Femke Bol was een zekerheidje voor het goud op de 400 meter horden. Dat was de gedachte voor de WK, maar na de val op de 4x400 meter gemengde estafette van zaterdag was niets meer helemaal zeker. En toen ze donderdag bij binnenkomst van het stadion nog bijna tegen iemand op botste, drong meteen die gedachte zich weer op: wat als het misgaat?
Maar het ging niet mis. Allerminst. Beheerst zoals altijd haalde ze het eerste Nederlandse goud van deze WK binnen en haar eerste mondiale goud. Met een tijd van 51,70 seconden, de achtste tijd ooit op dit nummer gelopen, was ze afgetekend de snelste.
Over de auteur
Erik van Lakerveld schrijft sinds 2016 over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Het gat op de Amerikaanse Shamier Little (52,80) en de Jamaicaanse Rushell Clayton (52,81) sloeg ze vooral in de slotmeters van de race. Na een moment van bijkomen op haar hurken, haar hoofd tussen de knieën, stond ze weer op en gunde het juichende stadion haar gulle lach.
De kiem voor Bols wereldtitel werd in december gelegd in Potchefstroom, de hooggelegen plaats in Zuid-Afrika waar de Nederlandse atleten regelmatig op trainingskamp gaan. Daar lukte het voor het eerst om tussen twee hordes 14 passen te zetten. Tot dat moment had ze er altijd 15 voor nodig gehad.
Ze weet nog hoe het als een overwinning voelde, echt een moment om te koesteren. Bondscoach Laurent Meuwly voelde die juichstemming op dat moment nog niet. Bol: ‘Hij zei meteen wat er nog beter kon.’
Toen Bol vorig jaar op de WK in Eugene ruim achter de Amerikaanse Sydney McLaughlin met zilver genoegen moest nemen was Meuwly nog huiverig om aan het ritme van zijn pupil te sleutelen. Het had de natuurlijke manier van lopen van de Europees kampioene kunnen verstoren, maar aan het eind van het seizoen was hij van mening veranderd. Om sneller te worden moest er echt iets veranderen.
De theorie is eenvoudig. De tien 76,2 centimeter hoge hordes liggen steeds 35 meter uit elkaar. Wie die afstand met een stap minder weet te overbruggen en tegelijkertijd een hoog ritme houdt, gaat harder. Vergelijk het met zwaarder schakelen op een fiets. Het betekende tegelijkertijd dat Bol, die altijd met haar linkerbeen vooruit over de hordes sprong, nu moest wisselen tussen links en rechts. ‘Ik moest ineens met mijn andere been ook sterk worden, anders in mijn hoofd denken.’
In de ideale race zet ze 14 passen tussen de eerste zeven horden en schakelt dan terug naar 15. Soms wisselt ze als de omstandigheden daarom vragen eerder al, bij de vijfde horde. Dat deed ze donderdagavond ook.
Met elke stap moest ze 12 centimeter verder komen dan vroeger, rekende Meuwly uit. Dat kon niet in één keer. Door mini-hordes steeds wat verder uit elkaar te zetten werd Bol per training gedwongen haar voet steeds net iets verder neer te zetten. Zo werden haar stappen opgerekt. Bol genoot daarvan. Ze vindt het passen en meten met de hordes leuker dan een gewone 400 meter. ‘Ik zie het als een puzzel.’
Om dat überhaupt voor elkaar te krijgen moest ze sterker worden: elke afzet moest net iets krachtiger zijn dan vroeger. En dat mocht niet ten koste gaan van haar souplesse. Een bijvangst was dat ze ook sneller werd als er geen hordes in het spel zijn. Ze dankt er haar wereldrecord op de 400 meter indoor aan, dat ze afgelopen winter op 49,26.
Bij de Diamond League in Londen bewees ze dat haar nieuwe aanpak ook over de horden het resultaat opleverde dat ze beoogde. Ze finishte er in 51,45 seconden, de derde tijd ooit gelopen. Alleen de in Boedapest ontbrekende Amerikaanse Sydney McLaughlin was tweemaal sneller. ‘Dat het zo goed uitpakt en zo snel lukt, is bijzonder.’
Ze ontwikkelde zich ook op ander vlak. Afgelopen jaar werkte ze met haar sportpsycholoog om zich nog beter te wapenen tegen de onzekerheden die in het sportersbestaan nu eenmaal voorkomen. Bol had voorheen de neiging om vast te houden aan vaste patronen. Als een bepaalde aanpak tot een goede race had geleid, of een bepaald gevoel van tevoren, dan wilde ze dat bij een volgende wedstrijd weer oproepen.
Ze heeft geleerd dat dat niet hoeft. Dat ze sterk genoeg is om met kleine tegenvallers of onverwachte omstandigheden om te gaan. ‘Ik kan aan de start staan en denken: ik voel wat in mijn kuit. Of ik heb niet zo goed geslapen, maar dan weet ik dat ik toch hard kan lopen.’
Als Bol echt hard loopt voelt het steevast ‘oncomfortabel’. Als ze heel netjes en gecontroleerd loopt, dan gaat het niet snel genoeg. Ze prent zich daarom tegenwoordig niet alleen voor haar wedstrijden in hoe ze technisch moet lopen, maar ook dat die choreografie van 14 en 15 passen over tien hordes onaangenaam moet voelen.
Hoe onprettig het ook was in het Hongaarse atletiekstadion, dat gevoel zal meteen verdwenen zijn bij het overschrijden van de finishlijn en het zien van de uitslag op het grote scorebord. Niets zo comfortabel als een gouden medaille.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden