Alida Dors’ vroegste dansherinnering, is het dansen als klein meisje op de tenen van haar vader. Daarna: dansen in de woonkamer van haar oma, waar haar nichtje en neven indrukwekkende ‘moves’ lieten zien op (Hey You) The Rock Steady Crew. Die moves, op dat nummer, dat ze kende van Yo! MTV Raps, wilde ze ook leren. Maar hiphop is meer dan dans, muziek en graffiti, leerde ze Maassen zondagavond. Hiphop gaat om cultuuroverdracht, over de ander zien, delen en vieren wat er is, in plaats van wat niet is. Hiphop voelde voor haar als thuiskomen.
Thuiskomen was het Zomergasten-interview met Maassen zeker niet voor Alida Dors, inmiddels theatermaker, choreograaf en artistiek directeur van Theater Rotterdam. Daarvoor waren er te veel ongemakkelijke momenten in het drie uur durende gesprek.
Hoewel het gesprek begon als een mooie ontmoeting tussen een kunstenaar en diens publiek. Want dat was de aanleiding om Dors uit te nodigen; Maassen had hard gehuild bij het zien van een van de meest indrukwekkende toneelvoorstellingen van het afgelopen seizoen: The Story of Travis. Haar choreografie in het door Romana Vrede geregisseerde en door Esther Duysker geschreven stuk, had hem omvergeblazen. Sindsdien wilde hij weten wat Dors drijft en hoe ze het voor elkaar had gekregen om hem zo ‘aan het janken’ te krijgen.
En dus wilde hij weten waarom ze was afgestudeerd in fiscale economie (‘een soort moetje’, voor haar ouders), hoe ze van danser maker werd, en waarom voormalig kunstschaatser Surya Bonaly (op veel manieren de Serena Williams van de kunstschaatswereld) haar voorbeeld was geweest. Net als Bonaly was Dors als kind een van de weinige zwarte meisje in de witte ijsprinsessenwereld.
Maar Maassens oprechte interesse in Dors kon niet voorkomen dat zijn kennisachterstand haar verhaal te vaak op de vlakte hield. Zoals toen ze vertelde over de opvoeding van haar vader, die haar als meisje trainde in zijn thaiboksschool, zoals hij alle jongens trainde die hij uit de coffeeshop had getrokken: hard, maar liefdevol. Voorgelezen werd er thuis niet uit Doornroosje, maar uit verhalen over de Surinaamse vrijheidsstrijder Boni.
Maassen vond het zwaar klinken. Was ze niet liever langer naïef, langer kind gebleven? Dors zuchtte. ‘Theo, ik denk dat dat gedacht is vanuit een privilege,’ zei ze, waarna ze het nog eens geduldig uitlegde. Ze ging niet in op zijn opmerking dat er ook arme, witte mensen zijn. En Maassen vroeg niet door toen ze begon over ‘white supremacy’. Zo deden ze beiden drie uur hun best om in de geest van de hiphop te vieren wat er wel was − ook nadat ze constateerden dat ze verschillend denken over herstelbetalingen als onderdeel van de slavernij-excuses. En toch bleef ik me maar afvragen hoe het gesprek was geweest als Dors een andere interviewer tegenover zich had gehad.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden