Home

Voor sommige mensen voelt het leven alsof ze meegesleept zijn naar een concert van de Toppers

Zes jaar geleden vierde ik een bijzondere verjaardag met een bijzondere wandeling. Een van de vrolijke gasten is er niet meer. Zij maakte onlangs met Middel X een eind aan haar leven. Haar dood was niet zacht.

Misschien betrok zij het middel van de nieuwe verdachte die justitie aan het vervolgen is, misschien van een ander. Zie ik diegene nu als de kwaaie pier, als de rattenvanger van Hamelen die haar de dood inlokte? Nee, natuurlijk niet. Dit soort leveranciers zijn er omdat anderen in gebreke blijven.

Mijn wandelvriendin wilde niet sterven maar kon niet meer vechten. Euthanasie kreeg ze niet, want daarvoor vond de hulpverlening het allemaal niet erg genoeg. Alsof er objectieve gradaties voor lijden zijn.

Was ze blijven leven als de Middel X-­leverancier er niet was geweest? Er zijn vele gruwelijke alternatieven. Hier in de buurt is een spoorwegovergang waar regelmatig ‘een aanrijding met een persoon’ plaatsvindt. Justitie moet maar eens komen kijken hoe vriendelijk dat eruitziet.

In plaats van kleine radertjes te criminaliseren, kan er beter eens serieus na­gedacht worden over hoe een mens hulp kan krijgen om wel zacht en vredig te sterven. Abortus is ook de beëindiging van een leven, maar daarvoor hoeven we ook niet meer naar een smoezelig oud vrouwtje met een roestige breinaald.
Heleen den Beer Poortugael, Soest

Voor sommige mensen voelt het leven alsof ze meegesleept zijn naar een concert van de Toppers. En waar de rest het naar zijn zin lijkt te hebben, willen zij slechts zo snel mogelijk vertrekken. De hoop wordt hooggehouden met beloften dat er straks een gastzanger komt die daadwerkelijk kan zingen, het straks leuk wordt, er straks een goed nummer gespeeld wordt. Maar het is tegen beter weten in. We kunnen niet zelf beslissen of we op de wereld worden gezet, laat mensen dan tenminste zelf beslissen of ze willen blijven of niet. Waarom de uitpuilende concertzaal nog verder volproppen, terwijl er mensen aanwezig zijn die liever vertrekken?
Teunis van der Zalm, Culemborg

Ondanks dat ik alles herken in wat er in het artikel over applaus wordt geschreven, mis ik ook iets. De emotie die bij mij aan het applaus en het opstaan voorafgaan. De mooie analyses gelden voor hele zalen en ja, ook ik doe vaak mee met de rest van de zaal, maar voor mij persoonlijk hoort bij dit kuddegedrag wel een persoonlijke beleving.

Soms ben ik zo geraakt door een voorstelling dat ik daarna echt even moet ontladen. Dan vind ik het heerlijk om te klappen en te staan. Vooral om uiting te geven aan mijn verbazing, verwondering, beroering en respect voor degene die dat bij mij losmaakte. Niet omdat het de beste of de meest perfecte uitvoering was, maar omdat het mij op dat moment zo veel deed. Ik zou de dansers of artiesten wel willen omarmen. Het delen van het geluid van applaus is dan een goede tweede.

Andere keren zou ik graag nog even met zijn allen stil willen houden, gewoon even samen navoelen. En dan is zo’n ovatie en denderend applaus juist storend. Het is me nog niet gelukt om in dat geval de zaal met mij mee te laten doen.

Het ‘lezen’ van de zaal zegt dus niets over de beleving van de individuele ­bezoeker voor dat applaus.
Trees Sauer, Veldhoven

Honderd procent waardering voor de bijzondere prestatie van Femke Bol. Maar laten we niet overdrijven. In het verslag van haar 400 meter horden is sprake van ‘het overschrijden van de finishlijn’. Kennelijk doet Femke Bol aan finishoverschrijdend gedrag. Het zij haar vergeven. In de atletiek is ze tenslotte een grensverleggende vorstin.
Alfons Lammers, Otterlo

Harriet Duurvoort echoot in haar column een bekend geluid: als politici wachtgeld ontvangen, dan moeten ze dat maar weggeven. Waar moeten die lieden dan van leven? Spaargeld, hun huis opeten of flitsbezorger ad interim worden? Als dit de algemene teneur zou zijn, ‘allemaal zakkenvullers’, krijgen we nooit de zo benodigde deskundigheid, kwaliteit en integriteit bij onze politici: het bedrijfsleven lonkt.

Of willen we een zwaar onderbetaald korps van politici en ambtenaren die om te overleven hun karige beloning aanvullen met allerlei douceurtjes (ook bekend als steekpenningen), zoals het toegaat in veel landen? Gun Frans Timmermans zijn wachtgeld en hou erover op.
Henk van den Berg, Heerjansdam

De komende tijd worden we bedolven onder partijstandpunten, debatten en stemwijzers. Al die informatie moeten we op verkiezingsdag in november zien terug te brengen tot één ingekleurd vakje. Hoe complex je mening ook is over het brede spectrum aan verkiezingsthema’s, je hebt maar één stem en die is ondeelbaar.

Dit resulteert in systematische afrondingsfouten. Thema’s die kiezers net wat minder na aan het hart liggen, delven bij de afweging in het stemhokje steevast het onderspit. Een partij die inhoudelijk kan rekenen op 10 procent van de steun van elk van een miljoen kiezers, krijgt op die manier nul stemmen, en niet de honderdduizend die ze eigenlijk verdient. Partijen hoeven zich in de strijd om die ene stem dus alleen druk te maken om de thema’s die de kiezer uiteindelijk over de streep trekken; de rest doet er vrijwel niet toe.

Het lijkt een kwestie van tijd voordat het rode potlood plaatsmaakt voor een geavanceerdere manier van stemmen. Die overstap biedt mogelijkheden om de verdeling van stemmen eerlijker te maken. Geef kiezers maximaal tien stemmen, die ze naar eigen inzicht kunnen verdelen over kandidaten, rekening houdend met het gewicht dat ze willen toekennen aan de verschillende ­thema’s.

Dit geeft een evenwichtiger beeld van wat de kiezer belangrijk vindt en bevordert de verbreding van het debat.

Het stemrecht zou geleidelijk opgebouwd kunnen worden. Kinderen zouden bijvoorbeeld vanaf hun 12de verjaardag steeds één stem per jaar erbij kunnen krijgen, tot ze op hun 21ste volwaardig stemgerechtigd zijn. Op die manier betrek je kiezers al vanaf jonge leeftijd bij het politieke proces, terwijl hun invloed op de verkiezingsuitslag aanvankelijk ­beperkt blijft.
Sander Otte, Berkel en Rodenrijs

Bij het lezen van het artikel van Janneke Schotveld, voel ik als oud -leraar op een basisschool plaatsvervangende schaamte. In de jaren zeventig en tachtig hebben wij op onze school in Apel­doorn alle registers opengetrokken om het lezen naar een hoger plan te trekken, ongeacht de kosten die hieraan verbonden waren.

De schoolbibliotheek werd volledig gescreend: alle oude zooi eruit en vervangen door uitstekende moderne jeugdliteratuur. Iedere dag werd er voorgelezen. Dagelijks werden kinderen gewezen op nieuwe, mooie boeken. Iedere dag stillezen, waarbij we als leerkracht ook een kinderboek lazen. Kinderen ­vertelden over de boeken die ze gelezen hadden. Ieder jaar bezochten meerdere auteurs en illustratoren onze school, tot Eric Carle aan toe.

De Kinderboekenweek was een jaarlijks feest. Minimaal één keer per jaar brachten we een eigen boekenkrant uit (Boekenwurm) met bijdragen van leerkrachten, leerlingen en ouders. In 1978 hadden we onze eigen kinderboek­winkel in de aula, waar kinderen konden kijken, lezen en boeken kopen.

Alles hebben we zelf bedacht. Ook wij hadden in onze opleiding weinig tot niets aan jeugdliteratuur gedaan, maar we waren gedreven en ontzettend creatief. Door ons enthousiasme raakten ook de kinderen enthousiast en lazen ze ­tegen de klippen op. Het kostte een paar centen, maar ik zou het niet hebben willen missen. Dus leerkrachten, bedenk waar de prioriteiten liggen.
Teun van de Wardt, Bergharen

Vannacht lag ik een tijdje wakker. Als ­lezer van de papieren Volkskrant wilde ik rond halfvijf mijn gedachten even verzetten door alvast in de digitale versie te duiken. Helaas, die was nog niet verschenen. Op dat moment hoorde ik de brievenbus klepperen. Het bleek de krant te zijn. Op dat uur was deze al gedrukt, naar alle ­uithoeken vervoerd en bezorgd.
Alice Garritsen, Assen

Misschien kun je van mening verschillen over wat een humaan asielbeleid is. Waar je geen verschil van mening over kunt hebben, is wat een humaan bestaan is. Namelijk dat ieder mens het recht heeft op een leven en op de zaken die onontbeerlijk zijn om dat leven menswaardig te leven. Geven doe je met cadeautjes, ­delen doe je met levensbehoeften.

Laten die gulgevende miljonairs daar maar eens over nadenken. Geld is een ruilmiddel, geen collector’s item.
Tielke Engels, Tilburg

Dat de armoede toeneemt onder een grote groep Nederlanders is niet gek. Vaak betreft het hier mensen die werken, maar van al dat werken weinig overhouden. Verreweg het grootste deel Source: Volkskrant

Previous

Next