Speciaal voor haar gasten zet Toos Traas (74) naast de boerenbontkopjes met koffie en thee nog een bijpassend schaaltje met gevulde koeken op het dienblad. ‘Kijk, zo doe ik het altijd’, fluistert Traas in haar landelijke keuken in Leerdam, zo zacht dat haar bezoek in de achtertuin het niet hoort. ‘Ik vraag direct bij binnenkomst wat ze willen drinken, zodat zij even lekker kunnen rommelen terwijl ik hier ben.’
‘Zij’ zijn in dit geval Nico Burghout (84) en Corry van Oudheusden (75), die buiten uitpuffen met ruim 70 kilometer in hun benen. Het Tilburgse stel is op fietsvakantie – ‘op ouderwetse fietsen, niet elektrisch’ – en heeft net na een pittige tocht met veel tegenwind de finish van hun tweede dagetappe bereikt. Onder het dak van haar vrijstaande huis aan het water heeft Traas een bed voor hen opgemaakt. Nu zijn ze, in de woorden van Traas, ‘vrienden voor één dag’.
Het drietal heeft elkaar gevonden door Vrienden op de Fiets, een netwerk van logeeradressen voor wandelaars en fietsers. Deze club bestaat sinds 1984, dankzij de inmiddels overleden Nel de Blécourt uit Zevenaar. Zij maakte als fietsfanaat graag lange tochten, maar het frustreerde haar dat ze onderweg altijd in dure hotels moest overnachten. Dus deed ze in huis-aan-huisblad de Arnhemse Koerier een oproep: ‘Wie wil zijn slaapkamer verhuren aan fietsende vakantiegangers?’ Zo begon de stichting met tachtig gastvrije adressen rond de Veluwe.
Bijna veertig jaar later is Vrienden op de Fiets uitgegroeid tot een netwerk van vijfduizend logeerplekken door heel Nederland, delen van België, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, met ruim 125 duizend leden. Dat het ledental – uitsluitend door mond-tot-mondreclame – al jaren gestaag groeit, komt vooral door de ‘natuurlijke aanwas’ van leden, zegt directeur Stefanie Gerwers. ‘Het hart van de vrienden is zeker 50 plus, misschien wel 60 plus. Die groep wordt vanwege de vergrijzing alleen maar groter.’
Het concept is al die jaren onveranderd gebleven: zonder poespas bij iemand thuis slapen, voor een ‘vriendenprijsje’ van 25 euro per persoon, altijd voor maximaal één nacht. Op luxe moet je voor dat bedrag niet rekenen, maar op een schoon bed, een warme douche en ontbijt wel. Verder geldt vooral het motto: ‘Laat je verrassen.’
Toos Traas heeft dat credo helemaal omarmd. ‘Nee, ik ga je niet vertellen hoe ik woon’, zegt ze bij het eerste telefonisch contact met de Volkskrant. ‘En je mag mijn huis ook niet opzoeken op Google’, waarschuwt ze. ‘Want dat is juist een deel van de lol. Dat je geen idee hebt waar je ’s avonds terecht komt. Het kan een flatje zijn, maar ook een villa.’
Eenmaal in Leerdam blijken de gasten te slapen in een uitbouw met eigen opgang, die grenst aan de met bloemen, kippen en ornamenten gevulde tuin van Traas. ‘’t Tuinkamertje’, staat met witte krulletters boven de deur. Het verwijst naar de hobby van Traas’ echtgenoot. Hij gebruikte de ruimte tot zijn overlijden, acht jaar geleden, om in de aarde van zijn potplanten te wroeten. ‘Toen ik alleen kwam te staan, wist ik meteen dat ik het voor Vrienden op Fiets wilde gebruiken.’
In de logeerkamer hangt direct naast de ingang een landkaart van Nederland waar tientallen gekleurde punaises uit steken. De blauwe staan voor de woonplaats van de logés: gemiddeld vijftig per jaar. De rode punaises symboliseren de logeeradressen waar Traas zelf sliep na een fietstocht: ongeveer dertig per jaar. ‘Het leuke eraan is dat zij voor één dag in mijn leven duiken en ik voor één dag in dat van hen’, zegt ze. ‘Dat levert altijd weer een grappige ontmoeting op. En als je dan ook nog van fietsen en huizen kijken houdt, is het helemaal leuk.’
Traas tilt even later het dienblad met de gevulde koeken naar buiten, ploft samen met Burghout en Van Oudheusden op haar tuinmeubilair neer en begint hen te onderwerpen aan een beleefd vragenvuur: ‘Welke route heeft u gevolgd?’, ‘O, sliep u gisteren in een hotel? Dat kan natuurlijk ook hartstikke leuk zijn’ en ‘Bent u meer de regelaar en u de volger, zie ik dat goed?’
De volgende ochtend haalt Traas om half 8 drie verschillende soorten kaas uit haar koelkast: komijn, oud en geit. In de eetkamer liggen dan al servetten bedrukt met fietsen op een feestelijk gedekte tafel. Traas heeft een ontbijtfilosofie, zo blijkt. ‘Ik koop gewoon wat ik zelf lekker vind’, zegt ze. ‘Dan hoef ik niets weg te gooien. Dus bij de één krijgen ze een croissant, bij mij weer een eitje. Prima, toch? Want als je iedereen gaat lopen pleasen, dan hou je het nooit vol.’
Terwijl Traas gehalveerde sinaasappels op een lawaaierige, elektrische citruspers duwt, vertelt ze dat er gisteren ‘iets heel grappigs’ is gebeurd. Rond 8 uur ’s avonds belde er ineens nog een fietser op om te vragen of ze plek had. ‘Ik denk altijd: als ik thuis ben, dan kan het’, zegt Traas. ‘En ik had boven nog een eenpersoons bedje vrij. Dus daar heeft zij vannacht geslapen.’
Deze ‘spontane vriend’ staat tien minuten later op haar Nomad-sokken in de keuken, met lange haren die nog nat van het douchen zijn, plakkend tegen haar gezicht. ‘Ik ben gisteren op de bonnefooi vertrokken’, zegt Jacqueline Landa (59) uit Best. ‘Ik dacht: ik fiets gewoon tot ik geen zin meer heb en dan kijk ik wel of ik nog een slaapplek kan vinden.’ Traas luistert mee, zichtbaar genietend van het verhaal. ‘Is toch super!’, zegt ze. ‘En als zo iemand belt, dan ben ik blij dat ik mijn huis kan delen. Dat ik kan zeggen: kom maar langs. Zo leuk!’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden