Banken krijgen nu op jaarbasis 135 miljard euro rente van de Europese Centrale Bank. Veel meer dan ze aan hun spaarders geven. De kritiek op dat beleid groeit. ‘Het doel moet nu zijn om de subsidiestroom naar banken te verminderen.’
ING, ABN Amro, Rabobank en de Volksbank zagen hun nettowinst in het eerste halfjaar verdubbelen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Ook elders in Europa publiceerden banken hoeraberichten. Telkens luidde de verklaring dat zij flink hebben geprofiteerd van het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB).
Dat leidt tot ergernis omdat veel spaarders weinig merken van hogere rentes. In Italië bijvoorbeeld kondigde de regering deze maand aan dat banken dit jaar 40 procent belasting moeten betalen op hun uitzonderlijk hoge winst. Een dag later werd dat plan alweer afgezwakt door de belasting te beperken tot 0,1 procent van het balanstotaal van een bank.
Over de auteur
Daan Ballegeer is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over financiële markten en centrale banken.
Het eeuwige probleem met overwinstbelastingen is definiëren waar de gewone winst eindigt en de abnormale begint. Is het niet eenvoudiger om in te grijpen in de totstandkoming van die winst?
Net zoals burgers en bedrijven een rekening aanhouden bij een bank, heeft een commerciële bank een rekening bij een centrale bank. In totaal staat er zo 3.765 miljard euro bij de ECB. Ongeveer 165 miljard euro daarvan zijn minimumreserves die banken verplicht moeten aanhouden om de financiële stabiliteit te helpen waarborgen.
De rest heet in het jargon ‘overtollige reserves’. Daar krijgen banken op dit ogenblik een vergoeding op van 3,75 procent. Op jaarbasis brengt deze depositorente hun dus 135 miljard euro in het laatje. Om dat bedrag even in perspectief te zetten: de Europese Unie had vorig jaar een begroting van ongeveer 186 miljard euro.
De rente-inkomsten van banken zijn flink gestegen sinds juni vorig jaar. De ECB heeft de depositorente in die periode in negen opeenvolgende vergaderingen verhoogd van -0,5 naar 3,75 procent. Daarnaast zijn banken ook een fors hogere rente gaan rekenen op nieuwe leningen aan burgers en bedrijven.
Tegenover die hogere inkomsten staan ook hogere uitgaven. Banken zijn immers meer rente gaan betalen aan hun spaarders. Toch was die toename vaak veel beperkter dan die in de kredietverstrekking. In Nederland bijvoorbeeld, hebben de grootbanken maar een kwart van de rentestijging doorgezet naar hun spaarders. Die spaarrente bedraagt hier gemiddeld 1,3 procent.
In vroegere tijden stuurde de ECB de rente via het tarief dat banken moeten betalen om geld van de ECB te lenen. Doordat de centrale bank tussen 2015 en 2022 echter zo veel vers geld in het geldsysteem heeft gepompt om zo de toen nog chronisch lage inflatie aan te jagen, hebben banken nu vooral overschotten in plaats van tekorten. Als gevolg daarvan is de effectiviteit van dit kanaal vergelijkbaar met duwen met een touwtje.
De belangrijkste rente nu is dus de depositorente, zeg maar de vergoeding op de zichtrekening van banken bij de centrale bank. ‘De depositorente bepaalt onder meer het tarief waartegen banken en andere financiële instellingen elkaar voor zeer korte perioden geld lenen’, zegt Nick Kounis, centralebankexpert van ABN Amro. ‘Dat beïnvloedt vervolgens de tarieven die burgers en bedrijven moeten betalen op hun leningen.’
Dit effect is enorm. Aan het interbancaire tarief euribor is meer dan 100 duizend miljard euro aan financiële producten gekoppeld, ruim zes keer de omvang van de Europese economie. Het gaat onder meer om kredietkaarten, autoleningen, hypotheken en bedrijfskredieten. Door die leningen duurder te maken, wordt consumeren en investeren ontmoedigd. Zo wil de ECB de economie afremmen, wat tot een lagere inflatie moet leiden. In juli lag die met 5,3 procent nog altijd een eind boven de centralebankdoelstelling van 2 procent.
Inderdaad. ‘Bij het bepalen van de rente focussen we enkel en alleen op onze doelstelling van prijsstabiliteit’, verklaarde ECB-president Christine Lagarde in juni nog. ‘We kijken niet of banken als gevolg daarvan winst maken of niet.’
Voor dat beleid betaalt de ECB zelf een flinke prijs. De rente die ze betaalt op de zichtrekening van banken is immers een stuk hoger dan de opbrengsten van de staats- en bedrijfsobligaties die ze in het voorbije decennium heeft gekocht. Dat moest toen de marktrentes verlagen en zo de economie, en dus ook de inflatie, aanjagen.
De Nederlandsche Bank, die deel uitmaakt van het eurosysteem, maakte hierdoor vorig jaar al 460 miljoen euro verlies. DNB rekent op een totaal verlies van 10,2 miljard euro in de periode 2023-2028, waardoor ze op een negatief eigen vermogen afstevent.
Dramatisch is dat niet, omdat centrale banken altijd geld kunnen bijdrukken om aan hun verplichtingen te voldoen. Toch is het onwenselijk omdat dan de onafhankelijkheid en de geloofwaardigheid van DNB in het geding komen. De bank wil daarom de verwachte winsten na 2028 gebruiken om de buffers te herstellen.
Een herkapitalisatie door de overheid met belastinggeld is dus niet nodig. Toch is er slecht nieuws voor de belastingbetaler. Als DNB winst maakt, vloeit een deel daarvan via dividenden naar zijn enige aandeelhouder, de Nederlandse staat. Europarlementariër Paul Tang (PvdA) bekritiseerde daarom in juni het beleid van de ECB. Hij sprak van ‘een uitzonderlijke gulheid naar banken ten koste van belastingbetalers’.
Daar is Paul De Grauwe, hoogleraar economie aan de London School of Economics, het volmondig mee eens. Hij wil de ‘subsidiestroom’ naar de banken aan banden leggen door de verplichte minimumreserves te verhogen. Daarop is immers geen rente verschuldigd. Een tegenvaller voor de banken, een meevaller voor de ECB. Als het aan De Grauwe ligt stijgen de minimumreserves geleidelijk tot 1.800 miljard euro. ‘De subsidiestroom zou dan gehalveerd worden, en de belastingbetalers zouden er wel bij varen.’
Het is echter geen prioriteit bij de ECB. ‘We hebben de vraag over de vergoeding van de overtollige reserves nog niet besproken’, verklaarde Lagarde in juni. De Grauwe kan daar met zijn hoofd niet bij. ‘Dat gaat over honderden miljarden die de komende jaren worden uitgedeeld aan banken, en daar spreken ze dus niet over.’
Heeft hij uit ECB-kringen een reactie gekregen op zijn voorstel? ‘Nee, geen woord. Het lijkt wel een soort omerta. Ik begrijp dat gewoon niet. Heeft de ECB misschien een overeenkomst met banken waar wij niets van mogen weten?’
Wat hij voorstelt, is niets wereldschokkends, benadrukt de hoogleraar. ‘Het verhogen van de verplichte minimumreserves van banken behoort al decennia tot de gereedschapskist van centrale banken. De Bundesbank (de Duitse centrale bank waarop de ECB is gemodelleerd, red.) maakte daar tot in de jaren negentig veelvuldig gebruik van. Toen werd dit instrument vanwege nieuwe ideeën rond financiële liberalisering niet langer actief ingezet, omdat het te inefficiënt of marktverstorend zou zijn. Dwaze argumenten, vind ik.’
‘Dit is een delicate oefening’, zegt ABN Amro-expert Nick Kounis. ‘Als je die grens aan de minimumreserves te veel verhoogt, verliest het monetair beleid aan effectiviteit. Banken zullen elkaar dan meer gaan lenen tegen tarieven onder de depositorente, met als gevolg dat de rentes op leningen aan burgers en bedrijven kunnen dalen, precies wat je als centrale bank niet wilt.’
Die redenering snijdt volgens De Grauwe geen hout. ‘Het is juist omgekeerd. Als banken hun winsten dan op peil willen houden, zullen ze hogere rentes moeten rekenen op de leningen die ze verstrekken aan burgers en bedrijven. Dat is dus precies wat de centrale bank beoogt. Het verhogen van de minimumreserves maakt het monetair beleid dus meer, en niet minder efficiënt.’
Hoe eerlijk is het om halverwege het spel de regels te veranderen, vraagt Kounis. Van juni 2014 tot juli vorig jaar was de depositorente immers negatief, wat betekent dat banken toen moesten betalen om hun overschotten in Frankfurt onder te brengen. De ECB wilde hen zo aanzetten om dat geld liever te gebruiken voor leningen aan burgers en bedrijven. Door de economie zo te stimuleren, moest de toen nog chronisch lage inflatie verholpen worden, wat overigens een beperkt succes was.
Banken betaalden in totaal zo’n 60 miljard euro aan negatieve rente aan de ECB. ‘Je zag dat in die periode de rentes waartegen burgers en bedrijven konden lenen veel sterker zijn gedaald dan de vergoeding die ze kregen op hun spaarrekeningen’, zegt Kounis. ‘Nu zie je hetzelfde gebeuren in de omgekeerde richting. Er is dus sprake van een zekere compensatie. Vergeet niet dat in die periode van negatieve rente het rendement van banken op hun eigen vermogen bijzonder laag was.’
Alweer is De Grauwe het daarmee oneens. ‘In 2019 heeft de ECB een deel van de overtollige reserves na geklaag van banken vrijgesteld van die negatieve rente. Maar nu banken profijt hebben van het rentebeleid van de ECB, zou er plots geen soortgelijke vrijstelling van die reserves mogen komen? Slotsom: de banken betaalden 60 miljard aan de ECB over een periode van vijf jaar; nu krijge Source: Volkskrant