Home

Misschien moet PvdA/GroenLinks eens niet beginnen vanuit de volle overtuiging van het eigen morele gelijk

‘Bij PvdA en GroenLinks kunnen we ontzettend goed gelijk hebben. We zijn wat minder goed in gelijk krijgen. Daar heb je macht voor nodig.’

Aan het woord is Frans Timmermans. Een man met ambitie, visie en een openlijke premierswens. Ik wens Timmermans oprecht alle succes, maar dit voorspelt niet veel goeds. Want mensen die denken gelijk te hebben, krijgen het vrijwel nooit. Daarnaast heb je geen macht nodig om gelijk te krijgen. Macht zonder gezag is lege macht, dus zonder gezag ook geen gelijk. Althans, niet in een democratie.

Maar meer algemeen is gelijkhebberigheid een tamelijk onaangename eigenschap. Het vertrekt namelijk niet vanuit verwondering, maar vanuit overtuiging. En ‘overtuigingen zijn gevaarlijker vijanden der waarheid dan leugens’, wist Nietzsche al. En die overtuigingsdrang is overvloedig bij bijvoorbeeld de Timmermansen, Rotmansen, Bregmans en Hofmans van deze wereld.

Zo veroordeelde Rutger Bregman deze zomer op Tomorrowland een volle zaal festivalgangers, omdat ze eerlijk antwoord gaven op de vraag ‘wie er nog vlees eet’. En de meeste mensen doen wat de meeste mensen doen. Dus het merendeel van de zaal stak zijn hand op. Waarop Bregman quasi-verongelijkt stelde dat ‘jullie allemaal aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan’.

Over de auteur
Mark van Ostaijen is als bestuurssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Managing Director van het Leiden-Delft-Erasmus Centre Governance of Migration and Diversity. In de maand augustus is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ook ik heb ooit een periode in mijn leven in de overtuiging geleefd dat ik het morele gelijk aan mijn zijde had, en dat was uiteindelijk vrij confronterend. Zo werkte ik ooit drie zomers lang in een slachthuis. Een eufemisme, want daar is namelijk weinig huiselijks aan. Maar opgevoed vanuit de overtuiging dat vlees eten goed, normaal en gezond is, was dat een heel normaal bijbaantje om wat geld bij te verdienen. Veel geld. Contant geld. Bovendien kreeg ik maandelijks korting op ‘restvlees’, dus de hele familie sterkte me, via de barbecue, in die overtuiging.

Maar net zoals andere bijbaantjes was ook dit werk eentonig en vooral fysiek zwaar. Bovendien gebeurden daar gekke dingen. Ondanks de duizenden karkassen die door mijn handen gingen, knapte er pas echt iets in me toen ik een paar collega’s op de gang met kinderlijk enthousiasme zag voetballen met een rollende varkenskop (wat vanwege het gewicht ervan best lastig is). Er knapte iets in me, wat ik pas later onder woorden kon brengen. Ik durfde pas later te breken met de overtuiging waarmee ik was opgevoed. Dat vlees eten normaal, goed en gezond zou zijn.

Vervolgens ventte ik, gehuld in mijn morele gelijk als vegetariër, m’n nieuw bevochten identiteit uit. Ik was er namelijk inmiddels heilig van overtuigd dat die ‘industriële massamoord’ moest stoppen en dus moest ik anderen bekeren. Zo heb ik menig etentje verstierd en heb ik ooit in een chic Haags restaurant de woorden ‘bio-industrie’ en ‘Holocaust’ in één zin gebruikt. De muur van mijn morele superioriteit maakte me onaantastbaar.

Later las ik onderzoek dat laat zien dat als vleeseters geconfronteerd worden met het oordeel van vegetariërs, dezelfde fysiologische kenmerken optreden als wanneer mensen fysiek bedreigd worden. Bloedvaten vernauwen en spieren spannen zich aan. Dus als je geconfronteerd wordt met iemand die het morele gelijk aan z’n zijde meent te hebben, voel je je bedreigd, zo toont het inzichtrijke proefschrift van sociaalwetenschapper Florien Cramwinckel. Zo besefte ik na mijn fanatiekste periode van overtuigd vegetarisme dat mijn morele gelijk me in de weg zat.

Vertrekken vanuit de overtuiging dat je ‘ontzettend goed gelijk hebt’ kan wellicht jezelf motiveren, maar jaagt bij anderen vooral angst of ongemak aan. Laat staan dat mensen bereid zijn je gelijk te geven. Ze zullen eerder uit een angstreflex op zoek gaan naar loszittende stenen om die morele muur af te breken. Je kan wachten tot het gaat over wachtgeld, zelfverrijking, bonnetjes, vermogen of riante woningen.

Overtuigd zijn van het eigen morele gelijk is bovendien oersaai, want het veinst ‘afgerond’ denken. Interessanter zijn diegenen die openlijk niet weten, die durven te ‘twijfelen aan de twijfel’, om met dichter Paul van Ostaijen te spreken.

Daarom irriteren mensen die iets te fanatiek weten wie er ‘domrechts is’ of ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan’. Die overtuigd ‘gelijk denken te hebben’. Die een morele muur optrekken en zelfs denken dat ze macht nodig hebben om gelijk te krijgen.

Ik ben niet naïef, in de politiek kom je niet weg met twijfels. Maar misschien helpt het om bij PvdA/GroenLinks eens niet te beginnen vanuit de volle overtuiging van het eigen morele gelijk. Dat is vragen om moeilijkheden. Begin eens een idee vanuit kwetsbaarheid, twijfel of bescheidenheid. En laat de overtuiging dan bij de kiezer. Dat leidt toevallig ook tot macht mét gezag. Dat kan wellicht helpen. Maar zeker weten doe ik het niet.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next