N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Aan de Hofvijver zag ik het nieuwe politieke schooljaar beginnen. Bolderkarretjes vol opnameapparatuur stonden langs de kade. Verslaggevers, vakantiebruin, vertelden aan microfoons hun duiding: we naderen een ongewisse wereld, met al die vertrekkers en nieuwkomers.
Ook ik verlaat de politiek. Of juister gezegd: deze column. Of nog preciezer: deze column verlaat mij. Zelf was ik graag doorgegaan en ik blijf essays schrijven voor deze krant, maar die vindt het op deze plek wel welletjes geweest.
Andere stemmen. Nieuwe stemmen. Een nieuwe nazomer en een nieuw geluid. Toedeledoki, derhalve. Vaarwel meninkjes, twisten, theater en tumult.
Ik nader een ongewisse wereld nadat ik dit millennium elke week wel ergens een column schreef: universiteitsblad Mare, De Groene Amsterdammer, nrc.next, en van de opinie- naar deze prachtpagina.
Ik dank mijn lezers en kijk maar naar de voordelen. Bij het overlijden van Milan Kundera deze zomer kwamen citaten langs uit een essay waarin hij stelt dat romanschrijvers geen mening horen te hebben. „Bent u links of rechts?” „Geen van beide. Ik ben romancier.” Pessoa schreef hetzelfde: „Wat de opvattingen van een mens als staatsburger ook zijn, hij mag er niet één hebben als kunstenaar.”
Columns en kunst verdragen elkaar slecht. Is dat waarom lezers die mij van deze foto herkennen vaak verbaasd zijn te horen dat ik ‘ook romans’ schrijf? Dit is een aansporing om dat beeld eens rigoureus te kantelen.
Al heb ik de column altijd beschouwd als een volwaardig literair genre, in plaats van vlug bijgerechtje. „Grote kleinkunst, altijd nog beter dan kleine grootkunst”, zei pianist Vladimir Horowitz over de sonates van Scarlatti, mijn vaste schrijf-soundtrack.
Het waren zestien verrukkelijke jaren als kleinkunstenaar. Het meeste schrijfplezier beleefde ik aan columns in new journalism-vorm, miniatuurreportages, mini-essays, rondreizend langs de marges van het grotere nieuws, à la Jimmy Breslin (elke beginnende verslaggever zou ‘Kennedy’s Gravedigger’ moeten lezen). Een vorm met minder meninkjes, minder clicks, kleiner op bigboard, maar wel eentje die een krant kan kruiden met een rijkere verscheidenheid.
Geregeld hoor ik de verzuchting dat alle grote kranten op elkaar beginnen te lijken. Het is een lastige paradox voor hoofdredacties, hoe ondanks al die andere en nieuwe stemmen de diversiteit juist afneemt.
Zelf denk ik dat vooral een diversiteit van opvattingen, stijlen, achtergronden, creatieve vormen en persoonlijkheden de leeslust kan wekken. Maar tot zover mijn meninkjes als staatsburger. Stil maar.
De zon schijnt, bovendien. Ik wandel door een stad zonder college in een land zonder kabinet – als columnist zonder column. En ik heb me nog nooit zo licht en vrij gevoeld op een deadlinedag als nu. Voorlopig is het ongewisse geen verkeerde plek om te zijn.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC