Home

Net als de gymnasia weten corpora: als ze echt inclusief worden, zijn ze niet meer zo populair

Deze vakantie liep ik terug van het strand met een zesjarige, toen we aangesproken werden door een dakloze. Hij vroeg om geld, om sigaretten, wij hadden allebei niet, de man liep door. Ik dacht er al niet meer aan, tot ik merkte hoe stil het kind aan mijn hand was. Wat vond je ervan, vroeg ik. Ze dacht na, zei toen: ‘Hij eet nooit een ijsje, denk ik.’ Haar eigen gezicht zat nog onder de chocola-aardbei-combinatie van vandaag. Na nog even denken: ‘Dat is heel oneerlijk.’

Ik dacht weer aan dit moment toen ik afgelopen week de hordes jongens en meisjes voor dispuutshuizen zag staan. Ondanks de constante stroom berichten over mishandeling, vernedering en seksisme moeten vrijwel alle corporale studentenverenigingen deze maand weer loten – de aanmeldingsaantallen bereiken al jaren records. Op het eerste gezicht vreemd: waarom zouden zoveel mensen willen horen bij clubs die vrouwen ‘sperma-emmers’ noemen, ‘anale bingo’s’ organiseren, kelen dichtknijpen?

Maatschappelijk gezien kan je de populariteit intussen best verklaren: nu steeds meer mensen hoger onderwijs genieten, zoekt het geprivilegieerde deel van de samenleving manieren om zich alsnog van die hoogopgeleide massa te onderscheiden. Daardoor worden exclusieve, homogene instituten als het corps aantrekkelijker.

Zelf zat ik niet bij het corps, wel op een categoraal gymnasium. Mijn vader vond dat een slecht idee: hij liep op zijn vijftigste nog met een hoofd vol onbenut Grieks en Latijn. Dat ik toch ging, was om de simpele reden dat ik na één minuut open dag voelde: hier hoor ik thuis. Omring een geprivilegieerd kind met andere geprivilegieerde kinderen, en ze voelt zich allicht snel comfortabel.

Precies dat gevoel van comfort is waarom categorale gymnasia, net als corporale studentenverenigingen, eigenlijk niet passen in een maatschappij die streeft naar gelijke kansen. De samenleving deel je altijd met anderen, veelal anderen die niet jouw privileges hebben – juist dat zou je moeten leren op school. Simpel gezegd: het is goed af en toe iemand te ontmoeten die nooit een ijsje eet, in plaats van altijd omringd te zijn door mensen bij wie ook meerdere smaken Hààgen Dasz in de vriezer liggen.

Elite-instituten proberen hun exclusieve imago heus wat af te zwakken. Twee Amsterdamse gymnasia werven bijvoorbeeld actief leerlingen in Zuidoost en Nieuw-West – stadsdelen waar de gemiddelde inkomens en opleidingsniveaus lager liggen dan in de Apollobuurt waar beide scholen staan. Dit jaar stroomden zes achtstegroepers zo door.

Geweldig natuurlijk, maar zes kinderen uit Zuidoost gaan niet veranderen dat gymnasia vooral een elitair perpetuum mobile vormen, een buutvrij tegen sociale daling. Precies dat exclusieve imago is wat categorale gymnasia aantrekkelijk maakt: niet-mengen met een groot deel van de samenleving creëert een gebrek aan maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel én een bepaalde verhevenheid. En zo’n geïncorporeerd entitlement vergroot de kans op succes.

Een instituut als het corps vormt de perfecte arena voor het in stand houden van dit sociaal-economische Peter Pancomplex. Wie in een cocon leeft met mensen die even bevoorrecht zijn, blijft maatschappelijk gezien zo naïef als een kind; je eigen privileges stevig in je handje geklemd. Met zulke maatschappelijke oogkleppen op krijg je al snel het idee dat je recht hebt op die privileges – zoals kinderen op vakantie vinden dat ze recht hebben op ijs.

Ook corpora werken aan ‘cultuurverandering’, maar net als de gymnasia weten zij: als ze echt inclusief worden, zijn ze niet meer zo populair. Veel mensen kiezen immers liever voor het perspectief van een kind, dan een perspectief waarin ze hun eigen privileges moeten bevragen.

Source: Volkskrant

Previous

Next