekels zijn zacht, hoor. Alleen die op zijn kop zijn hard.’
‘Laatst zag ik bij iemand een terrarium met alleen planten erin’, zeg ik. ‘Het was een soort miniatuurlandschap met stenen, kleine boompjes en verschillende soorten mos. Heel leuk.’
‘Jij vindt Bert zeker zielig’, zegt meneer Van Vendel.

‘Heb je al iets geregeld voor je verhuizing?’, vraagt Jenny.
‘Nee. Mijn zoon komt helpen, maar alleen om de verhuiswagen in en uit te laden. Hij wil niet inpakken.’ Als ik zo de kamer rondkijk begrijp ik dat wel. Het staat hier stampvol: uitpuilende kasten, tafeltjes vol prullaria, stapels boeken, tijdschriften en kranten. En alles bedekt onder een laag haren van Japie.

‘Maar ik kan geen verhuizers betalen en wil ook eigenlijk niet dat er vreemden aan mijn spullen zitten.’
‘En je buren?’, vraagt Jenny. ‘Daar heb je toch goed contact mee?’
Meneer Van Vendel haalt zijn schouders op. Hij zal eens rondvragen.

Als we later die ochtend in de auto zitten, van de ene cliënt onderweg naar de andere, gaat Jenny’s telefoon. Het is meneer Van Vendel.
‘Jenny, zou jij me anders kunnen helpen met inpakken?’
Ze is een paar seconden stil. Ik denk: nee, nee. Maar Jenny zegt ‘ja’. Aan de andere kant van de lijn klinkt een raspende zucht van verlichting.

Als de EVV’er van meneer Van Vendel moet Jenny iets met zijn verhuizing, want hij stikt zowat van de stress, maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat ze zelf, op haar vrije dag, zijn spullen gaat inpakken.

In het verpleeghuis zie je vaak het andere uiterste. De zorg moet aansluiten op de situatie en wensen van de cliënt, de zorg hoort maatwerk te zijn, maar daar komt in de praktijk weinig van terecht. Veel zorgverleners zien het zorgproces als een standaardpakket van handelingen – wat daarvan afwijkt is extra of bijzonder.

Aan de andere kant wordt van zorgverleners meer behulpzaamheid verwacht dan van anderen. Als je in de zorg werkt, is behulpzaamheid immers jouw ding.

‘Jullie kunnen toch elke dag wel even met mijn moeder wandelen?’, vroeg de verontwaardigde zoon van een van de bewoners van het verpleeghuis. Wij zorgen met z’n drieën voor 22 bewoners. Ga zelf met je moeder wandelen.

En ik weet zeker dat de zoon van meneer Van Vendel het heel normaal vindt dat Jenny komt helpen en dat ergert me. Ga zelf je vader verhuizen.

Een week later krijg ik een appje van Jenny. ‘Wil jij toevallig een hagedis adopteren?’, vraagt ze. Er zit een foto bij van het terrarium, dat niet meer in meneer Van Vendels woonkamer staat, maar in die van haar. Nu zit ze ook nog met Bert opgescheept.

Source: Volkskrant

Previous

Next