Gelderland is niet het land waar je alleen naar terugverlangt als je vertrokken bent, ontdekte Eva Hoeke tijdens haar Hollandse zomer.
We fietsten door een schilderij van Jacob Maris. Naast elkaar, de dochters achterop, langs grazende koeien en ondergelopen uiterwaarden, het water sissend onder onze banden. De vakantie voltrok zich al weken in regen. Driemaal per dag stonden we onder luifels te schuilen, driemaal per dag werden we alsnog tot op de draad natgezeken, ’s avonds hing ik de klamme truien en sokken uit over de stoelen en rugleuningen van ons logeeradres. Voor de kleinste had ik in de eerste de beste winkel regenlaarzen aangeschaft, de oudste weigerde die van haar aan te trekken vanwege het steeds meer aanwezige oog van de buitenwereld. Op de natste dagen had ik ’s avonds zin in boerenkool en een groot glas Montepulciano.
Over de auteur
Eva Hoeke is journalist en voor Volkskrant Magazine chroniqueur van het moderne leven.
Ondertussen bleef het maar komen, met bakken tegelijk, al leek al dat water hier op de zuidelijke Veluwe beter te verdragen dan thuis, misschien omdat groen verzoent, misschien omdat ik in de boerenhoven met hun kramen vol vers geplukte Monsieur Hatifs en Belle de Louvains aan de kant van de weg iets van poëzie meende te zien.
‘Dat bedoel ik dus’, klonk het naast me, de bekende reflex van een man die terugkeert naar zijn geboortegrond. Zodra we de grens over zijn staat de evangelist in Marcel op, niet helemaal weg te zetten als vals sentiment, Gelderland is niet het land waar je alleen naar terugverlangt als je vertrokken bent. Likkebaardend keken we nu al dagenlang naar bordjes Te Koop in tuinen van huizen met rood-wit geluikte vensters, naar de jugendstilarchitectuur van de villa’s in de stad, naar landhuizen met hun landheren er nog in.
De zoektocht naar een nieuw huis was nog altijd gaande, het hoe of wat nog niet beslecht, het provinciepleit evenmin, althans, niet definitief. Voor Noord-Holland viel veel te zeggen, maar voor Gelderland net zoveel, stad en natuur en die zweem van voorbije tijden die me telkens weer beviel. Was het niet Louis Couperus die schreef dat van het hertogdom Gelre hier nog altijd iets rondzweeft? Niettemin overwoog ik drie keer per dag ons boeltje bij elkaar te rapen en huiswaarts te gaan, want een mens kan maar zoveel regen en wind verdragen, en een mens zakt door de ondergrens als je daarbij ook nog in een verlaten speeltuin staat.
Nu kun je veel van kinderen zeggen, maar ze zorgen er wel voor dat je iets van je vakantie maakt. Met kinderen kun je niet eindeloos bankhangen, niet oeverloos zitten zappen en zitten scrollen, maar moet je eropuit, eropaf, desnoods tegen heug en meug. Zouden we anders ook naar Museumpark Heilig Land Stichting Orientalis zijn gegaan om de ‘pelgrim in onszelf’ te ontdekken? Met het thema Ont-Moeten? Het is niet met zekerheid te zeggen, er is geen controlegroep 44-jarige Eva Hoekes op vakantie zonder dochters.
Maar feit is dat we daar nu liepen, met zijn vijven, misschien dat er nog drie, vier andere bezoekers waren, wie zal het zeggen. Langs het nagebouwde dorpje Nazareth, waar in een stemmig verlichte spelonk ineens Maria zelf bleek te zitten, het kindeke Jezus op schoot. Nou, diepe indruk, op alle drie. Even verderop lazen we hardop een filosofische vraag voor op het bord langs de route: waarom ben ik hier? We kwamen er een-twee-drie niet uit, maar dat is dan ook niet de bedoeling van zo’n vraag.
In een nagemaakte Romeinse straat stond een Romeinse vrijwilliger in Romeinenkleding een visnet te haken, in het Egyptische badhuis griezelden we bij een dikke spin en in de museumherberg (‘Hier is voor iedereen plek’) aten we soep en tosti’s aan een lange houten tafel terwijl de regen voor de drieduizendste keer tegen het raam sloeg.
Je bedenkt het niet, van tevoren, maar dát is vakantie.
Source: Volkskrant