Home

Met kleine architectonische speldeprikjes is Tilburg het ‘wonder van Brabant’ geworden

Langs de kaden wapperen vlaggetjes, op volle terrassen klinken glazen, over het water glijden plezierbootjes met bewoners die vakantie vieren in eigen stad. Het is feest in de Tilburgse Piushaven, die dit jaar een eeuw bestaat. Dubbel feest zelfs, want na twintig jaar bouwen en renoveren is de transformatie van de voormalige industriehaven tot ‘stadsoase’ een feit.

Vanaf de aanlegsteiger bij het horecapaviljoen dat op de kop van het Piuskanaal is verrezen, aanschouwt Bas van der Pol, geboren en getogen Tilburger en sinds 2021 wethouder stedelijke ontwikkeling, de metamorfose die zich hier heeft voltrokken. Hij herinnert zich goed hoe treurig de haven er in zijn jeugd bij lag, nadat deze door het vertrek van de textielindustrie overbodig was geworden en gaandeweg was veranderd in een gribusbuurt. Nu vind je in de oude loodsen en opgeknapte fabriekjes cafés en een bierbrouwerij, daartussen zijn appartementengebouwen. ‘Wonen pal aan het water, dat hadden we nog niet in Tilburg’, zegt Van der Pol. Blikvanger is de door kunstenaar John Körmeling ontworpen brug-met-galerieruimte Den Ophef, die – mede door een reeks technische euvels – zijn naam eer aandoet.

Over de auteur

Kirsten Hannema is architectuurrecensent voor de Volkskrant. Ze schrijft sinds 2007 over architectuur, stedenbouw en landschapsontwerp.

De Piushaven staat niet op zichzelf; na jaren van wieden en zaaien wordt in Tilburg een indrukwekkende architectonische oogst zichtbaar. Van het circulaire Stadskantoor met zijn gloednieuwe gevel van tweedehands latten tot het vergroende Stadhuisplein en de herontwikkelde Spoorzone. De LocHal-bibliotheek, aldaar gevestigd in een verbouwde locomotiefhal, werd in 2019 verkozen tot World Building of the Year.

Stedebouwkundige Riek Bakker, bekend van projecten als de Rotterdamse Kop van Zuid, en jarenlang supervisor van de gebiedsontwikkeling Piushaven, spreekt van ‘het wonder van Brabant’. Zij ziet Tilburg als lichtend voorbeeld van hoe je de vastgelopen ruimtelijke ordening in Nederland vlot kunt trekken. Hoe heeft de stad dat klaargespeeld?

Tilburgs architectonische dadendrang komt niet uit het niets. ‘Juist omdat de stad niet als zodanig is gebouwd, maar uit een aantal dorpen is ontstaan, zijn bestuurders en ontwerpers voortdurend beziggeweest met de vraag hoe je een stad maakt’, zegt Bas van der Pol. Toen de textielindustrie in de jaren zestig instortte, besloot burgemeester Cees Becht (1957-1975), alias de sloper, dat Tilburg een moderne City moest worden. Oude fabrieken in het centrum werden samen met de volkswijk Koningswei afgebroken om ruim baan te geven aan de auto en betonnen hoogbouw rond het Koningsplein. Dwars over de nieuw aangelegde vierbaansringweg verrees in 1975 het appartementencomplex De Katterug, ontworpen door architecten Van den Broek en Bakema. In 2019 werd het in een verkiezing van Omroep Brabant tot de lelijkste plek van Brabant uitgeroepen.

Eind jaren tachtig kwam er onder burgemeester Gerrit Brokx aandacht voor de mogelijkheden van hergebruik. Zo ontstond het idee om in een oude wolspinnerij het kunstmuseum De Pont te vestigen, en met het Textielmuseum een Museumkwartier te vormen. De stad gebruikt cultuur ‘als motor voor stedelijke ontwikkeling’, zoals de titel luidde van een symposium dat de gemeente in 2006 organiseerde. Aanleiding voor dat symposium was de voltooiing van het door Jo Coenen ontworpen Kunstcluster, dat onderdak biedt aan het conservatorium, de dansacademie, de bouwkunstacademie en een concertzaal.

Tilburg leek met dit cultuurcomplex de aanpak te volgen van het Spaanse mijnstadje Bilbao, dat zichzelf in 1997 in één klap op de wereldkaart zette met de bouw van het spectaculaire, buitenaards mooie museum Guggenheim Bilbao. Maar Coenen wilde geen ‘ufo’ in de stad laten landen; hij zag het Kunstcluster als een kans om hernieuwde eenheid in het centrum te creëren. Hij nam de carrévorm van het naastgelegen kantongerecht (een meesterwerk van architect Jos. Bedaux), de glooiende contour van de bakstenen schouwburg aan de andere kant en de hofstructuur van het achtergelegen klooster, en verweefde deze elementen in een gebouwcompositie rond een publieke binnentuin. Dit werd Tilburgs nieuwe strategie: voortborduren op de bestaande stad.

Tilburg schuwt het grote gebaar niet, maar staat in architectuurkringen vooral bekend als de stad die met architectonische ‘speldeprikjes’ veel weet te bereiken. Er is zelfs een term voor gemunt: archipunctuur. Een recent voorbeeld is de voetgangers- en fietstunnel die in het verlengde van de Willem II-straat onder het spoor is aangelegd om het centrum met de Spoorzone te verbinden. ‘We vonden dat deze belangrijke verbinding meer uitstraling moest hebben dan een tunnel’, zegt architect Gert Kwekkeboom van bureau Civic. ‘We wilden de Willem II-straat – de mooiste straat van de stad – als het ware onder het spoor doortrekken.’ Geïnspireerd door de historische bakstenen panden in die straat bedachten de ontwerpers om de passage te bekleden met speciaal daarvoor ontworpen glazen stenen. Die zijn in verschillende verbanden gemetseld; erachter is gekleurde verlichting geplaatst. Het resultaat is een uitnodigende poort die dag en nacht sprankelt.

Civic Architects bouwde ook het paviljoen op de kop van de Piushaven. ‘De vraag was om een ontvangstruimte met horeca bij het passantenhaventje te maken’, zegt Kwekkeboom. ‘Wij hebben voorgesteld om aan het gebouw, een simpele glazen doos, een vrij toegankelijk dakterras toe te voegen. Het paviljoen staat op de mooiste plek van de Piushaven; we vonden het een onsympathiek idee dat je daar alleen zou mogen zitten als je iets consumeert. Op deze manier kan iedereen van het uitzicht genieten.’

Ook de LocHal, die Civic samen met bureaus Braaksma en Roos en Inside Outside renoveerde, is een project van ingetogen ingrepen. De kathedrale hal is in de basis gelaten zoals hij was, daarin plaatsten de architecten nieuwe kolommen en vloeren en een brede houten trap die ook dienstdoet als tribune. Ruimten kunnen afgeschermd worden met metershoge gordijnen, die zorgen voor een goede akoestiek en kleur brengen in het interieur. Het was geen goedkoop project, maar als je ziet welke enorme impuls de LocHal heeft gegeven aan de verdere ontwikkeling van het gebied, en de bouwsom van ruim 30 miljoen euro vergelijkt met bijvoorbeeld Forum Groningen (140 miljoen euro), dan is dat een bescheiden bedrag.

De grootste klus waarvoor Tilburg staat, is de bouw van zo’n 30.000 nieuwe woningen, die in bestaand stedelijk gebied zijn gepland om het ommeland te sparen. ‘Een enorm aantal, maar dat is niet hoe wij ernaar kijken; het begint met de vraag hoe je met al die huizen leefbare straten en buurten kunt maken’, zegt Van der Pol. ‘Zoveel extra steen is alleen te verantwoorden als de stad tegelijk vergroent, ook om hittestress tegen te gaan. Tilburg had zelfs even de warmste binnenstad van West-Europa.’

Daarom plant de gemeente extra bomen en investeert in de aanleg van parken en (ondergrondse) opvang van regenwater, waarbij meteen de openbare ruimte wordt opgeknapt. ‘Kijk, zo gaan de straten in het centrum er straks allemaal uitzien’, wijst Van der Pol in de heringerichte Willem II-straat. Plantenbakken hebben plaatsgemaakt voor bomen met wortels in de grond en perken met wilde bloemen. De straten en stoepen zijn voorzien van fraaie klinkerbestrating.

Ook de betonnen erfenis van Van den Broek en Bakema oogt allengs groener. De parkeergarage onder het Willemsplein is gesloopt om plaats te maken voor een plein met bomen. Het Koningsplein wordt door bureau ZUS herontworpen als lommerrijke ‘Koningswei’, met het nieuwe Stadskantoor, voorzien van een klein dakpark. De ringweg wordt in de breedte gehalveerd ten behoeve van meer bomen en voetgangers; de rijbaan die verdwijnt, is afgezet om automobilisten te laten wennen aan de nieuwe situatie.

Van der Pol schetst het eindbeeld: de Spoorzone, het centrum en de Piushaven als een groot groen-stedelijk gebied van waaruit je langs de begroeide kaden van de haven slentert tot in het natuurgebied Moerenburg in het oosten, en door groene lanen richting het Stadsbos in het westen fietst.

Gevraagd naar het geheim van het Tilburgs succes, benadrukt Van der Pol het belang van koers houden langetermijndenken en: betrokken ondernemers en burgers. Trots toont hij het Spoorpark dat in 2015 op een voormalig bedrijventerrein aan het spoor is aangelegd: het grootste burgerinitiatief van de Benelux. Hij vertelt over de creatieven die als eersten in het herontwikkelingsgebied Spoorzone aan de slag gingen in oude fabriekspanden. Jongeren bouwden er een skatebaan met muziekpodium en verrijkten de gevel met graffiti; een desolate plek veranderde in een hotspot. Het idee was dat ze er tijdelijk zouden blijven, maar de gemeente wil hen graag in het gebied houden, en heeft het pand daarom laten verbouwen tot een permanent onderkomen.

In de Piushaven wijst de wethouder op de kleurige bouwkeet bij de draaibrug, waar Vittorio Desikan Perzisch ijs verkoopt. Desikan, die dertig jaar geleden vanuit Iran naar Nederland vluchtte, omschrijft zichzelf als ‘bruggenbouwer’. ‘Ik wil mensen verbinden, met eten en verhalen.’ De brug leek hem daarvoor de perfecte plek; de gemeente hielp hem met de vergunning en leverde bankjes waarmee hij een ‘buitenhuiskamer’ aan het water maakte. In een oude plantenbak, afkomstig uit de heringerichte binnenstad, teelt hij courgettes en Oost-Indische kers. Zijn tip voor de gemeente: geef al die overbodige plantenbakken aan bewoners, zodat ze zelf de buurt groener kunnen maken.

De buurt was er w Source: Volkskrant

Previous

Next