Home

Acht klontjes suiker in de koffie – dat is vrijheid in een tbs-kliniek

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Tbs Het Nederlandse tbs-stelsel stokt de laatste jaren. NRC liep drie dagen mee in de Van Mesdag-kliniek in Groningen. Hoe werkt tbs in de praktijk?

„Goedemorgen allemaal!” Het is negen uur en twaalf mannen zijn aangeschoven in de gezamenlijke woonkamer, sommigen nog wat slaperig. Marijke zet de ontbijtspullen op tafel terwijl collega Miranda iedereen vraagt hoe het gaat.

„Gaat wel.”

„Ik wil alleen post afgeven, meer niet.”

„Verder nog iets te vertellen?”

„Nee.”

„Nog iets te doen?”

„Nee.” Zucht.

„Goedemorgen! Ik zit er goed bij vanochtend.”

De meest opgewekte van het gezelschap is een grote vent die vandaag 29 jaar is geworden. Staat ook op zijn deur, versierd door de sociotherapeuten van de vorige shift. „Ik ga zo koken want mijn moeder komt op bezoek!”

Marijke geeft hem een cadeau. Kokosmelk en kruiden – een glimlach. Miranda begint te zingen en het gezelschap volgt aarzelend. „Er is er eentje jarig… hoera, hoera…” En dan pakt één het hoogste woord: „Oh wat zijn we blij… niet omdat ’ie jarig is, maar om de vreterij!”

Marijke vraagt om een moment stilte en dan stort iedereen zich op de boterhammen. Bruin en wit. Er is kaas, salami, en zowat het hele assortiment zoetwaren. Pindakaas, hagelslag, jam, gestampte muisjes, chocopasta, vlokken, speculoos.

Je wilt niet weten wat er allemaal aan zoetigheid doorheen gaat in een tbs-kliniek. Op deze afdeling met twaalf patiënten, één van de leefgroepen van de Groningse Van Mesdag, dagelijks één doos suikerklontjes. Sommigen doen acht klontjes in de koffie. Onder hen zijn ex-verslaafden met een zucht naar suiker. Een deel zit aan de antipsychotica, dat verandert de smaakbeleving. Maar er zijn er ook die het doen gewoon omdat het kán. Zelf bepalen hoeveel klontjes je in de koffie gooit – ook dat is vrijheid.

„Regel je het met volgende week? Dat we naar de stad kunnen”, vraagt een oudere patiënt.

„Wat ga je kopen”, vraagt Miranda terwijl ze een boterham voor zichzelf belegt.

„Een horloge. Een goeie dit keer! Die vorige deed het na een half jaar niet meer. Die juwelier heeft me besodemieterd. Praat leuk, die man, maar ik heb er totaal geen vertrouwen in.”

Miranda knikt. „De kwaliteit viel zwaar tegen.”

Sommigen nemen het brood mee naar hun kamer, een enkeling smeert door. Typisch voor de ‘instellingsjongens’ met een lange geschiedenis in de jeugdzorg. Altijd geleefd op een groep en altijd bevreesd te kort te komen. Haantje de voorste. Pakken wat je pakken kan. Vandaar dat het gisteren ook misging. Een patiënt deelde fruit uit aan de hele groep en eentje begon te schooien – „Mag ik nog wat?” Dat viel verkeerd bij een andere patiënt en leidde tot ruzie. Tong uitsteken. Geschreeuw over en weer. Om een banaan.

Het incident leverde bijna een ‘piepermoment’ op – een oproep van de sociotherapie aan de beveiliging en collega’s in de buurt. Bij de overdracht wordt het moment door een viertal sociotherapeuten nog even nabesproken in ‘de vissenkom’, een kantoortje met glazen wand dat uitzicht biedt op de groep. Verboden terrein voor patiënten. „Vandaag ruzie om een banaan, morgen om een appel?”

„Is hij leerbaar?”

„Jawel, maar het gaat heel, heel langzaam.”

„Is dit wel de afdeling waar-ie het goed kan doen?

En zo gaat het de hele dag door. Een tbs-kliniek is als een minisamenleving waarin de ene groep – de patiënten – het echte leven naspeelt en de andere groep – sociotherapeuten en behandelaren – met elkaar beoordeelt hoe ze dat doen. Een kunstmatig gecreëerde wereld waarin bij goed gedrag patiënten iets meer van hun vrijheid heroveren. Telkens een stapje dichter bij de uitgang. Totdat het een keer misgaat en ze weer terug worden geplaatst – er zijn er die de uitgang nooit halen.

Ter beschikking gesteld aan de staat, dat is tbs. De maatregel, wereldwijd uniek, is een Nederlandse vinding, bedacht in 1886. De rechter legt ’m op aan mensen die een ernstig misdrijf hebben gepleegd terwijl ze een psychiatrische stoornis hadden. Psychiatrisch deskundigen beoordelen de geestestoestand en de rechter beslist over de voortgang. Elke twee jaar opnieuw, net zo lang tot het recidiverisico aanvaardbaar wordt geacht. De gemiddelde behandelduur is ruim acht jaar. Maar een einddatum ontbreekt.

Tbs heeft twee doelen. De belangrijkste is veiligheid: de maatschappij beschermen tegen gevaarlijke mensen. Daarnaast: behandeling. De patiënten – het zijn geen gedetineerden - krijgen therapie gericht op een veilige terugkeer naar de samenleving.

Voorstanders van de maatregel zijn er trots op. Geen land in de wereld, vinden zij, dat zo humaan met zijn delinquenten omgaat. Het systeem is vergevingsgezind, want zelfs de ergste misdadigers krijgen een tweede kans. De recidive van uitgestroomde tbs’ers is bovendien lager dan die van gedetineerden. Die hebben in de gevangenis vaak amper behandeling gehad.

Maar het systeem kent ook tegenstanders. Want hoe humaan is het als iemand in een systeem terechtkomt zonder einddatum? En wanneer de maatregel in het nieuws komt, is dat meestal vanwege een ‘incident’. Een tbs’er die van zijn verlof is weggelopen of erger, een nieuwe misdaad heeft begaan. En dan klinkt verontwaardiging – ‘waarom zoveel risico genomen?’ – en een pleidooi voor afschaffing van dit ‘dure’ systeem. Een stelsel dat de laatste jaren ook nog eens stokt vanwege wachtlijsten, personeelsgebrek en een tekort aan uitstroomvoorzieningen.

Hoe werkt tbs in de praktijk? NRC liep op eigen verzoek drie dagen mee in de Van Mesdag-kliniek in Groningen. De krant sprak zonder beperkingen met werknemers en patiënten.

Foto Kees van de Veen

Veiligheid staat in de Van Mesdag voorop. Dat zie je al bij binnenkomst in het uitgestrekte complex van gebouwen midden in Groningen-stad. Een brede gracht, 4,85 meter hoge muren en een hekwerk onder stroom. Na aanbellen glijdt een metershoog hek langzaam open en wacht een nieuw hek dat pas opent als het andere gesloten is – de sluisfunctie. Daarna doorlopen tot de ingang, een bordje met huisregels – ‘niet voetballen, geen wapens, drugs, explosieven of mobiele telefoon’ – en dan de portier, een metaaldetectie-poortje en deuren. Oneindig veel deuren met sluisfunctie. Dus als er iemand kletsend in de volgende deuropening staat, moet je wachten. Roepen heeft geen nut vanwege het dikke glas. Ja, wuiven misschien. Maar geduld heb je, ook als bezoeker, in de tbs wel nodig.

‘Hel van het noorden’, zo staat de Van Mesdag van oudsher bekend. Maar eenmaal binnen heerst relatieve vrijheid, meer dan in een gevangenis. Als om acht uur ‘s ochtends de deuren ‘los’ gaan van de ‘verblijven’, zoals sociotherapeuten ze noemen – patiënten zeggen liever ‘cel’ – wandelt een deel van de 260 tbs’ers de hele dag vrijelijk door de kliniek richting arbeid, therapie, sportveld of patio. Sommigen rechtop en energiek, T-shirt strak over het gespierde lijf. Anderen sloffend en voorovergebogen in joggingpak met klepperende slippers galmend door de gang.

De kliniek herbergt een mengelmoes van patiënten – allen man, in de Van Mesdag – die op de afdelingen samen met de sociotherapeuten hun eigen leefgroep vormen. Op de ene afdeling zitten vooral patiënten met een persoonlijkheidsstoornis. Antisociaal, borderline, narcisme. Daar is het, vooral met de narcisten, soms echt een feestje. Allemaal een boks en een high five voordat ze naar bed gaan.

Op de andere afdelingen – en daar zitten in deze kliniek de meeste patiënten – is de sfeer ingetogener. Daar zitten licht verstandelijk beperkten, mensen met een psychose of autisme, sommigen hebben alles tegelijk. Op deze leefgroepen komen sommige patiënten amper hun bed uit, versuft van de clozapine, een antipsychoticum dat het laatste decennium aan populariteit wint in de tbs. Een „wondermiddel”, klinkt onder medewerkers. Clozapine onderdrukt psychoses, ook als andere medicatie faalt. En ook de beveiliging is er blij mee, want het middel leidt tot veel minder agressie. Maar het is vanwege de bijwerkingen een last resort. Veel patiënten raken ervan versuft, en ze worden dikker. Tien kilo erbij gemiddeld.

De Van Mesdag, één van de elf Forensisch Psychiatrische Centra (FPC’s) in het land, was ooit een strafcomplex voor recidiverende criminelen. Het oudste deel dateert van 1882 en is zowat een kopie van de bekende gevangenis in Scheveningen – zelfde architect. Donkere kamers met hoge raampjes, een binnenplaats waar de kerk huist, een boerderij met konijnen en een trappenhuis met zoveel historie dat zelfs het graniet van de traptreden – een patiënt wijst er trots op – is afgesleten.

Ooit dacht men hier dat eenzame opsluiting de remedie was voor de mens die zich niet gedragen wil. De raampjes zijn zo geplaatst dat je de anderen niet kunt zien. Wie door de gangen liep kreeg een kap om het hoofd die contact onmogelijk maakte. Maar die tijd is voorbij en elke uitbreiding van de Van Mesdag-kliniek is een reflectie op een nieuwe periode in de forensische psychiatrie. Het jaren 70-gebouw met therapiezalen en schrootjesplafond. Het jaren 90-gebouw met efficiënt ingerichte kamers. Het jaren 0-gebouw; ruim, licht en een rustgevende pasteltint op de muur.

Centraal punt van de kliniek is het overdekte Jacob Winkelplein waar bijna alle gangen op uitkomen. Er staat een langgerekt aquarium met goudvissen en tegen de muur twee sigarettenautomaten. Van Nelle zware shag bovenaan de prijslijst. Een ‘ro Source: NRC

Previous

Next