Home

Angela Saini ontrafelde de oorsprong van mannelijke dominantie: ‘Wachten tot het vanzelf beter wordt, is een illusie’

‘Een dodelijk ras en dito stam (…) in wier aard het zit om kwaad te doen’, luidt een citaat van de beroemde Griekse dichter Hesiodus. Over wie hij het heeft? Over vrouwen. Hij noteerde het omstreeks 700 voor Christus in zijn wereldgeschiedenis Theogonia. Ter illustratie introduceert hij de eerste vrouw op aarde: Pandora. U weet wel, van die doos vol onheil.

De Britse wetenschapsjournalist Angela Saini (43) opent haar nieuwe boek De patriarchen – De oorsprong van ongelijkheid met een alternatieve historische tijdlijn, vol hoogte- en dieptepunten op het terrein van vrouwenhaat én -rechten. Hesiodus staat erop, maar ook een ‘relatief genderblinde neolithische gemeenschap’ in Zuid-Anatolië zo’n zevenduizend jaar eerder, en de Sri Lankaanse Sirimavo Bandaranaike, ’s werelds eerste gekozen vrouwelijke premier (1960).

Over de auteur
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant met bijzondere aandacht voor cultuur, literatuur en de Surinaamse en Caribische koloniale geschiedenis.

In het boek, dat deze week in Nederlandse vertaling verschijnt, gaat Saini op zoek ‘naar de wortels van mannelijke dominantie en vrouwenonderdrukking in onze huidige wereld’. Dit machtssysteem met de looiige naam ‘het patriarchaat’ moet niet worden verward met het idee dat álle mannen álle macht hebben of dat vrouwen er geen deel van uitmaken, schrijft Saini in haar inleiding. Ook waarschuwt ze haar lezer geen ‘oerknal-moment’ te verwachten ‘waarop de wereld tot een door mannen gedomineerd oord transformeerde’.

Als wetenschapsjournalist verdiept Saini zich in de structuren van macht en hoe het toch mogelijk is dat een klein groepje mensen (vaak witte mannen) de touwtjes in handen heeft en weet te houden. In 2017 brak ze internationaal door met Inferior (vertaald als Ondergeschikt), over hoe wetenschap de aanname voedde dat vrouwen minderwaardig zijn aan mannen, bijvoorbeeld op het terrein van academisch excelleren.

In 2019 richtte ze haar pijlen in Superior (Superieur) op een andere academische dwaling: de comeback van het wetenschappelijk racisme. Ze dook in de wereld van ‘rasrealisten’ en de aanhangers van ‘human biodiversity’, zoals de huidige voorstanders van eugenetica en ‘raszuiverheid’ zich eufemistisch noemen.

Daarop kwamen een enorme lading (digitale) drek en dreigementen haar kant op. ‘Ik werd online belaagd door trollen, neonazi’s en white supremacists. Ik ben gedoxt; een website publiceerde al mijn gegevens, die van mijn ouders, echtgenoot en destijds 5-jarige zoon.’ Saini – kort zwart haar, kaarsrechte houding – zit aan een keukentafel met een groot glas jus d’orange voor haar neus. Ze vertelt het feitelijk, kalm. De Britse woont tegenwoordig in New York met haar man (werkzaam bij The New York Times) en hun nu 9-jarige zoon. Ze is voor werk in Londen als de Volkskrant haar videobellend spreekt.

‘Als je gegevens eenmaal zijn gepubliceerd, is het vrijwel onmogelijk ze volledig te verwijderen. Dus dat is niet gelukt. Ik ben van Twitter afgegaan. Daar waren deze types het meest actief en meedogenloos. En dan heb ik het niet alleen over populistische opiniemakers of anonieme trollen, maar ook over academici en politici. Dag in dag uit werd ik uitgescholden, als vrouw, vanwege mijn huidskleur en veronderstelde lage intelligentie. Op een gegeven moment vroeg ik me af: waarom blijf ik dit ondergaan? Facebook had ik al verlaten en ik probeer te voorkomen dat ik op YouTube beland.’

‘Het is triest wat deze mensen hebben aangericht, maar zo voelt het niet. Want ik laat me de mond niet snoeren. Er zijn momenteel veel mensen die gevaarlijke racistische overtuigingen salonfähig proberen te maken, die wetenschap misbruiken om hun eigen racisme te legitimeren. Dat moet je aan de kaak blijven stellen, anders komen ze ermee weg. Ik geloof niet dat mijn vertrek van Twitter een groot gemis is. Sindsdien ben ik bestuurslid bij enkele musea en onderwijsinstellingen, waar ik me stilletjes, achter de schermen, veel beter kan inzetten voor diversiteit en gelijkheid dan via duizend tweets.’

‘De term is lang uit de mode geweest. Ik ben er ook geen liefhebber van. Alsof er een soort onzichtbare kracht zou bestaan die doelbewust vrouwen onderdrukt, waarvan we alleen weten: het is iets met mannen. In mijn boek probeer ik de term daarom te ontleden tot behapbare proporties. Het gaat om tal van machtsstructuren in verschillende samenlevingen met opvattingen over man-vrouwverschillen die doorsijpelen in cultuur, religie, het denken van de mens, sociale normen en rechtspraak. Ik spreek liever van patriarchen of desnoods van patriarchaten, in meervoud.

‘De gevolgen van mannelijke macht wereldwijd zijn goed gedocumenteerd: de oververtegenwoordiging van mannen op gezaghebbende posities, de voorkeur voor zonen in veel delen van de wereld, seksueel geweld, dubbele morele standaarden, de loonkloof tussen mannen en vrouwen.’

‘Het is een machtssysteem dat gebruikmaakt van alle denkbare vormen van ongelijkheid, ten faveure van een groepje mannen aan de top. Maar er zijn ook altijd bevoorrechte vrouwen en hele groepen mannen zonder enige vorm van macht.’

Lacht. ‘Heb je even? Ook in de 21ste eeuw worden patriarchaten opnieuw bestendigd, uitgevonden of herschapen. Neem de VS, Iran, Afghanistan of Oost-Europa. De kern van het proces gaat over individuen en groepen die vechten om de controle over ’s werelds meest waardevolle hulpbron: andere mensen. Machthebbers zijn opportunistisch, ze wenden elk denkbaar verhaal aan ter legitimering van hun eigen macht – conservatief en religieus, maar liberaal en seculier kan evengoed.

‘Dat de patriarchale manieren van maatschappelijke ordening in verschillende uithoeken van de wereld tegenwoordig griezelig veel op elkaar lijken, is voor een belangrijk deel het gevolg van de bewuste export ervan door missionarissen en imperialisten vanaf de 16de eeuw. Hoe een samenleving verandert, is een lastig te vatten proces, maar de uitkomst lijkt altijd onontkoombaar. Meestal kunnen mensen zich niet meer voorstellen dat het leven er ooit anders heeft uitgezien, dat wat zij normaal vinden ooit ondenkbaar was. Dat is het geniepige.’

‘Dat de onderwerping van vrouwen biologisch en evolutionair onvermijdelijk is. Omdat mannen meer spierkracht hebben en vrouwen kunnen baren. Deze verklaring wordt vaak gekoppeld aan een andere veelgehoorde misvatting. Namelijk dat de uitvinding van de landbouw het historische kantelpunt is vanwaaraf het bergafwaarts ging met vrouwenrechten.

‘Maar uit archeologisch onderzoek naar skeletten en begrafenisgebruiken blijkt iets anders. In bijna alle agrarische gemeenschappen deden mannen en vrouwen hetzelfde type werk, ze aten dezelfde voeding, leefden evenveel binnens- als buitenshuis, het leiderschap werd gedeeld, er waren vrouwen met meerdere mannen of omgekeerd en er waren vrouwelijke krijgers.

‘Het echte kantelpunt ligt veel later, bij de opkomst van staten, van gecentraliseerde macht en onderlinge oorlogen, bijvoorbeeld in het oude Mesopotamië. Staten bestaan bij de gratie van een aanzienlijke populatie, het bewaken en verdedigen van grenzen en de inzetbaarheid van de meerderheid ten gunste van een machthebbende elite. Wat heb je dan nodig? Precies: vrouwen die zo veel mogelijk baren en daarom niet beschikbaar zijn om te vechten, dus dat blijft over voor de mannen – en dat is het moment waarop het binaire man-vrouwdenken ontstaat. Dit gebeurde uiteraard niet als een donderslag bij heldere hemel, het was een geleidelijk proces van duizenden jaren dat overal anders verliep. De grote katalysator ligt echter niet zo ver in het verleden, dat was het kolonialisme.’

‘Als student kwam ik in aanraking met activisme op het terrein van vrouwenrechten en antiracisme, en ik ging voor studentenbladen schrijven. Ik ben een echte bèta, was als kind en tiener bezeten van techniek en wiskunde, net als mijn twee zussen trouwens, en wilde absoluut ingenieur worden, maar het schrijven was een openbaring voor me. Schrijven helpt me om mijn gedachten te ordenen over zaken die me aan het hart gaan, zoals ongelijkheid en racisme. Door te schrijven begrijp ik mezelf en de wereld beter.’

‘Ik ben geboren en getogen in Londen, maar mijn ouders zijn Indiase migranten. We woonden in een wijk in het zuidoosten van de stad met veel migranten én mensen met extreem-rechtse sympathieën. Als kind voelde ik de spanningen: racistische scheldpartijen op straat, geweld tegen winkeliers, vechtpartijen, groepen extreem-rechtse jongeren in de wijk.

‘In de buurt van mijn huis en school zijn meerdere racistische moorden gepleegd in die periode. Een van de bekendere is de moord op Stephen Lawrence, een zwarte scholier die in 1993 bij een bushalte werd vermoord. Dat maakte zo veel indruk op me. Het zette me aan het denken over identiteit. Ik voelde me Brits, maar werd ik ook zo gezien?’

In haar nieuwe boek laveert Saini via een waaier aan data en verhalen door de geschiedenis van de mensheid. Als Volkskrant

Previous

Next