Ruud Koopmans zegt het onomwonden. ‘Het Europese asielsysteem is doodziek.’ Voor zijn onderbouwing hoef je maar naar de kranten van deze zomer te kijken. Zestig vermisten na het kapseizen van een boot bij Kaapverdië. Doden op Het Kanaal. Het grote ongeluk met de vissersboot voor de Griekse kust, waarbij meer dan zeshonderd migranten verdronken.
‘Het asielsysteem is bedoeld om mensen te beschermen tegen dood, vervolging en geweld’, zegt de 62-jarige hoogleraar sociologie aan de Humboldt-universiteit in Berlijn. ‘De praktijk is dat we duizenden mensen de dood in jagen of aan verkrachting, uitbuiting en slavernij blootstellen. Tegelijkertijd slagen we er niet in om de meest kwetsbare vluchtelingen te helpen. Die bevinden zich in landen zonder route naar Europa of beschikken niet over de middelen om de reis te ondernemen. We hebben prachtige rechten vastgelegd in verdragen, maar asielzoekers mogen daarvan alleen gebruikmaken als ze de Sahara of Arabische woestijn doorkruisen en de Middellandse Zee oversteken. We verlangen dat mensen hun leven riskeren en het familiefortuin offeren om er überhaupt aanspraak op te maken. Dat is toch een raar, wreed systeem?’
‘De asielloterij’ heeft de Nederlandse socioloog de huidige praktijk gedoopt. In het voorjaar publiceerde hij een boek met die titel. Ter rechterzijde van het politieke spectrum wordt Koopmans’ analyse omarmd. ‘Heeft u het boek al op uw nachtkastje liggen?’, wilde JA21-leider Joost Eerdmans weten van staatssecretaris Eric van der Burg. Ook VVD-Kamerlid Ruben Brekelmans liet op X, voorheen Twitter, weten enthousiast te zijn over het werk van de hoogleraar.
Over de auteur
Loes Reijmer is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over migratie, asiel en polarisatie
In De Asielloterij behandelt Koopmans, die tevens onderzoeksdirecteur van het Wissenschaftszentrum in Berlijn is, het Europese vluchtelingenbeleid van de afgelopen jaren en pleit hij voor een nieuw systeem. Hij vindt niet dat een land als Nederland minder asielzoekers moet opnemen. ‘Die aantallen kunnen we gewoon aan. Het moet alleen beter gereguleerd en gedoseerd worden, zodat het niet steeds pompen of verzuipen is.’
Hij kijkt daarvoor naar landen als Canada en Australië, die vluchtelingen uitnodigen. ‘We zouden moeten kijken waar de nood het hoogst is. Jemen bijvoorbeeld, of bij de Rohingya in Myanmar. Op deze wijze haal je ook de angel uit het asielvraagstuk. Als duidelijk is dat het echte vluchtelingen zijn, is de bereidheid om deze mensen te helpen groot. De onvrede bij de bevolking zit nu vooral in het feit dat de asielzoekers die nu komen, vaak niet de meest hulpbehoevenden zijn.’
En ja, zegt Koopmans. Om dit systeem te laten slagen zijn er migratiedeals nodig, óók met schimmige autocraten als de Tunesische president Kais Saied.
‘Het is noodzakelijk om migratiedeals te sluiten met landen buiten de Europese Unie. Tunesië ligt voor de hand, omdat de centrale route over de Middellandse Zee veruit de dodelijkste is. De mensen die de stap wagen, komen veelal uit West-Afrika. Ze hebben weinig kans op erkenning als vluchteling. Voorkomen moet worden dat ze die dodelijke reis ondernemen.
‘De details van die deal zijn nog altijd onbekend. Rutte zei op de eerste persconferentie dat alles in overeenstemming met de mensenrechten moet gebeuren. We moeten hem maar op zijn woord geloven.’
‘Volgens het vluchtelingenverdrag van Genève hebben vluchtelingen recht op dezelfde voorzieningen als de inwoners van het land: toegang tot gezondheidszorg, onderwijs, de arbeidsmarkt. Ze mogen niet worden blootgesteld aan geweld en discriminatie. Dat laatste wordt nu vaak als argument tegen de deal gebruikt: er is zoveel racisme in Tunesië. Maar er wordt ook geklaagd over racisme en discriminatie in Europa. Dan mogen we ook geen vluchtelingen meer in Oost-Duitsland onderbrengen. Als je ze om die reden niet kunt opvangen, kun je ze beter naar de maan brengen.’
‘Dat er mensen in de woestijn zijn achtergelaten is natuurlijk volstrekt onacceptabel. Het is een vage deal, die vooralsnog niet functioneert. Dat is geen reden om af te zien van migratieovereenkomsten, maar wel om opnieuw en gedegen te onderhandelen.
‘De Tunesische regering en bevolking bevinden zich in een lastige positie. Het land is verworden tot een halte op weg naar Europa. De migranten willen daar niet blijven, ze wachten op een plekje op een boot. Natuurlijk leidt dat tot overlast in Tunesië, een land dat het economisch moeilijk heeft. Ook daar komt de vreemdelingenhaat vandaan. De Europese Unie moet ervoor zorgen dat de situatie verbetert. Door gereguleerde arbeidsmigratie toe te staan bijvoorbeeld, of studentenvisa. De bevolking moet er iets aan hebben, dat is ook belangrijk voor de stabiliteit van de overeenkomst. Anders kan Saied de deal makkelijk opzeggen als het financieel beter gaat.
‘Door de smokkelindustrie aan te pakken, zal de aantrekkingskracht op nieuwe migranten uit landen als Nigeria en Guinea minder worden. Waarom zou je weggaan als je in Tunesië strandt? ‘De vraag is wel wat er moet gebeuren met de grote groep migranten die al in het land is. Uit alle interviews met die jongens blijkt: teruggaan is geen optie. Ze hebben hun reputatie op het spel gezet, de familie heeft veel geld in ze geïnvesteerd. Die groep moet een uitweg krijgen. Van het miljard dat de EU naar Tunesië overmaakt, zouden een aantal miljoenen besteed moeten worden aan terugkeerpremies voor deze mensen. Zodat ze niet met gebogen hoofd en afhangende schouders terug hoeven naar hun familie.’
‘Nee, veel te weinig. In de berichtgeving wordt de beslissing om de stap te wagen geïndividualiseerd. Alsof die jonge mannen dat zelf bedenken. Vaak zijn het besluiten van hele families. Die zijn afhankelijk van het geld dat de jongens terugsturen.
‘Om inzicht te krijgen in de motieven om te migreren hebben we onderzoek gedaan in Senegal, Gambia en Nigeria. Ik sprak de directeur van het Senegalese bureau voor statistiek, een hoogopgeleide, welvarende man. Zijn neef was naar Spanje gegaan en vond daar een baan als kok. Hij verdiende niet genoeg om aan de hoge verwachtingen van zijn familie te kunnen voldoen. Sociale media spelen daarin ook een rol: de achterblijvers worden gebombardeerd met foto’s van migranten die poseren bij dikke auto’s – vaak staan die gewoon in een showroom of op straat – en denken zodoende dat de straten hier met goud geplaveid zijn.
‘Uiteindelijk heeft die neef zijn baan opgegeven en is de drugshandel in gegaan. Die jonge mannen komen echt niet met kwade bedoelingen naar Europa, hun idee is om legaal werk te vinden. Ze hebben irreële voorstellingen van de arbeidsmarkt en hun eigen mogelijkheden. Door die druk van de familie komen sommigen in de criminaliteit terecht.’
Het langste hoofdstuk in het boek gaat over criminaliteit. Een gevoelig thema, weet Koopmans, daarom wijdt hij er zoveel woorden aan. In Duitsland wordt slechts een klein deel van de vluchtelingen die in 2015 en 2016 het land binnenkwamen, verdacht van een strafbaar feit, benadrukt hij. Maar dat aandeel is wel hoger dan onder de bevolking als geheel.
In Nederland is het verschil kleiner, blijkt uit onderzoek van het WODC, het onderzoeksinstituut van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Zeker als in ogenschouw wordt genomen dat veel asielzoekers jonge, laagopgeleide mannen zijn, factoren die de kans op crimineel gedrag vergroten.
‘Met die argumenten wordt het probleem vaak weggeredeneerd’, zegt Koopmans. ‘En het is inderdaad een belangrijk deel van de verklaring. Tegelijkertijd maakt het voor de slachtoffers geen verschil. De criminaliteitsbelasting wordt er niet minder op. Het is bovendien een resultaat van ons vluchtelingenbeleid dat vooral jonge mannen hiernaartoe komen.
‘Ik vind het een belangrijk onderwerp, omdat rechts-populistische partijen er electoraal gewin uit halen. Media en gevestigde partijen doen alsof dit probleem niet bestaat, de reflex is: als we hierover spreken, geven we munitie aan extreem-rechts. Ik denk dat het precies omgekeerd is: de munitie is er, als andere partijen het niet oppikken, heeft extreem-rechts het monopolie.’
‘Daar heb je gelijk in. Tegelijkertijd zou ik als vrouw ook boos zijn op linkse partijen, die negeren dat vrouwen in hogere mate last ondervinden van een specifieke groep: jonge mannen uit landen in Afrika en het Midden-Oosten met sterk patriarchale culturen. Je bewijst vrouwen, homo’s of Joden geen dienst door te doen alsof het een diffuus fenomeen is veroorzaakt door hét patriarchaat of hét antisemitisme. Daarmee los je het probleem niet op. Je moet bereid zijn te benoemen dat sommige problemen in bepaalde groepen sterker spelen dan in andere.’
‘Uiteindelijk is migratie ook een verdelingsvraagstuk. Het gaat over wie de voordelen en de nadelen ondervindt. De hoogopgeleide achterban van progressieve partijen merkt vooral de voordelen. Tijdens hun studie, als ze nog jong en weerbaar zijn, vinden ze het fijn om in een kleurrijke wijk te wonen, met al die leuke eettentjes. Zodra ze kinderen krijgen, gaan ze er als een haas vandoor. Wel plukken ze dan nog de voordelen van migratie, met hun goedkope oppassen, goedkope schoonmakers, goedkope tuinmannen.
‘Er zijn ook mensen die niet de keuze hebben om ergens anders te gaan wonen. Die concurrentie op de woningmarkt ervaren, op de arbeidsmarkt. De problemen concentreren zich in hun wijken. Maar deze mensen behoren niet meer Source: Volkskrant