Home

Oud-hockeyer Floris Jan Bovelander tegen para-atleet Fleur Jong: ‘Hoe vaak krijg jij nieuwe benen?’

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Floris Jan Bovelander (57) meldt zich twintig minuten voor het interview in restaurant De Veranda aan de rand van het Amsterdamse Bos. Vanuit Haarlem was hij er sneller dan verwacht. „Super romantisch”, zegt hij met grote glimlach als hij de vergaderruimte met tv-scherm, flipover en whiteboard betreedt. Daar is net de tafel voor het diner gedekt.

Terwijl de ober borrelhapjes en flessen water op tafel zet komt er een appje van Fleur Jong (27) binnen. „Ik ben mijn kat kwijt, dus ga iets te laat komen. Heb nog uitgebreid gezocht en buren ingeschakeld. Ben zo onderweg. Sorry!”

Twee topsporters. Hij oud-hockeyer met 241 interlands achter zijn naam en een gouden olympische medaille (Atlanta 1996). Zij para-atleet met vorige maand nog twee gouden plakken op het WK in Parijs: bij het verspringen en de 100 meter. De snelste vrouw op blades ter wereld. Terwijl we op haar wachten, vertelt Bovelander dat hij haar niet gegoogled heeft. Hij wil het gesprek blanco ingaan. „Maar ik zit wel in de jury van Haarlemse Topsporter van het jaar en daar is ze ter sprake gekomen.”

Ieder jaar weer is er „gedoe” over paralympische sporters, vertelt hij. Moeten ze nou wel of niet in een aparte categorie worden ondergebracht? „Ik begrijp dat paralympische sporters voor vol willen worden aangezien, maar ik vind dat het gescheiden moet blijven.”

Ja, Bovelander weet dat Jong vorig jaar bij het NK indoor atletiek ‘buiten mededinging’ meedeed met de valide sporters – haar resultaten telden niet mee. Hij vindt dat laatste terecht, want valide met niet-valide sporters vergelijken is als appels met peren. „Sommige dingen gaan sneller als je gewone benen hebt, andere juist als je die niet hebt, zeker nu blades steeds beter worden.”

Hij beseft dat dat een gevoelige discussie is, maar „over het algemeen zijn topsporters niet zo gevoelig”. Nou ja, wel gevoelig, maar ze durven zich uit te spreken en zijn gewend met kritiek om te gaan. „We worden elke week afgefikt – door onszelf, door onze coaches, door sportverslaggevers. Als alles om prestaties draait, moet je eerlijk zijn tegen jezelf, anders word je niet beter.”

Durft hij straks tegen Jong te zeggen wat hij nu tegen ons zegt?

Hij knikt. Zoals je mannen en vrouwen hebt, heb je olympische sporters en paralympische sporters. „Het is een aparte categorie.” Oud-judoka Henk Grol vocht als zwaargewicht toch ook niet tegen iemand van zeventig kilo? En een trans vrouw zou wat hem betreft niet mee moeten doen met de vrouwen. Hij denkt dat Jong er hetzelfde instaat, „en anders mag zij mij overtuigen van het tegendeel”.

Door het raam ziet Bovelander hoe een zwarte Toyota, bestickerd met olympische ringen, het parkeerterrein op rijdt. „Dat moet haar zijn.”

Als ze zich even later aan elkaar voorstellen, verontschuldigt Fleur Jong zich opnieuw. Haar kat is nog steeds niet terecht, zegt ze. „Maar om nou thuis te gaan zitten wachten… Dat heeft geen zin.”

Sommige dingen gaan sneller als je gewone benen hebt, andere juist als je die niet hebt, zeker nu blades steeds beter worden

Floris Jan Bovelander

Bovelander feliciteert haar met haar twee gouden medailles. Sinds hij weet dat ze vanavond tafelgenoten zijn, ziet hij haar opeens overal, zegt hij. „Net als wanneer je een nieuwe auto hebt, dan zie je die ook overal rijden.” Fleur heeft net een nieuwe auto, zegt ze, „maar die heb ik pas twee keer in het wild gezien”.

Samen lopen ze naar het water voor de foto. Bovelander kent het Amsterdamse Bos goed. Kijk, daar liggen hockeyclubs Amsterdam, Hurley en Pinoké, en het Wagener Stadion. En om de Bosbaan rende hij dertig jaar geleden rondjes met het team. Daarna eten met z’n allen in wat nu De Veranda heet, maar toen De Bosrand. „Het is leuk af en toe terug te vallen in de emoties van toen.”

Ze vertelt dat ze ook in Haarlem woont, op zichzelf, maar is opgegroeid in Middenbeemster, met een broertje. Haar vader „zit op de vrachtwagen”, haar moeder is financieel medewerker. Haar ouders hebben ook een tijd benzinestations beheerd. Toen ze merkte dat haar vader niet gelukkig was, al dat personeel was niets voor hem, spoorde ze hem aan zijn oude werk weer op te pakken. Na enig aarzelen deed hij dat. „Daar was ik zó trots op.”

Als we een halfuur later in de vergaderruimte zitten en de ober de bestellingen heeft opgenomen – voor beiden zeebaars met groene asperges – appt Jong aan een bevriende buurman waar ze haar huissleutels heeft verstopt. Hij belooft te gaan kijken of haar kat terug is. ‘Go get her!’, appt ze. En tegen ons: „Dit is nog nooit gebeurd. Beau komt normaal elke tien minuten kijken of ik thuis ben.”

Bovelander bestelt een biertje. Jong bestelt water, hoewel ze van wijn houdt, zegt ze, en dat best af en toe van zichzelf mag drinken, ook al is ze topsporter.

Floris Jan Bovelander: „We worden elke week afgefikt – door onszelf, door onze coaches, door sportverslaggevers. Als alles om prestaties draait, moet je eerlijk zijn tegen jezelf, anders word je niet beter.” Foto Merlijn Doomernik

Waarom zeiden ze ‘ja’ tegen dit gesprek?

Bovelander: „Jeetje! Even denken hoor.”

Jong: „Ik laat me graag verrassen. Ik zeg vaak ‘ja’, ook als ik niet weet waar ik aan begin.”

Ze kende Bovelander niet, zegt ze. „Maar mijn coach wist het meteen. ‘Floppie!’ zei hij. Ik heb hem wel even uitgehoord natuurlijk – welke Spelen, welk tijdperk? 1988, 1992, 1996. Tof, ik hou van sporthistorie.”

Bovelander: „De dag nadat ik ja had gezegd werd jij kampioen. Ik wist dat je uit Haarlem komt, je naam is genoemd bij de verkiezing van Haarlemse sporter van het jaar. Ik zit in de jury.”

Jong buigt over tafel: „Aha! Maar weet jij ook wat ik weet daarover?”

Bovelander: „Ehm, wat bedoel je?”

Jong: „Ik heb me teruggetrokken. Ik kreeg een mail dat ik was genomineerd in de categorie ‘sport special’. Toen dacht ik: dát is niet de bedoeling. Ik ben sportvrouw van het jaar, of ik ben niks. Ik heb de juryvoorzitter gebeld. Ik vond dat ik mijn gevoel moest delen, anders weet niemand hoe dit voor mij voelt en zal het voor andere sporters zoals ik nooit veranderen.”

Bovelander: „Wat heb je toen gezegd?”

Jong: „Dat ik me niet thuisvoel bij de beschrijving van die categorie.”

Bovelander legt ons uit welke categorieën er zijn: sportman, sportvrouw, talent jongen, talent meisje, sportploeg, coach, sportvrijwilliger, oeuvreprijs. En ‘sport special’ dus, voor bijzondere sportprestaties door onder meer veteranen en parasporters. „Ik vind het goed dat je zegt dat je je daarin niet thuisvoelt, dat stemt tot nadenken.”

Jong: „De scheiding tussen Olympische en Paralympische Spelen vind ik prima. Maar paralympische sporters mengen met veteranen, daarvan ben ik niet overtuigd.” Ze vertelt dat André Cats, directeur topsport van NOC-NSF, haar belde voor advies. Bij het Sportgala willen ze de categorieën misschien aanpassen, zei hij. Twee categorieën voor paralympisch, zei ze, mannen en vrouwen.

Heeft Jong de aparte categorie voor Haarlemse topsporters als een belediging ervaren?

„Ik ben bezig met topsport”, zegt ze. „Dus ik wil als topsporter worden geëerd. Als dat niet centraal staat, vind ik het een ingewikkelde prijs.”

Bovelander: „Je wordt wel geëerd als topsporter, alleen de categorie is heel breed. Ik vind het goed om te horen hoe jij hierover denkt. In de jury zitten allemaal topsporters en jij woont in Haarlem, dus bij deze ben je uitgenodigd voor de jury van volgend jaar.”

Jong glimlacht. „Het gaat om gelijkwaardigheid. Paralympische sporters zijn niet gelijk aan olympische sporters, maar je kunt ons wel gelijkwaardig behandelen. Met dezelfde categorieën als valide sporters.”

Betekent het feit dat ze wilde meedoen met de valide sporters op het NK, dat ze het liefst altijd tegen valide sporters zou willen uitkomen?

Jong: „Ook in dat geval geldt: ik ben niet hetzelfde als Anouk Vetter, maar ik ben wél een gelijkwaardige verspringer. Op een NK doet de top-12 mee, daar hoor ik lachend bij. Maar als ik meedoe neem ik wel de plek van een valide sporter in. Doe ik buiten mededinging mee, dan ben ik een plus-1. Mijn doel is om het publiek te laten zien waar paralympiërs toe in staat zijn. Er komen nou eenmaal meer mensen af op het NK atletiek dan op het NK para-atletiek. Ik kan veel mensen verrassen en kennis laten maken met paralympische sport door tussen valide sporters te sprinten en te springen.”

Ik ben sportvrouw van het jaar, of ik ben niks

Fleur Jong

Bovelander: „Het is mooi dat paralympische sporters mee kunnen doen bij kampioenschappen van valide sporters, alleen vind ik toch niet dat het samen gaat, het is niet te vergelijken. Jij springt nu ongeveer dezelfde afstand als een valide sporter, maar over tien jaar heb je misschien blades waarmee je dertig meter springt.”

Ze ve Source: NRC

Previous

Next