Home

Protestpartijen bewegen vanaf de zijlijn naar het midden – met meer kans om écht te regeren

Daar staat Henri Bontenbal, in het nieuwe CDA-campagnespotje, in de middencirkel van het veld van voetbalvereniging Eemdijk. Precies in het midden van het land. ‘Henri Bontenbal. Man van het midden’, is zijn slogan. ‘Het midden. Waar we met respect en fatsoen met elkaar omgaan.’

Voor het CDA is dat niets nieuws. De partij kende vele interne koersdebatten, maar vond zichzelf toch altijd weer terug rond de middenstip, conform het motto dat de eerste partijleider, Dries van Agt, vijftig jaar geleden al muntte: ‘Wij buigen niet naar links. Wij buigen niet naar rechts.’

Wél nieuw is de drukte die Bontenbal daar opeens om zich heen ziet. Nog lang niet alles is duidelijk over de verkiezingsprogramma’s van Nieuw Sociaal Contract en de BoerBurgerBeweging, maar zeker is dat Pieter Omtzigt en Caroline van der Plas hun wortels hebben in het CDA en daar in hun doen en laten nog steeds dicht tegenaan zitten.

Samen naderen de drie in de jongste peilingen de vijftig zetels, een getal waar het CDA voor het laatst van mocht dromen in de dagen van Ruud Lubbers.

Frans Timmermans dan, die andere nieuwe factor: ook het gecombineerde programma van PvdA en GroenLinks moet binnenkort nog veel onthullen over de aard van hun samenwerking, maar de lijsttrekker maakte deze week in zijn eerste optreden duidelijk dat hij de beweging eerder naar het midden dan naar links trekt. Hij is een pragmaticus die de opwarming van de aarde wil stoppen en net als Omtzigt bestaanszekerheid voor iedereen nastreeft, maar ook een bestuurder die een broertje dood heeft aan getuigenispolitiek.

Impliciet richtte hij zich tot het GroenLinks-deel van de achterban met zijn aankondiging dat hij niet aan de zijlijn wil staan. ‘Macht is geen vies woord.’ Regeren wil hij, zo groot worden dat andere partijen niet om hem heen kunnen. Daarvoor zijn meer kiezers nodig dan alleen de linkse, weet Timmermans. Drees, Den Uyl en Kok kwamen er ook alleen omdat ze door het midden gingen. In de woorden van Drees: ‘Niet alles kan, en zeker niet alles tegelijk.’

De VVD, die Rutte IV opblies in de hoop met een nieuw rechts kabinet een veel strenger immigratiebeleid te kunnen voeren – desnoods met de PVV – moest deze week lijdzaam toezien hoe Omtzigt voor dat idee bedankte. Zijn immigratiestandpunt is nog niet helemaal uitgekristalliseerd, maar neigt toch ook naar dat van het CDA: meer grip, maar zonder stigmatisering van immigranten en de bijbehorende polarisatie.

Om die reden zei hij niet te willen regeren met Wilders, de ultieme flankspeler, die intussen wel moet vrezen dat een deel van zijn kiezers naar Omtzigt overstapt. Op zijn beurt werd Omtzigt deze week omarmd door Timmermans als iemand met wie hij graag in gesprek wil. ‘Pieter wil de overheid hervormen en de bestaanszekerheid verbeteren. Dat sluit nauw bij ons aan.’ En voor wie het nog niet had begrepen, na al zijn dienstjaren in de Europese Commissie: ‘Ik loop niet weg voor een streng asielbeleid.’

Zo dient zich een verkiezingscampagne aan die we deze eeuw nog niet hebben meegemaakt. De onvrede onder de kiezers vertaalde zich sinds 2002 in een almaar groeiend aantal protestpartijen op de flanken. Het politieke midden, dat was toch die verzameling vermolmde, bestuurlijk ingestelde partijen waartegen elke politieke nieuwkomer zich afzette?

Pim Fortuyn, Rita Verdonk, Geert Wilders, Jan Marijnissen, Marianne Thieme, Thierry Baudet en al die anderen maakten net als Omtzigt furore met harde systeemkritiek, maar combineerden die meestal met standpunten die het vinden van voldoende coalitiepartners bij voorbaat onmogelijk maakten. Doorgaans was dat ook niet hun ambitie. Niemand schopte het tot in de Trêveszaal, het hart van bestuurlijk Nederland, waar de ministerraad elke vrijdag bijeenkomt.

Het steeds vermoeider ogende midden regeerde door, om bij vrijwel elke verkiezing weer wat kleiner te worden. VVD, CDA, PvdA, D66 en CU, de vijf nog bestaande partijen die Nederland beurtelings regeerden, hadden in 1998 samen nog 131 zetels, de absolute macht. In 2021 waren er daar nog 87 van over, zonder tekenen van herstel.

Maar zie daar: als Timmermans GroenLinks nu inderdaad naar het midden trekt, en Omtzigt en Van der Plas zo verzoenend, compromisbereid en optimistisch campagne blijven voeren, groeit opeens de kans dat een veel groter deel van de nieuwe Tweede Kamer na 22 november bereid is te regeren. De kans groeit ook dat er een stoot nieuwe energie naar het landsbestuur gaat, en niet meer alleen rechtstreeks naar de oppositiebankjes.

Zover is het nog niet, er zijn nog drie maanden te gaan. Maar voor de informateur die eind november aan het werk gaat om de verkiezingsuitslag om te zetten in een regering, zou het een ongekende weelde zijn.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next