Home

Wie streeft naar gelijkheid moet de vrouwelijke uitgang van beroepen (fotografe, docente) juist niet wegmoffelen

Het komt niet vaak voor dat ik een recente Nederlandse roman in één ruk uitlees, dus ik werd blij verrast door Luister van Sacha Bronwasser. Een tikje vaag-pretentieus is het boek hier en daar wel, met ‘borduurdraden in het weefsel van de tijd’ enzo, maar daar kun je overheen lezen. Er blijft een heerlijk, spannend verhaal over, vol dreigend onheil: de door angsten bezeten jonge vader Philippe, de charismatische, dwingende kunstdocente Flo en de kwetsbare studente Marie die na een onverkwikkelijke ervaring met Flo wegvlucht uit Nederland en au pair wordt in het (prachtig beschreven) Parijs van de jaren tachtig.

Ik moest meteen denken aan Au pair (1989) van W.F. Hermans. Dat was, zeker voor Hermans’ doen, een verbazend slecht en saai boek, over de Nederlandse au pair Paulina, die voornamelijk zichzelf telkens naakt bekijkt in haar Parijse badkamerspiegel. Verder kan ik me er alleen nog van herinneren dat Hermans in Au pair het woord ‘mange-tout’ abusievelijk vertaalt als ‘sperzieboon’ terwijl het in werkelijkheid om een peultje gaat. (‘mange tout’ betekent letterlijk ‘eet alles’: je kunt niet alleen de erwtjes binnenin eten, maar ook de schil. Vandaar.)

Over de auteur
Schrijfster Sylvia Witteman bespreekt elk weekeinde een boek dat haar is opgevallen.

Maar even terug naar Luister. De roman is zo trefzeker en beeldend geweven binnen een stramien van controleerbare historische gebeurtenissen (de terroristische aanslagen in Parijs) dat ik geruime tijd geloofde dat een en ander volkomen autobiografisch was, echt gebeurd dus. Ik ging al googlend op zoek naar bewijs, en dacht het zelfs te hebben gevonden: er bestaat echt een fotografe die Florence Da Silva heet, maar tot mijn teleurstelling bleek dat toeval.

Nou ja, in wezen is natuurlijk elke roman tot op zekere hoogte autobiografisch, want de inhoud komt uit het hoofd van de schrijver; in dit geval ook zeer herkenbare jaren-tachtig-herinneringen als ‘De eerste keer dat ik bij een klasgenoot eet gaan we na de bladerdeegquiche uit de Allerhande met elkaar naar bed op zijn matras dat op pallets op de grond ligt’.

Toen ik het boek uit had las ik her en der wat recensies, en stuitte op iets grappigs. Gerwin van der Werf, recensent van Trouw, had Luister lovend besproken. Terecht. Alleen: in zijn lezende hoofd was de mysterieuze kunstdocente en fotografe Flo geen vrouw maar een man geworden. Die arme Van der Werf moest in zijn volgende rubriek diep door het stof. ‘Ik schrok ervan. Een dominante docent die macht misbruikt moet wel een man zijn… heb ik een joekel van een genderbias?’

Hij had natuurlijk slordig gelezen. Ja ‘Florence’ kan ook een jongensnaam zijn en zeker maakt het personage een wat genderdiffuse indruk, maar er is toch al gauw sprake van een groen fluwelen jurk, een ‘grote zus’-gevoel bij Marie, en tal van andere duidelijke aanwijzingen dat Flo een vrouw is.

Wat misschien een rol speelde bij Van der Werfs confusie: Bronwasser gebruikt consequent de mannelijke beroepsuitgangen, en noemt Flo dus ‘fotograaf’ en ‘docent’. Doet ze dat expres, om de lezer op het verkeerde been te zetten? (Mulisch deed iets dergelijks in Twee vrouwen, uit 1975.) Of heeft ze zich laten meeslepen door een (hinderlijk) modeverschijnsel?

Veel mensen geloven dat het schrappen van vrouwelijke beroepsuitgangen (docente, fotografe, loodgietster) nuttig en nodig is in het streven naar de gelijkheid van seksen. Ik, op mijn beurt, denk dat zoiets niet alleen averechts werkt (wie streeft naar gelijkheid moet juist laten zien dat er ook vrouwen zijn die schrijven, fotograferen en lood gieten, en dus niet de vrouwelijke uitgang wegmoffelen) maar, zie boven, ook zeer verwarrend.

Ik had Sacha Bronwasser willen mailen om haar te vragen wat haar bedoeling was geweest. Maar helaas, dat durfde ik niet.

Source: Volkskrant

Previous

Next