Hij stond boven op een gebouw alsof hij verslag deed van groot nieuws – wat in feite ook zo was. Op de achtergrond ruisten wat bomen en waren flats en kantoren te zien. Geen rookpluimen in de lucht, geen ramp of aanslag die zich daarachter had voltrokken. Het was simpelweg: een man met een plan voor Nederland.
Het ietwat amateuristische filmpje waarmee Pieter Omtzigt zijn partij Nieuw Sociaal Contract lanceerde, was een verademing. Geen tranentrekkend of overdreven hoopvol muziekje eronder, geen willekeurige beelden van een dwarsdoorsnede van de 17 miljoen Nederlanders, geen dommige vaderlandse symbolen, geen flitsende montage, geen oneliners.
Maar wat mij nog het meest opviel: geen persoonlijk verhaal, niets over Omtzigts jeugd, geen verheerlijking van zijn bescheiden komaf, geen romantisch relaas over hoe hard hij geknokt heeft, welke waarden hij meekreeg van thuis, niets van dat al, alleen een summiere verwijzing naar waar hij stond: Enschede. Verder dus dat plan.
Ik kauwde er nog even op, de ideeën en de man. Daar is iets geks mee namelijk: de cultus die is ontstaan rond Omtzigt gaat, ondanks alle bescheidenheid en inhoud, wel degelijk heel erg over de persoon: de kritische parlementariër, de dossiervreter, de betrouwbare politicus die geen machtswellusteling is, wars is van spelletjes en trucjes, die een filmpje in één take op een dak goed genoeg vindt.
Natuurlijk liggen daaronder ideeën die mensen aanspreken. Wie is geen voorstander van meer huizen, meer bestaanszekerheid en meer transparantie? Maar ik geloof toch niet dat Nederland massaal valt voor een constitutioneel hof, een nieuw kiesstelsel (waar wel wat op aan te merken is), of voor politiek-filosofische vergezichten over de afspraak tussen burger en staat nieuw leven inblazen.
Je zou denken: er is vooral een groot geloof in Omtzigt als symbool, hij is de hoop op een betrouwbaar bestuur, de omslag naar een geheel nieuwe politieke cultuur. Het is een verwachting die hij onmogelijk kan waarmaken, zelfs als hij een lijst vol Omtzigts weet te presenteren.
Het doorgeschoten denken in persoonlijkheden en poppetjes, waar pers en politiek al zo lang door worden geplaagd, uitzonderingen daargelaten, werd de afgelopen weken door meerdere vertrekkende Kamerleden gehekeld in hun afscheidsbrieven (terzijde: een vertrekkend Kamerlid zonder afscheidsbrief, dat zou pas echt verademend zijn). Bij Omtzigt is het niet anders. Zelfs als we het over een dossiervreter hebben, hebben we het niet over die dossiers.
Het tekent de kleinheid van het debat in Nederland. Een land waar het als het hoogst haalbare wordt gezien om de hypocrisie van een tegenstander te onthullen, waar het belangrijkste politieke nieuws dagenlang de bankrekening van Frans Timmermans is, waar Caroline van der Plas als beste argument om op haar en niet op Omtzigt te stemmen noemt: ‘Ik ben een heel gezellige vrouw.’
Dezelfde mensen die het opnemen voor de gewetenloze moneyman Trump of mister neveninkomsten Baudet, nemen het Timmermans kwalijk dat hij een paar maanden wachtgeld ontvangt. Het feit dat Timmermans voorstander is van hogere belastingen voor mensen zoals hij zou tegen hem pleiten. Want niet authentiek. Je zou eens denken aan een groter geheel, in plaats van jezelf.
Het grotere geheel, daar denkt Omtzigt zeker aan. En dat mag dan weer van Nederlanders omdat hij zijn extra inkomsten aan de Voedselbank heeft geschonken.
In twee documenten zet Omtzigt de politieke lijn en uitgangspunten van zijn partij uit, inclusief verwijzingen naar Max Weber, Thomas van Aquino en Blaise Pascal. Er spreekt een duidelijk mensbeeld uit, alleen dat is al toe te juichen in vergelijking met de leegte die elders opdoemt. Hoewel: ook fascisten houden van een stevige theoretische onderbouwing, het citeren van Grote Denkers en een duidelijk mensbeeld, dus zaligmakend is deze pretentie niet.
Geen verrassing: Omtzigt heeft een hang naar gemeenschap en wil af van het individualisme. Daartegenover zet hij het personalisme dat gegrond is in christelijk-bijbels denken: ‘de mens in verbondenheid met zichzelf, met anderen en met de omringende wereld’. De partij ziet burgers niet als klant van de overheid of als een bundeltje data dat je kunt sturen, maar ‘als (mede-)dragers van het samenlevingsverband Nederland’.
Omtzigt doet daarmee een beroep op ieders verantwoordelijkheid. We hebben, schrijft hij, ‘allemaal een persoonlijke opdracht tot solidariteit en ontplooiing’. Het woord ‘plicht’ komt niet voor in het document, maar het mag voor zich spreken dat wederkerigheid niet vanzelf gaat. Die bestaat bij de gratie van mensen die niet alleen maar op hoge toon hun rechten komen opeisen.
Ik ben dan benieuwd: hoe wil hij de burger zover krijgen?
Het mensbeeld dat een overheid hanteert, schrijft Omtzigt zelf al, heeft grote invloed. Op beleid. Op hoe de overheid de burger aanspreekt. En uiteindelijk: op de burger. Dertien jaar Rutte heeft vooral burgers gekweekt die óf afgehaakt en diep wantrouwend zijn, óf geloven dat hun succes hun eigen verdienste is en dat de overheid hen daarin alleen maar dwarszit.
Beide groepen denken dat ze terug willen naar een land waarin iedereen beschaafd is, omkijkt naar elkaar en zijn steentje bijdraagt aan de gemeenschap. Maar ze zullen nog schrikken als ze erachter komen dat het nieuwe sociale contract ook van hen iets verwacht.
Source: Volkskrant