Ruim 10 procent van Nederland bestaat uit steden, dorpen en industrieterreinen. Welke rol spelen die in natuurherstel? NU.nl zoekt het uit in een serie over welzijn, klimaat en biodiversiteit bij jou in de straat. Deel 1: hitte.
Woon je in een grote stad? Dan is de kans groot dat je vaak lopend boodschappen doet. Maar kies je dan de linker of de rechter stoep? Uit onderzoek blijkt dat mensen op de heenweg naar de supermarkt vaker een zonnige route nemen. Teruglopend met een zware tas met boodschappen zoeken mensen juist vaker de schaduw.
Het is een klein voorbeeld van een nieuwe klimaatuitdaging voor stedelijk ontwerpers: de vraag naar schaduw groeit.
Dat wordt inmiddels breder erkend. Zo vraagt ook de natuurherstelwet, die de Europese Unie na de zomer krijgt, speciale aandacht voor vergroening van steden. In 2050 zou ten minste 10 procent van het stadsoppervlak uit bomen moeten bestaan.
Bomen verbeteren de luchtkwaliteit en bieden kansen voor natuurlijk leven. Maar bomen zorgen ook voor verkoeling. En dat vindt Brussel minstens zo belangrijk.
Hitte in steden is dan ook een groeiende zorg. De hoogste temperaturen tijdens hittegolven nemen twee keer zo snel toe als de gemiddelde zomertemperatuur. Steden worden vervolgens weer aanzienlijk heter dan het buitengebied.
Daar zijn meerdere redenen voor, zegt het KNMI. Verharde oppervlakten warmen sneller op en hoge gebouwen weerkaatsen zonlicht naar beneden. Zo wordt overdag in steden meer warmte 'gevangen'.
Steden koelen bovendien minder goed af doordat er minder water verdampt. Hier is onder andere een tekort aan begroeiing een probleem.
De gevolgen? Een dorp van 10.000 inwoners kan tijdens hete zomernachten al 4 graden warmer zijn dan het omringende platteland. Bij een stad van 200.000 inwoners gaat het volgens het KNMI zelfs om een maximaal temperatuurverschil van 7 graden.
Maar dat zijn gemiddelden. Hoe zit het van wijk tot wijk, van straat tot straat of zelfs van huis tot huis? Enkele jaren geleden besloot onderzoeker Wiebke Klemm met een bakfiets vol meetapparatuur door de stad Utrecht te fietsen.
Daarmee kon ze de stralingstemperatuur van bestrating en gevels meten. Dat zegt iets over hoe warm een straat is geworden gedurende een dag.
Klemm, die met het onderzoek promoveerde aan Wageningen University & Research, ontdekte dat steden in werkelijkheid uit een mozaïek van microklimaten bestaan. In straten met groene voortuinen en kleine bomen bleek die stralingstemperatuur gemiddeld 2 graden lager te liggen dan in straten zonder tuinen en bomen.
En in straten waar de bomen hoog en breed waren uitgegroeid, was het verkoelende effect zelfs twee keer zo sterk. In Utrecht waren zulke straten 's zomers gemiddeld 4 graden koeler dan volledig versteende straten.
Ook parken zijn 's zomers koeler dan de bebouwde binnenstad. Die parken zijn belangrijk voor het welzijn van mensen, blijkt uit het onderzoek van Klemm. Ze sprak mensen aan en vroeg waar ze bijvoorbeeld graag gingen zitten.
"Vroeger was de gedachte dat mensen in een park op warme zomerdagen vooral in de zon wilden zitten. Dat denken is wel veranderd", zegt Klemm. De voorkeuren blijken af te hangen van het seizoen, het tijdstip van de dag - en de leeftijd.
Mensen maken daarin bewuste en onbewuste keuzes, zegt Klemm. "Ouderen weten op welke plekken banken staan met schaduw." Ook schuiven ze vaak met de dag mee. "In de ochtend kiezen ze misschien nog een bankje in de zon, en in de middag en avond juist schaduw."
Die groeiende behoefte aan schaduwbankjes vraagt iets van ontwerpers van de openbare ruimte. Ten eerste is het belangrijk bestaande stadsbomen goed te beschermen, zegt Klemm, die tegenwoordig beleidsadviseur duurzame leefomgeving is bij de gemeente Den Haag.
"Hittegolven nemen nu al toe en het is in Nederland al 40 graden geworden. Bomen moeten dus goede groeiplaatsen krijgen met niet te veel bestrating, zodat regenwater in de bodem kan trekken en de wortels kan bereiken."
Om bestand te zijn tegen de hittegolven van 2050, is het ook belangrijk om nu extra bomen te planten. Het zijn vooral hoge bomen die steden koelen, en het duurt tientallen jaren voordat bomen volgroeid zijn.
Maar welke boomsoorten dan? Daar kijken we naar in het vervolg van de serie, waarin we onderzoeken hoe steden en dorpen een bijdrage kunnen leveren aan biodiversiteitsherstel. Tipje van de sluier: schrap de vaak geplante plataan maar van het lijstje. Kies in plaats daarvan voor een mix van inheemse bomen, liefst afkomstig uit Nederlands laatste wilde populaties.
Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen
Source: Nu.nl economisch