Vorige week heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGJ) een rechtszaak verloren tegen een commerciële huisartsenketen, Co-Med genaamd. Ik was niet alleen verdrietig en teleurgesteld, maar ook boos over deze beslissing. Want de inspectie had groot gelijk.
Co-Med is een megaketen die huisartsenpraktijken en hun patiëntenbestanden opkoopt. De kwaliteit van de geleverde zorg wordt al lange tijd in twijfel getrokken. Zo zijn in meerdere praktijken soms helemaal geen artsen aanwezig. En onlangs heeft Co-Med een huisartsenpraktijk vanwege personeelsgebrek gewoon drie weken lang gesloten, waardoor de duizenden ingeschreven patiënten nergens bij een dokter terecht konden. De zorg voor het personeel is ook twijfelachtig: in Zwolle stapte zelfs het voltallige personeel op nadat de praktijk door Co-Med was overgenomen. De inspectie heeft veel klachten ontvangen over de zorg bij Co-Med en sprak van ‘een groot veiligheidsrisico voor de patiënten’. Daarom heeft de inspectie het toezicht op Co-Med verscherpt.
Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar de rechter heeft gezegd dat de inspectie te hard oordeelt. Want, zo klaagde Co-Med, huisartsen in de buurt van de praktijken van Co-Med schoten niet te hulp. En door hun slechte naam onder dokters willen waarnemers er niet werken. Zo worden ze, zeggen ze bij Co-Med, door de huisartsen tegengewerkt.
Kijk, huisartsen horen niet meer patiënten aan te nemen dan waar zij verantwoord de zorg voor kunnen regelen. De norm voor huisartsen is van overheidswege 2.100 patiënten – en dat kost een huisarts gemiddeld 50 tot 60 uur werken per week. Ik heb ongeveer 1.600 patiënten en dat kost mij ongeveer 40 uur per week. Huisartsen met een praktijk hebben dan ook geen tijd om ook nog eens bij te springen in een praktijk waar de eigenaar de zorg zelf niet geregeld heeft. Een eigenaar die doodleuk 60 duizend patiënten aanneemt.
Waarnemend huisartsen, zonder eigen praktijk, willen inderdaad, zoals Co-Med klaagt, liever niet bij hen werken. Dat is nogal logisch. Waarnemers weten heel goed bij welke praktijken ze graag werken: daar waar ze veilige en goede zorg kunnen leveren. Zorgverleners mogen bovendien helemaal niet blijven werken op plekken waar ze vinden dat ze onvoldoende zorgkwaliteit kunnen leveren.
De tuchtrechter heeft vorig jaar nog een zware maatregel opgelegd aan een arts die bleef werken bij een zorginstelling waar alle andere artsen waren vertrokken. De arts had meermaals de noodklok geluid over de kwaliteit van zorg. Toen het daadwerkelijk mis ging, kreeg zij een berisping van de tuchtrechter: zij was als arts eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg, en had ook maar moeten vertrekken.
Er ontstaat zo een bizarre situatie: huisartsen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun zorg. Dus, zo oordeelt de tuchtrechter, als ze bij een zorginstelling geen verantwoorde zorg kunnen leveren moeten ze daar vertrekken, anders zijn zij verantwoordelijk voor de slechte zorg. Maar als een zorginstelling geen huisartsen bereid kan vinden er te werken, omdat de zorg zo slecht georganiseerd is dat huisartsen er geen kwaliteit van zorg kunnen leveren, oordeelt de rechter dat de organisatie er niks aan kan doen. Want, de huisartsen werken niet mee.
We zitten als huisartsen dus in een catch-22: als we blijven werken bij een disfunctionerende zorginstelling zijn we verantwoordelijk voor de ondermaatse zorg, en als we weigeren te werken bij een disfunctionerende zorginstelling wordt ons aangerekend dat de zorginstelling onvoldoende bemensing heeft.
Als het niet zo schrijnend zou zijn voor de duizenden gedupeerde patiënten van Co-Med, zou het haast grappig zijn. Want bedenk wel: daar zitten ook suïcidale mensen bij, zieke kinderen met koorts, mensen met longontstekingen of nierstenen en mensen die thuis liggen te sterven. Helaas, geen zorg voor hen de komende drie weken.
Financieel zijn commerciële megapraktijken overigens kassa. Zo heeft Co-Med vijftien huisartspraktijken met ongeveer 60 duizend patiënten opgekocht en declareert voor al die mensen zorggeld. Gewone huisartspraktijken hebben hoge personeelskosten – zorg is mensenwerk – maar Co-Med heeft nauwelijks personeel. Dat loopt immers weg vanwege wanbeleid. Vorig jaar verdriedubbelde de winst, naar 1,2 miljoen euro.
Sommige zorgverzekeraars zijn desondanks blij met de ketens, want wanneer een huisarts met pensioen gaat is er niet altijd een opvolger. Beter een commerciële huisartsenzorgaanbieder dan helemaal niks, is het idee. De drempel voor jonge huisartsen om een praktijk op te volgen is hoog: ze nemen daarmee de verantwoordelijkheid voor ongeveer 2.000 patiënten en een heel team zorgpersoneel op zich. Daarnaast worden er soms overnamebedragen gevraagd door pensionerend huisartsen. En dan zijn de jonge huisartsen kansloos tegen de ketens, die fors kunnen overbieden.
Co-Med gaf eerder aan de aankoop van nieuwe praktijken vanwege de problemen ‘on hold’ te zetten om eerst de andere praktijken op orde te krijgen. Maar afgelopen week kocht Co-Med er weer twee praktijken bij in Bergen op Zoom. De patiënten zijn nu binnen, en een van de twee praktijklocaties wordt in september opgedoekt. Go, Co-Med, go!
Aanvulling: in een eerdere versie stond dat ‘De Inspectie vorig jaar een nogal zware maatregel had opgelegd aan een arts'. Dat was niet de Inspectie, maar de tuchtrechter.
Source: Volkskrant